Review

De kerk bestrijden met het evangelie, zo slim was Diderot wel

Voor echte literaire fijnproevers is Denis Diderot van alle Franse schrijvers uit de Verlichting misschien wel de boeiendste figuur. Anders dan de misantropische pummel Rousseau of de verfijnde en kieskeurige aristocraat Voltaire was Diderot een echte burgerman, met belangstelling voor het volle leven.

ROB SCHOUTEN

Als denker moest hij het niet hebben van systematische ideeën of diepzinnige voltreffers, hij was van een kwikzilverachtige veelzijdigheid, met belangstelling voor van alles en nog wat, een eigenschap die hem als redacteur van de beroemde Encylopédie natuurlijk zeer van pas kwam.

Het lijkt bijna of Diderots combinatie van scherpzinnigheid en gewoonheid perfect uitgedrukt wordt in de portretten die van hem zijn overgeleverd, altijd zonder pruik, met een geïnteresseerde en geamuseerde blik in zijn ogen.

Als schrijver wordt Diderot echter duidelijk overvleugeld door zijn geestgenoten Rousseau en Voltaire; op een of andere manier scheen hij steeds net niet genoeg concentratie te kunnen opbrengen voor echt grote meesterwerken. Volgens de overlevering werkte hij bovendien altijd aan meerdere projecten tegelijk, wat ook niet bevorderlijk lijkt voor het hogere literaire werk.

Als schrijver van boeken als 'La Religieuse', 'Jacques le Fataliste' en 'Le Neveu de Rameau' heeft hij weliswaar een flink eigen plaatsje in de Franse literatuur, maar of hij nog een veelgelezen auteur is vraag ik me af. Tegelijkertijd maakt zijn veelzijdige 'losheid' en het gemak van al zijn interesses hem tot het voorbeeld van de ware verlichte geest, die geen enkele bekrompenheid kent. Karakteristiek voor zijn aangeboren zin voor humor is de aanleiding voor het schrijven van zijn brievenroman 'La religieuse', in het Nederlands onlangs verschenen als 'De non'.

De markies de Croismare, een van de figuren uit het Parijse uitgaansleven waarin Diderot zich uitgebreid bewoog, was begin 1759 naar zijn landgoed bij Caen teruggekeerd. Croismare, een populaire figuur in verlichte kringen, had zich vlak daarvoor ingelaten met de kwestie van een jonge non die tegen haar zin in een klooster was geplaatst en daar nu vergeefs uit probeerde weg te komen. Croismare's vrienden, die vreesden dat hun spitse en vrolijke vriend zich niet meer in Parijs zou vertonen, deden hun best om hem terug te lokken.

Daartoe zette Diderot een gefingeerde briefwisseling met de markies op poten waarin hij het voorstelde of er weer zo'n nonnetje was, nu eentje die het klooster was ontvlucht en die bescherming zocht bij hem, de markies de Croismare, die kennelijk een zwak voor uittredende religieuzen had.

De markies bleek inderdaad gevoelig voor de malle frats van Diderot, maar keerde niet zoals de bedoeling was naar Parijs terug maar nodigde de verzonnen non, Suzanne Simonin, uit naar Caen te komen. Waarop Diderot zich moest haasten om van de non 'af te komen' en hij haar schielijk liet sterven.

Diderot's roman 'De non' bestaat uit de brieven van Suzanne aan de markies. Ze bestaan uit inside-verhalen uit de kloosters waar Suzanne tegen haar zin zou zijn ingetreden. Diderot grijpt op die manier natuurlijk de gelegenheid aan om lucht te geven aan zijn anti-clericale sentiment, dat op het eind van zijn leven, radicaler dan bij de meeste andere encyclopedisten, zou omslaan in atheïsme.

De arme Suzanne wordt door de diverse zusters en moeder-oversten om haar onwil en afkeer van het kloosterleven op de meest perverse manier gemarteld en gepijnigd. Zo moet ze tijdens een ceremonie om haar tot inkeer te brengen in een doodskist gaan liggen terwijl een dodenmis wordt opgedragen. Ook strooien mede-religieuzen glasscherven op haar pad om haar te doen lijden.

In het laatste klooster waar ze terechtkomt wordt de moeder-overste verliefd op haar en onderricht haar in allerlei ongewenste liefdeslessen, waarvan zij zelf natuurlijk de vruchten hoopt te plukken.

Diderot trekt in deze gefingeerde autobiografische ontboezeming kortom alle registers uit om het kerkelijk en kloosterleven zo onaangenaam en onmenselijk mogelijk voor te stellen. Men kan zijn beschrijving overdreven vinden maar naar het schijnt kwamen dergelijke wantoestanden inderdaad voor in de Franse kloosters.

Hoewel het boek als grap begon, ging Diderot er al snel zelf in geloven. Zo werd hij tijdens het schrijven eens in tranen aangetroffen door een vriend aan wie hij wist te vertellen dat hij zo geraakt was door het door hem zelf geschrevene.

Hoewel Suzanne enerzijds als een erg naïef meisje wordt voorgesteld (dat bijvoorbeeld, in tegenstelling tot de verlichte lezer, geen flauw benul heeft van het orgasme dat ze de moeder-overste bezorgt), is ze ook het prototype van de verlichte mens, die zelfstandig wil worden en zich niet door de kerk of welke instantie dan ook in haar vrijheid laat beknotten.

'De non' werd in Diderots eigen tijd vooral als een pornografisch werk beschouwd, iets waar onze tijd heel anders over zal denken; de schrijver zelf bedoelde het voornamelijk als pamflet tegen l'Infâme, de katholieke kerk met haar geestelijke terreur.

Met zoveel historisch besef moet men het ook lezen, want als roman heeft het boek niet al te veel om het lijf. Zelfs de martelingen van de arme Suzanne verzinken in het niet bij de kloosterscènes waarin de moderne iconografie, van bijvoorbeeld de film 'De non van Monza' of de roman 'Buiten de muren' van Jésus Fernández Santos, grossiert.

Het zegt echter wel iets over Diderots eigen tijd dat 'De non', net als zijn andere romans, pas na zijn dood kon worden uitgegeven. En dat terwijl hij er toch nog de nodige gepaste gelovigheid doorheen had gestrooid, zoals deze ontboezeming van de onwillige non:

,,Toen voelde ik dat het christelijk geloof hoogstaander is dan alle religies ter wereld; wat een diepe wijsheid schuilt er in wat de verblinde filosofie de verdwazing van het kruis heeft genoemd! Wat zou ik in de toestand waarin ik verkeerde, gehad hebben aan het beeld van een gelukkige glorieuze God?'

De kerk bestrijden met het evangelie, zo slim was Diderot wel als het erom ging om zijn moraal te verkopen. Op een nauwelijks grijpbare manier heeft zijn luguber bedoelde kloosterroman zodoende ook steeds iets speels en luchthartigs, dat de maker ervan typeert. Geen Prinzipienreiterei maar pakkend gelegenheidswerk. Zoals het de beweeglijkste geest van de Verlichting betaamt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden