Beeld uit de documentaire ‘Het Zaad van Karbaat’: de handen van de Karbaatjes.

Documentaire

De kinderen van spermadokter Karbaat vormen een hechte megafamilie die maar blijft uitdijen

Beeld uit de documentaire ‘Het Zaad van Karbaat’: de handen van de Karbaatjes.Beeld VPRO

Jarenlang insemineerde dokter Jan Karbaat tientallen vrouwen met zijn eigen sperma. Het is onbekend hoeveel nazaten hij verwekte, de familie groeit nog steeds. Miriam Guttmann’s documentaire laat moeders, kinderen en Karbaats favoriete donoren aan het woord. ‘Het is een ongelooflijk verhaal.’

Die handen! Ze lijken wel identiek. Er zijn meer overeenkomsten tussen de kinderen van dokter Jan Karbaat, maar hun handen vallen wel heel erg op. Documentairemaakster Miriam Guttmann (1994) zag de gelijkenis meteen toen ze werkte aan haar film Het Zaad van Karbaat.

Het verhaal van de dokter die via inseminatie met zijn eigen zaad tientallen kinderen verwekte bij ten minste een paar dozijn vrouwen is bekend, maar alle feiten samen zijn verbijsterend. Ook voor Guttmann, die bijna vier jaar bezig is geweest met de film. “De zaak blijft maar groeien. In het begin waren er nog maar een paar nazaten van Karbaat, maar er worden nog steeds nieuwe kinderen van hem ontdekt. Inmiddels zijn het er ongeveer ­zeventig.”

Dokter Karbaat was een begrip in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Bij hem kon je terecht voor een kind, ook als je lesbisch was of een vrouw alleen. Dat was voor die tijd reuze vooruitstrevend. Hij was een liberale arts die het als zijn missie zag om zo veel mogelijk wensmoeders te voorzien van een kind.

De spermadonoren die de kliniek van Jan Karbaat bezochten waren anoniem, iets wat sinds 2004 ver­boden is. Maar destijds was er geen wetgeving en al helemaal geen controle. Niet meer dan 25 kinderen per donor was de richtlijn, maar er was niemand die dat controleerde. Zo kon het gebeuren dat Karbaat duizenden vrouwen bezwangerde met het zaad van slechts een handjevol donoren.

Terug in de tijd

Guttmanns documentaire bestaat uit drie delen. In het eerste deel komen de wensouders aan het woord, in het tweede deel de kinderen en in het derde deel spreekt ze onder meer een van de superdonoren: Louis. Met krachtige beelden laat ze zien hoe groot de invloed is geweest van Karbaat op al hun ­levens. Zo reconstrueert ze de behandelkamer van Karbaat waar de vrouwen werden geïnsemineerd.

Ze voert de slachtoffers mee terug naar die tijd en laat ze ook vertellen over het misbruik dat plaatsvond terwijl ze hulpeloos op hun rug lagen te wachten op hun behandeling. Snikkend vertelt een vrouw hoe Karbaat, nadat hij haar al had geïnsemineerd, aan zijn eigen gerief kwam en ejaculeerde op haar buik. Daarna bracht hij alsnog zijn eigen sperma bij haar in met een spuitje. “Ik maakte me zorgen. Als ik zwanger zou zijn, hoe zou ik dan weten van wie de baby was?”

Toen de donorkinderen in 2017 via de rechter eisten dat ze het DNA van Jan Karbaat mochten gebruiken voor onderzoek, raakte Guttmann betrokken bij de zoektocht. Met enkele nazaten had ze vrijwel dagelijks contact. “Sommigen sprak ik vaker dan mijn eigen moeder. Het was ­bijzonder dat ik hun proces van zo dichtbij mocht volgen. Velen van hen herkenden zich helemaal niet in hun opvoedouders. Toen ze hun halfbroers en -zuster leerden kennen voelde dat voor hen als een soort van opluchting.”

Saamhorigheid

We zien in de film de steeds verder uitdijende familie waarbij elke nieuwe nakomeling hartelijk welkom wordt geheten. Een bijna optimistisch gevoel van saamhorigheid.

Hoe kan het dat vrijwel alle donorkinderen met warmte spreken over hun mannelijke verwekker? “De meesten keuren het niet goed wat Karbaat heeft gedaan, maar ze erkennen wel dat ze er zonder hem niet waren geweest. En het is voor hen ook een leerproces. Sommigen wisten niet dat hij ook vrouwen misbruikte, bijvoorbeeld. Nog steeds moeten ze regelmatig hun beeld van hem bijstellen.”

Donorkinderen Merel-Lotte Heij, Joey Hoofdman, Wilma Huisman en Yonathan Heij worden geïnterviewd door de NOS, na afloop van de uitspraak in het kort geding over de afname van DNA-materiaal van Jan Karbaat. Beeld ANP
Donorkinderen Merel-Lotte Heij, Joey Hoofdman, Wilma Huisman en Yonathan Heij worden geïnterviewd door de NOS, na afloop van de uitspraak in het kort geding over de afname van DNA-materiaal van Jan Karbaat.Beeld ANP

Guttmann sprak ook een nicht van Karbaat die vertelt dat hij opgroeide in een moeizaam boerengezin met een vader die zelfs zijn eigen familie nog knollen voor citroenen probeerde te verkopen. Een beeld dat sommige nazaten maar moeilijk kunnen verdragen, omdat het laat zien dat ook hun eerdere voorouders geen gezellig gezinnetje vormden.

Tijdens het maken van de film leerde Guttmann de Karbaatjes goed kennen. Naast de uiterlijke kenmerken delen ze ook verschillende karaktertrekken. “Ze zijn ambitieus, energiek en autonoom. Ze kiezen graag hun eigen pad. Oh, en som­migen houden van paardrijden.”

Dat ze er zo persoonlijk bij betrokken raakte, maakte dat ze soms best moeilijke keuzes moest maken over wat ze wel of niet wilde laten zien. “Sommige beelden zijn heel confronterend. Maar ik wilde dit ­verhaal toch vertellen, er komt geen tweede documentaire over dit onderwerp. Ik begrijp best dat ik veel van ze heb gevraagd. Ze kregen verder ook geen officiële hulp. Soms voelde ik me een beetje de psycholoog van de groep.”

De halfjes

In het derde en laatste deel spreekt ze uitvoerig met superdonor Louis, die zeker enkele tientallen kinderen verwekte die zichzelf hebben verenigd in een groep die ze ‘de halfjes’ noemen omdat ze vinden dat ze voor de helft aan elkaar verwant zijn. Louis heeft Asperger, een stoornis in het autismespectrum. Guttmann omschrijft hem als een ‘zeer intelligente en vriendelijke man’. “Eigenlijk is hij ook een slachtoffer van het systeem destijds. Dit soort mensen moeten tegen zichzelf in bescherming worden genomen en hadden niet de ruimte moeten krijgen om zo veelvuldig te doneren.”

Louis doneerde jarenlang, enkele malen per week, sperma bij verschillende klinieken in het hele land. Hij had geen vrouw of kinderen en wilde middels zaaddonatie zijn voort­bestaan verzekeren. Guttmann filmt hem in een kerk op zijn eigen – in scène gezette – begrafenis. Ze wilde laten zien wat Louis motiveerde, waarom hij zijn zaad jarenlang op grote schaal distribueerde.

Terwijl hij naar de doodskist in de kerk kijkt, legt Louis uit dat hij herinnerd wil worden: “Er is maar één moment waarop blijkt hoe belangrijk je bent geweest als mens. En dat is op je uitvaart. Hoeveel mensen zijn er gekomen?”

Topje van de ijsberg

Het Zaad van Karbaat toont slechts het topje van de ijsberg. Zo werd niet lang geleden bekend dat de dokter ook sperma naar het buitenland ­exporteerde. De eerste buitenlandse nazaat uit Zwitserland maakte deze zomer kennis met de groep Karbaatjes.

Guttmann hoort regelmatig dat ook andere inseminatieartsen in het buitenland er soortgelijke werkmethodes op nahielden. En nog altijd is de controle niet op orde, zegt Guttmann. “Mannen kunnen nog steeds bij verschillende klinieken hun sperma inleveren. En dan is er ook nog het private circuit op internet.”

Guttmann baalt ervan dat ze Karbaat niet zelf heeft kunnen spreken voor haar documentaire. Hij stierf in 2017, vlak voor de rechtszaak over zijn DNA. Ook zijn vrouw en vrijwel al zijn erkende kinderen – in totaal elf stuks – wilden niet meewerken. Toch is het project wat haar betreft nu klaar. “Ik heb hier bijna vier jaar van mijn leven aan besteed, het is wel even mooi zo. Ja, ik ervaar wel een gevoel van leegte, rouw kun je zelfs zeggen. Ik hoop echt dat deze film aanzet tot discussie over zaaddonatie, dat mensen erover gaan ­nadenken en praten. En dan kan ik me op een ander onderwerp storten. Nee, nog geen idee wat het wordt.”

Het Zaad van Karbaat is op 1, 8 en 15 maart om 20.30 te zien bij de VPRO op NPO 2.

Lees ook:

Vruchtbaarheidsarts Jan Karbaat verwekte heimelijk 49 donorkinderen

De inmiddels overleden Jan Karbaat heeft als vruchtbaarheidsarts 49 kinderen heimelijk met zijn eigen sperma verwekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden