De Johannes Passion kun je in één dag leren

Beeld Colourbox

Binnen een paar uur met een groep wildvreemden een muziekstuk instuderen en uitvoeren: het lijkt Monica Wesseling wel wat. Van te voren oefenen? Wat een onzin.

Of ik tevoren wel in een klasje heb gezeten of op zijn minst thuis van blad mijn partij heb geoefend? De Johannes Passion is immers een meesterwerk en ja, dat is toch echt wat anders dan zingen onder de douche, zo wordt tijdens een etentje de avond tevoren waarschuwend opgemerkt. En heus, hij kan het weten. Hij deed al vijf keer mee.

Wat een onzin, denk ik dan nog. ‘Scratchen’ gaat toch juist om pardoes en met twee benen tegelijkertijd in muziek springen? Zonder oefening vooraf, zonder stemtraining gewoon fijn een paar uren met wildvreemden een muziekstuk instuderen en ’s avonds uitvoeren?

En dus loop ik de volgende zondagochtend argeloos naar de Pieterskerk in Leiden, neuriënd uit mijn doucherepertoire. Eindelijk doen wat ik al zo lang wilde: scratchen.

Glimlachend denk ik terug aan een uitvoering van mijn schoolkoortje. Daar stond ik dan, als negenjarige in mijn nieuwe overgooier, vast overtuigd dat er in de zaal een kenner zat die me zou ontdekken. Een glanzende zangcarrière in het verschiet…

700 stemmen

Het kerkplein staat vol alsof het kerstavond is, met dat verschil dat de stemming beduidend uitgelatener is. Binnen wijzen vrijwilligers de weg en exact om half tien staan 700 zangers en zangeressen rond een veertigkoppig orkest opgesteld. Zonlicht verzacht de kolossale pilaren en maakt de hoge gewelven bijna huiselijk.

Peter Valk, de dirigent van vandaag, komt op, applaus klinkt meteen gevolgd door een verwachtingsvol staren van 700 popelende zanggenoten. Ik staar mee, benieuwd maar ook wat gespannen. Kan ik wel toon houden, kras ik niet te veel als een kraai, ben ik een aanwinst of een dissonant?

Het begint vertrouwd - handen wrijven en klappen- en al snel staan we te mi-mo-mi-ma-mo’en en Jo-jo-ha-ha-ha-nes te zingen om lekker los te komen in lijf en geest. De ‘Jo’ moet steeds hoger duidt de dirigent en 700 stemmen volgen. Om me heen kijkend zie ik vooral heel veel grijze haren, leesbrillen en stevige stappers. Grijsheid in haren en grijsheid in muziekboeken. Het eerste grijs is mijn voorland, het tweede vreeswekkend want de boeken vol noten zien er gebruikt en geleerd uit.

Fluisterend vertrouw ik mijn buurvrouwen toe de partij nog niet te kennen en heel eerlijk gezegd zelfs niet met het werk van vandaag, de Johannes Passion, vertrouwd te zijn. Met een ‘komt goed hoor, wij nemen je wel mee’ word ik gerustgesteld.

Lange piekertijd is er gelukkig niet want de eerste te oefenen koraal wordt afgekondigd. Ik gluur voor de goede bladzijde, sla mijn geleende splinternieuwe boek open en plant de voeten op de grond voor stevigheid.

Bladmuziek

De notenbalk voor de altpartij staat gelukkig niet al te vol noten en geleid door mijn buren ga ik op in 700 stemmen. Dat gaat fijn. Gewoon zingen. Hoezo oefenen in een klasje? We bladeren door naar koraal 14. De eerste twee maten zijn voor de bassen, dan drie voor de sopranen gevolgd door ons alten, concludeer ik. Licht trots over zoveel bladleeskunst begin ik geconcentreerd af te tellen. Maat een, maat twee, maat drie. Maar dan opeens hoor ik de alten om me heen invallen. Uit de maat en uit de muziek rep ik me achter ze aan in de hoop ze nog in te kunnen halen. Wenkbrauwen fronsen, blikken worden geworpen. Ik begrijp het sein.

Stil wacht ik tot het einde, blij dat er een nieuw stuk op stapel staat. Maar blij ben ik maar heel even. Want o, hoe vreselijk vol staan die balken! Zwart van de noten die ook nog eens op en neer en op en neer gaan. Noten én tekst.

Ik stort me erin, hup van noot naar noot, laat de stembanden trillen, de adem in nood komen, de schouders op ooghoogte en bereik probleemloos het einde. Denk ik. Maar nee. De anderen zijn al een volle bladzijde verder.

En ik? Ik krijg een enorme flashback. Een flashback van jazzballetles tijdens mijn studententijd. Gekleed in een - naar bleek - foute, simpele korte broek stond ik daar, te midden van strakke lijven in flitsende pakjes. Kekke, snelle vrouwen. Ze stappen, draaien, zwieren en zwaaien en ik, ik kom steeds vijf seconden later. Zij hun arm alweer omlaag, ik net in de opwaartse beweging, zij naar achteren, ik naar voren.

De flashback maakt me moedeloos, deze zondagmorgen, en hoe ik het ook probeer, de zanglust is verdwenen. Verdwenen is ook de energie. Ik stroom leeg en sleep me naar de pauze. “Heerlijk hè”, zegt mijn buurvrouw tevree. Ik knik en maak me uit de voeten. Sneaky sluip ik de kerk uit, over de keitjes terug naar huis. Twee koppen thee en een stapeltje koekjes later ben ik weer boven jan en pak - uit lust in tegenpolen - de stofzuiger om precies op tijd, in de juiste cadans en volgorde rond te zwieren.

Terugdenkend aan de ochtend welt een gigantische bewondering op voor al die 700 (min 1) zangers en de orkestleden in me op. Wat een moed om eerst thuis zo goed te oefenen, wát een inzet en energie deze morgen. Uren oefenen en dan ook nog eens een uitvoering vanavond. Bewondering, bewondering. En een heel zeker weten: ook zonder overgooier zal ik nooit worden ontdekt.

From scratch

Bij het woordt ‘scratchen’ denken sommigen in eerste instantie misschien eerst aan hiphopmuziek en het met de hand razendsnel voor- en achteruit draaien van een vinylplaat. Maar in deze context verwijst het naar ‘from scratch’: vanuit het niets beginnen. Vandaar dat het ook de benaming is van een sinds het begin van het millennium opgekomen, en steeds populairder wordende bezigheid. De Scratch Messiah, de Scratch Matthäus: het hele jaar door valt er wel ergens te scratchen. Wel is - zo leert dit verhaal - enige zangkunst en -oefening vooraf toch handig.

De Leidse scratch-dagen waren in februari, maar wie googelt op ‘scratch’ ‘zingen’, ‘koor’ en ‘sing-a-long’ komt van alles en nog wat tegen. Of kijk op singalongevents.nl, al jarenlang organisator van allerlei meezing-evenementen. Hier staan ook links naar buitenlandse sing-a-longs.

Lees ook:

Matthäus-moe? Genoeg Bach gehoord in de weken voor Goede Vrijdag? Dit zijn de alternatieven.

Bijna tweehonderd uitvoeringen van de ‘Matthäus-Passion’ zijn er deze weken in het land te beluisteren. Maar wat nou als je genoeg hebt van dat eeuwige Bach-automatisme in Nederland. Waar kun je heen met een alternatieve lijdenswens? Trouw zocht naar de alternatieven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden