Review

De kabienen van De Panne

De Panne, ooit het domein van de Belgische en Franse elite, is badplaats van het volk. Annie van Gemert fotografeerde er de afgelopen jaren de typische strandhuisjes, én hun eigenaren. Correspondent Bert Schampers schetst de geschiedenis van de meest zuidelijke badplaats van België.

'Verhuring van kabienen, Locations des cabines', staat op het bordje. Het seizoen in De Panne is nog jong, her en der wordt op het strand nog getimmerd. Soms weerklinkt een stevige vloek.

Een man probeert de panelen van een strandhuisje in elkaar te krijgen, maar om de een of andere reden lukt het hem niet. Zijn maat snelt te hulp, sjort, duwt en lost de puzzel uiteindelijk op. Een maagdelijk wit huisje staat. Een flesje Jupiler wordt ontkurkt om de geslaagde samenwerking te vieren.

De kleurige strandhuisjes met hun soms exotische namen en bewoners, die Annie van Gemert hier enkele jaren geleden fotografeerde, zijn nu eentonig wit. Hun namen verwijzen alleen nog naar familieleden van de exploitant: Patrik, Lisselotte, Dimitri, Heidi, of zijn slechts een nummer. Soms is het oude gebleven. De dunne rode letters van La va et vient (komen en gaan) lijken authentiek.

De Panne aan de Vlaamse kust. Een gemeente met nog geen 10 000 inwoners. Maar in de zomer zijn het er achtmaal zoveel. Ze komen uit Frankrijk, slechts enkele kilometers rijden, uit Brussel en Wallonië. Ook steeds meer Nederlanders waarderen dit stukje België voor een korte of langere vakantie.

Vandaag maakt de badplaats maakt zich op voor een druk weekeinde. De senioren zijn nog in de meerderheid, maar dat zal in de vooravond snel veranderen als de massa neerstrijkt vanuit het binnenland, moe van werken, opgevreten door de stress en het filerijden. De Panne is nu nog even van de oudjes. Ze zien er allemaal hetzelfde uit. De mannen dragen een witte zomerpet en linnen zomerschoenen met gaatjes, de vrouwen pastelkleurige jurken en altijd een vest. Ze zitten op bankjes aan de zeedijk te keuvelen of flaneren gearmd over het brede wandelpad.

Geert Vanthuyne is kunsthistoricus en werkt als ambtenaar op de afdeling culturele zaken van de gemeente. Het valt hem moeilijk om de mensen op de foto's van Annie van Gemert te karakteriseren. De Panne, badplaats van de lagere sociale klasse, dat krijgt hij niet over zijn lippen. ,,Gewone mensen, laten we het daar maar op houden.'' Maar duidelijk niet het soort dat in Knokke - het Zoute verblijft, de bon chic bon genre.

Volkse types, die het knus en gezellig hebben in hun strandcabine van een vierkante meter groot. Er staat meestal een bank in, die tevens dienstdoet als bergplaats voor handdoeken en kussens. En er is bijna altijd een tafeltje. Sommige hokjes hebben deuren met vensterglas. Daar hangt een gordijntje achter, dat ook van pas komt om het naakte lijf bij het omkleden te onttrekken aan glurende blikken.

Bij het huisje met de naam Charly zit een oudere vrouw met een donkere bril te slapen. Ze lijkt op de echtgenote van Eddy Wally, maar ze is het niet. Verderop rommelt een vader in de kist met kussens. Zijn twee kinderen graven kuilen in het zand voor het strandhuisje zonder naam.

De Panne heeft zich ontwikkeld zoals veel andere Belgische kustgemeenten. Vaak was er wel een rijke Brusselaar die een grote lap grond kocht, de vissershuisjes sloopte en zelf aan het bouwen sloeg. In de duinen verrezen villa's in een stijl die de elite van die dagen in Engeland of Normandië had gezien.

Als we Geert Vanthuyne mogen geloven, mocht De Panne zich aanvankelijk gelukkig prijzen met de grootgrondbezitter en filantroop Pieter Bortier. Bijna tegelijk met de komst van Leopold I, die in De Panne voor het eerst voet op Belgische bodem zette, sloeg Bortier in 1831 de fundamenten voor het toerisme met zijn Pavillon des Bains. Hij had respect voor de vissers en behoeftige kinderen, aldus Vanthuyne. ,,Bortier was het ontluikende toerisme niet genegen, hij remde het zelfs doelbewust af.'' Hoe de projectontwikkelaar in spe de 650 hectare duingebied had verworven, is echter onbekend.

Het toerisme en de bouwwoede waren niet tegen te houden en wat Bortier niet durfde of wilde, deden anderen wel. Op initiatief van Pedro Ollevier, directeur van de Veurnse Nationale Bank, realiseerde de Franse aannemer Arthur Bonzel rond 1892 de huidige Zeelaan, de verbindingsweg tussen dorp en zee. Geen rechte weg, maar eentje die met een sierlijke bocht de Kykhillduin omzeilt. Dat duin is vandaag een park, de groene long in het centrum van de gemeente.

Het bleef niet bij die verbindingsweg. De Brusselse architect Albert Dumont tekende een wijk, die zijn naam is blijven dragen. De Dumontwijk is het meest pittoreske deel van De Panne. Dumont liet zich inspireren door de Britse tuinwijk, met dit verschil dat hij geen huizen ontwierp voor een sociale middenklasse, maar voor een elitair, overwegend Franstalig, publiek. Mensen die dol waren op hun cottages aan zee, met hun fraaie architectuur, soms in art-nouveau- of art-decostijl. De huizen werden volgens Vanthuyne aanvankelijk hooguit drie maanden per jaar gebruikt.

De invoering van de betaalde vakantie in België betekende volgens Vanthuyne een grote impuls voor het toerisme. ,,Mensen kwamen voor een lagere periode naar De Panne. Bovendien werd een verblijf aan zee voor iedereen betaalbaar.''

De foto's van Annie van Gemert zijn typisch voor De Panne, vindt Vanthuyne. ,,De personages zijn heel goed weergegeven, zonder dat ze belachelijk worden gemaakt. De cabines waren toen nog heel persoonlijk, kleine huiskamers eigenlijk. Dat stukje nostalgie is helaas verdwenen.''

Terug op de zeedijk, waar het steeds drukker wordt, de Franse taal volop klinkt en de gezellige volksmens meer en meer bezit neemt van tearooms en terrasjes. Een zojuist gearriveerde badgast, begint enthousiast met op opblazen van zijn nieuwe pvc-boot. De kartonnen verpakking ligt ernaast.

Fietsenverhuurder Arizona, die zijn nering heeft ondergebracht in een van die oude villa's, doet goede zaken. Zijn klanten zijn voornamelijk kinderen, die met een trapauto van heen en weer scheuren op de dijk. Een enkeling, te klein om bij de trappers te kunnen, of te verwend, rijdt rond in een elektrisch aangedreven vehikel. Maar ook dat verloopt niet altijd probleemloos. Maman, schreeuwt een jochie van een jaar of zeven. Hij staat met zijn autootje voor een hek en weet niet hoe hij het gevaarte achteruit kan laten rijden. Maman, weerklinkt opnieuw de wanhoopskreet. De kleine chauffeur laat zijn auto achter en rent zijn moeder tegemoet. Hij voelt de blikken, vol minachting, van leeftijdgenootjes, die lustig rondkarren op eigen beenkracht.

Op het strand pakken de verhuurders van ligbedden hun boeltje bij elkaar. In de verte, bij de vloedlijn, probeert een voertuig zich door een vlieger te laten voortbewegen. Er is weinig wind. De driewieler is een variant op de zeilwagen, waarvan het eerste prototype in 1898 in De Panne werd gebouwd. Binnenkort is er een weer een wedstrijd, lezen we op affiches.

Auto's rijden af en aan, volgepropt met koffers, schepjes en emmertjes, fietsen op de imperiaal en kinderen die zeuren om een bezoekje aan Plopsaland. Het lange weekeinde is begonnen, de appartementen stromen vol.

La va et vient.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden