Opinie

De kern blijft de gekwelde knaap

AMSTERDAM - Tien jaar geleden werd Wayne Eagling artistiek leider van Het Nationale Ballet. Zijn jubileum greep hij aan om zijn voorganger Rudi van Dantzig te eren met een hommage-programma.

Anno 2002 beleeft een ieder nog steeds Van Dantzigs gave om balletdansers tot onvoorwaardelijke overgave en gepassioneerde dramatiek te bewegen in letterlijke en figuurlijke zin. In een halve eeuw profileerde de Amsterdammer zich internationaal als de door sociaal onrecht en menselijke onmacht geplaagde choreograaf en wist hij een vuur in het gezelschap brandend te houden, waaraan ook de huidige generatie dansers zich kan warmen.

Van Dantzig, dat ooit zo gepeste en overgevoelige jongetje, doorzag en doorziet de charismatische kwaliteiten van zijn collega's en benut deze als projectieschermen waarop hij zijn eigen fantasieën en frustraties theatraal uitvergroot. Onlangs kreeg hij voor zijn hele oeuvre de internationaal prestigieuze Benois de la Danse prijs.

Het programma opent met Collective Symphonie (Stravinsky), de enige gemeenschappelijke creatie van het triumviraat Van Dantzig, Van Schayk en Van Manen, scheppers van de zogenoemde 'Dutch Style', die elkaar jarenlang artistiek van repliek dienden. In 1975 grepen zij het 700 jarig bestaan van Amsterdam aan om hun gezamenlijke schatplichtigheid aan Balanchine, het choreografisch genie van hun eeuw, te bewijzen. Wat zevenentwintig jaar later opvalt is het technische gemak van de dansers. Het wijde podium van het Muziektheater geeft vleugels aan deze tijdloze en trotse acte van saamhorigheid.

Dat die schaalvergroting van het toneel ook ten koste kan gaan van subtiele details en nuances, die Van Dantzig vooral in zijn lyrische duetten aanbracht, blijkt uit 'Voorbij Gegaan', op etudes van Chopin. De kwetsbare intimiteit dreigt bij vlagen door dat immense, zwart omfloerste toneel opgeslorpt te worden. In 1979 maakte Van Dantzig dit duet voor en op Alexandra Radius en Han Ebbelaar, bij zijn afscheid van het gezelschap waar zij nog bleef. Het duet ontroerde heftig, omdat Van Dantzig de weemoed van dat moment exact wist te treffen, perfect inspelend op de homogeniteit van dit dansechtpaar. In 2002 zijn Larissa Leznina en Altin Kaftira in veel opzichten hun tegenpolen. Leznina is een briljante ballerina: delicaat en trefzeker in haar verbluffende techniek, echter zonder innerlijke beleving. Soms lijkt ze andere muziek te horen dan wordt gespeeld. Als de gedroomde romanticus rekent Altin Kaftira ook onverbiddelijk af met de kwajongensachtigheid en stoute bravoure die Ebbelaars interpretatie destijds zo kenmerkte.

De nieuwe creatie 'Lommer', waarmee Van Dantzig afscheid denkt te nemen van zijn choreograafschap, is een herenscenering van zijn Antwoordgevend (muziek Webern). Drie zwaar te neerdrukkende, in 1980 al traag verlopende duetten lichtte hij uit deze bombastische choreografie om ze als edelstenen in een nieuwe, veel soberder setting te smeden. Maar wat heet nieuw? Terugkijkend op zijn verzamelde werken sinds 1955 moet hij zich gerealiseerd hebben dat 'Monument voor een gestorven jongen'(1965) het epicentrum van zijn oeuvre gebleven is. Van Dantzigs thematische kern bleef de door wroeging, zondebesef en seksuele verwarring gekwelde knaap, die voor eenzaamheid kiest. Zijn hele leven lang konden antwoorden, hem gegeven door een beangstigende, kille en harteloze wereld hem niet zijn verloren onschuld teruggeven. In tegendeel: zij bevestigden zijn angsten en riepen alleen maar meer vragen op. Voor relativering of humor is geen plaats. Ook in 'Lommer' voert hij de schuld van de onschuld op, aan de hand van een engelachtige Victor Mateos Arellano in een door Toer van Schayk met stalen pijlers en betonblokken opgetrokken omgeving. Arellano is de geboren outsider: de appetijtelijke observator met ontblote bast, helaas met te kort schietend charisma. De balletkunstige antwoorden die hem door drie kronkelende paren in allemachtig moeilijk partnerwerk worden geboden doen hem met een vertrouwd Van Dantzig beeld reageren. Halsreikend strekt hij zijn armen naar een voorbij suizende stenen bol. Van een dramatische ontwikkeling is geen sprake. Hoewel alle zeven dansers vol overgave hun onmacht etaleren, doet het me weinig. Veel indringender blijft het echte 'Monument van een gestorven jongen', het sluitstuk van deze lange avond, waarin Jahn Johansen zich een waardig, maar ook gedweeë opvolger van zijn historische voorgangers toont. De in deze rol aaneengesmede krachten van Van Dantzigs muzen, Toer van Schayk, Rudolf Nureyev, Clint Farha en Henny Jurriens laten zich niet overvleugelen. Maar de estafettestok is doorgegeven. In feite is dit 'Monument' uit 1965 de voortsuizende komeet, die ook in Lommer verschijnt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden