Review

De juut kon het ook niet wegleggen het kanon

’Kees de jongen’ is niet een boek, het is voor velen het boek, hoeveel boeken ze verder ook gelezen hebben.

In de zomer van 1943 werd er aan de deur gebeld. Ik deed open en zag een tuut staan. Tuut was het Utrechtse woord voor: politieagent. ,,Is je vader thuis?’’ Ik antwoordde: ,,Ik zal mijn moeder even roepen.’’ Ze verdween met de agent in de woonkamer en riep naar mij: ,,Ga je nog even langs Cornelis voor die appelen?’’ Appelen was het codewoord. Ik rende naar de buren Cornelis en Stempels en vroeg ze om uit te kijken of mijn vader langsliep en hem te waarschuwen voor die tuut.

Toen ik terugkwam zat de agent in de huiskamer. Hij legde zijn revolver op het tafeltje en vroeg: ,,Is er misschien iets te lezen?’’ Ik gaf hem het boek ’Kees de jongen’ dat ik net voor de zoveelste keer herlezen had. ,,Is het goed?’’ vroeg hij. Ik slikte en zei: ,,U vindt het vast heel goed.’’ Om zes uur pakte agent Van Dam zijn wapen en zei: ,,Misschien kom ik terug, kun je onthouden dat ik op pagina 103 ben?’’

Daarna kon ik nooit de passage lezen over het nieuwe kledingstuk dat de vader van Kees op pagina 103 aan Kees belooft, zonder aan die schoft te denken die mijn vader kwam vermoorden. Ik was zo oud als Kees. Kees zijn vader sterft in het boek. De manier waarop Theo Thijssen (1879-1943) dat beschrijft doet niet onder voor de wijze waarop Tolstoj en Balzac doodsbedden schilderen. Hij had zelf op zijn elfde jaar meegemaakt hoe zijn vader, die schoenmaker was, zoals de opa van Jaapje, aan tbc doodging.

Vele jaren later zag ik in Haarlem het toneelstuk dat Gerben Hellinga over Kees de jongen maakte, waarbij Kees was gesplitst in een Kees zoals je hem ziet, en een Kees zoals hij denkt. De scène waarin Kees zijn vader sterft zag je lang aankomen, en toch: tot mijn schrik stikte ik bijna van ontroering toen het gebeurde.

’Kees de jongen’ is geen treurig boek. Kees is een stoere, slimme, sympathieke jongen die aan één stuk door loopt te fantaseren. Ieder mens denkt onophoudelijk, maar nog nooit heb ik het in een boek zo precies en geloofwaardig kunnen nalezen. Dostojewski vertelt ook graag de gedachten van mensen, maar dat zijn altijd buitenaardse wezens.

’Kees de jongen’ is geen kinderboek. Wie kan lezen, die leest het. Nooit heb ik iemand ontmoet die het niet prachtig vond. Het was wel in de eerste veertig jaar na zijn verschijning een boek dat, om redenen die mij nooit duidelijk zijn geworden, buiten de officiële ’Nederlandse literatuur’ viel. Er zijn veel Nederlandse literatuurgeschiedenissen waarin ’Kees de jongen’ tot mijn ontsteltenis niet genoemd wordt. Des te erger voor die literatuurgeschiedenissen.

Kees woont in de Jordaan. Zijn avonturen spelen zich vooral af in zijn eigen hoofd en geven ons een prachtig inzicht in het leven een eeuw geleden in arm Amsterdam. Hij lijkt op Wouter Pietersen in zijn rationaliteit en eerlijkheid, en hij lijkt op Jaapje van Looy in zijn resolute denken en in zijn prachtige liefde voor een meisje, nu niet Leentje maar Rosa. Zoals generaties van lezende mannen de vrouw waar ze verliefd op worden bij zichzelf Aphrodite, Laura, Fancy of Marilyn hebben genoemd, zo noem ik haar altijd Rosa.

Het boek, dat in 1923 verscheen, lijkt in één adem opgeschreven. In werkelijkheid verscheen het in fragmenten in een door Thijssen in 1905 opgericht onderwijzersblad, waarbij de zetters hem vaak vertelden hoeveel regels er nog bij moesten. Theo Thijssen heeft meer mooie boeken geschreven, maar ’Kees de jongen’ zal blijven leven zolang de Nederlandse taal en jongens bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden