Review

De kinderlijke geest van Jan Elburg

De dichter Jan G. Elburg (1919 -1992) heeft er nooit twijfel over laten bestaan dat er ook een beeldend kunstenaar in hem school. Toch is hij met zijn beeldend werk maar mondjesmaat naar buiten getreden. Pas in 1986, toen hij in 'Vroeger komt later' zijn na meer dan veertig jaar teruggevonden surrealistische gedichten uit 1941 en 1942 publiceerde, liet hij in samenhang hiermee een keuze uit zijn schilderijen, tekeningen, monoprints en collages zien. Het geheel stond in het teken van het surrealisme en van Cobra.

T. VAN DEEL

Kennelijk beschouwde Elburg zijn beeldende activiteiten niet als de hoofdzaak. ,,Ik heb mij altijd op de poëzie geconcentreerd en hield mijn tekeningen bij me omdat die beeldende kant al heel vakkundig werd gedaan door Appel, Corneille, Constant en de anderen.

Maar er waren maar drie dichters.' Bedoeld zijn de dichters Elburg, Gerrit Kouwenaar en Lucebert, die lid van Cobra zijn geweest. De laatste was een dubbeltalent van nature en heeft zijn leven lang zowel poëzie geschreven als getekend en geschilderd.

Toch was het een werk van Elburg dat op de Cobra-expositie in november 1949 in het Stedelijk Museum Amsterdam tot groot tumult leidde. Het stond in het vierde nummer van het tijdschrift 'Cobra', dat als catalogus op de expositie te koop was. Elburg had daarin een fotomontage afgedrukt getiteld 'La putain de classe' (de hoer van klasse): de beroemde 'Venus van Urbino' van Titiaan had hij de kop gegeven van een oude Amerikaanse dame en op de achtergrond had hij drie gluurders neergezet in de gedaante van drie tuinders uit Aalsmeer. Deze 'obscene verminking' van Titiaans kunstwerk bracht de gemoederen danig in beroering, het nummer mocht niet meer in het museum verkocht worden.

Sindsdien heeft Elburg zo nu en dan nog wel blijk gegeven van zijn beeldende kant en is hij nauw betrokken gebleven bij zijn schildersvrienden, maar de poëzie stond bij hem voorop. Het experiment dat hij uitvoerde in de taal leek zo op het eerste gezicht wel enigszins op het experiment dat de schilders uitvoerden met verf, maar hij zal evenzeer hebben bemerkt dat de spontaneïteit die Cobra hoog in het vaandel voerde, bij het werken met taal maar heel betrekkelijk is. Juist een zo bewuste dichter als hij, die bijna op de wijze van een rederijker sleutelde aan de taal en aan de betekenis van woorden, moest ondervinden dat alleen schilderen een volstrekt spontane handeling kan zijn.

De monografie die zojuist is verschenen naar aanleiding van exposities van Elburgs beeldend werk in Haarlem en Heerlen geeft voor het eerst een overzicht van wat hij op dit gebied verricht heeft.

Het is Erik Slagter, die al veel heeft geschreven over de relatie woord/beeld en over dubbeltalenten, die dit overzicht voor zijn rekening neemt. Het had wat mij betreft wel wat diepgaander mogen zijn (vergelijk het uitstekende stuk van Willemijn Stokvis over Elburg en Cobra in 'Vroeger komt later'). Maar er komt in elk geval uit naar voren dat naast de dichter er in de loop van de tijd steeds een beeldend kunstenaar heeft meegewandeld.

Op eigen kracht heeft Elburg de manier van afdrukken uitgevonden, waarop hij zijn monoprints maakte. Hij licht die uitvinding toe in een al eerder gepubliceerde brief aan Wil Heins, de samensteller van deze monografie. De cineast Kees Hin vertelt over de speelse kaartjes die hij regelmatig van Elburg ontving en waarop deze zowel tekst schreef als beelden plakte.

Ten slotte volgt een reprint, op veel groter formaat, van Elburgs laatste dichtbundel 'Winter lijkt het wel', eerder verschenen in de Slib-reeks in 1988. Er staan twaalf 'blindtekeningen' bij, afdrukken die zijn ontstaan door op de achterkant van carbonpapier met een luciferhoutje te tekenen.

Uit dit alles blijkt wel dat de beeldend kunstenaar Elburg een experimenteel van surrealistische afkomst is gebleven tot het einde toe. Hij vatte de beeldende kunst op als een spel en zocht via allerhande technieken naar nieuwe effecten. Zo vond hij in 1947 de kaarsvettekening uit. ,,Er zat voor een kinderlijke geest als de mijne iets betoverends in als je, na met een kaarsstompje, nooit helemaal voorspelbaar, je ondergrond te hebben betekend, met een brede kwast waterverf er opeens de voorstelling wakker riep.'

Ook ging hij op een zeker moment op piepschuim schilderen, wat een heel speciaal effect gaf. De assemblageschilderijen die hij maakte, laten hem kennen als iemand die van alles en nog wat verzamelde.

Het is moeilijk te zeggen in welke techniek hij zijn beste en mooiste resultaten heeft bereikt. De monoprints zijn heel bijzonder door hun fijnkorrelige structuur en hun prachtige, samengestelde kleur.

Zie ook het omslag van Elburgs 'Gedichten 1950 - 1975', waarop twee van zijn vele katten zijn te zien. De tekeningen zijn soms los, soms juist heel strak gelijnd en verwijzen in het begin ondubbelzinnig naar Picasso. De schilderijen zijn robuust van opzet en werken veelal met flinke penseelstreken naar hun voorstelling toe. Op piepschuim kan het er echter ineens weer heel anders uitzien, gecompliceerder en intiemer, meer in de richting van de monoprint.

Elburg werkte in reeksen, dat is duidelijk op te maken uit deze monografie. Zijn laatste reeks bestaat uit kleurrijke fotocollages in de beste surrealistische traditie. Hij keerde daarmee terug naar het begin, en ook naar zijn inspirerende bronnen, de surrealistische kunstenaars. Elburg zelf noemde de collage of de fotomontage ,,de onechte kinderen van de literatuur: verknipte drama's, aaneengelijmde vertelsels, adhesie van beelden zoals lyrische gedichten dat op de keeper beschouwd ook zijn.' Hoe dat ook zij, mooi en intrigerend zijn ze wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden