InterviewAbdelkader Benali

De Hollandse piraat die handelaar in witte slaven werd

Van Jan Janszoon zijn weinig afbeeldingen bekend. Deze prent is gemaakt aan de hand van omschrijvingen uit de 17de eeuw, onder meer op basis van een schilderij van Janszoon uit 1650 (rechts) verbeeld door Pier Francesco Mola. Het origineel daarvan hangt in het Louvre.

Abdelkader Benali belicht een onbekende geschiedenis in een essay dat hij schreef voor de maand van de geschiedenis. Jan Janszoon verdiende de kost als kaper, en eindigde als admiraal in het huidige Marokko waar hij witte slaven hield.

Mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, migranten die schipperen tussen Europees-christelijke en islamitische identiteiten. Abdelkader Benali schreef een actueel verhaal – zij het van eeuwen her – voor de Maand van de Geschiedenis, die morgen begint. Maar zijn verhaal bevat ook minder hedendaagse, exotische ingrediënten, zoals piratenstaten waar Nederlandse ‘renegaten’ – bekeerlingen tot de islam – rijk werden met handel in witte slaven.

In zijn essay ‘Reizigers van een nieuwe tijd’ schakelt Benali voortdurend van het ene tijdperk naar het andere, en van zijn persoonlijke geschiedenis naar die van historische personen. Centrale figuur is Jan Janszoon, alias Moerad Raïs (1570-1641). Deze Haarlemmer verdiende eerst de kost als ‘kaper’ – piraat, die met permissie van de Nederlandse Staten-Generaal Spaanse schepen beroofde. Hij eindigde als admiraal van de piratenstaat Salé, bij de huidige Marokkaanse hoofdstad Rabat.

Abdelkader BenaliBeeld Maartje Geels

Benali: “Jan Janszoon kwam ook al voor in het boek ‘Marokko door Nederlandse ogen 1605-2005’, dat ik in 2002 samen met historicus Herman Odeijn heb geschreven. Een man die in Marokko terechtkomt, moslim wordt en zich daar een positie verwerft: hij leek me een van die heel uitzonderlijke witte raven die door de geschiedenis fladderen.” Een paar jaar geleden stuitte Benali in zijn geboortestreek, Noord-Marokko, weer op het thema ‘piraterij’. “Ik maakte een documentaire met een jongere Amsterdamse die op zoek was naar haar wortels. We belandden aan de noordkust, waar ik ook geboren ben: een plek van armoe, waar mensen van oudsher uit wegtrekken.”

“Daar ontmoetten we een meneer die met prachtverhalen kwam over piraten. ‘Vroeger, als de mist kwam opzetten, gingen de vissers uit het dorp hier staan, en dan bliezen ze op een lamshoorn’, vertelde hij. De Europeanen op hun schepen dachten dan dat ze bij de haven van Melilla (de Spaanse enclave in Marokko) waren, en liepen vast. Vissers brachten de opvarenden aan land, verkochten hun goederen, en berichtten diplomatieke gezanten in Tanger dat ze tegen een fiks bedrag de bemanning konden vrijkopen.”

Vorig jaar vroeg de organisatie van de Maand van de Geschiedenis Benali of hij een essay wilde schrijven. “Het thema is Oost-West, daar pas jij goed bij, zeiden ze. Mijn eerste gedachte was: ik moet vertellen dat ik een kind ben van piraten. Als ik de lezers dat uitleg, dan begrijpen ze wie Abdelkader Benali is. Dat leek me ook een mooie manier om dat verhaal van Jan Janszoon persoonlijke kleur mee te geven. Wij denken bij dat thema Oost-West aan de moderne migrantenstromen van Oost naar West, en van Zuid naar Noord. Maar piraat Jan Janszoon ging van Noord naar Zuid. ”

Roemruchte havenstad

Benali dook in de geschiedenis van de streek, de Rif – tot de negentiende eeuw berucht als piratenregio – en zijn geboortedorp aan de Middellandse Zee: Ighazzazzen. Waar komt die naam vandaan, vroeg Benali zich af. Zou die naam verband houden met die roemruchte verwoeste havenstad, Cazzaza?

Benali: “Cazzaza was vermaard als knooppunt in de trans-Afrikaanse handel met Andalusië, dat tot eind vijftiende eeuw in Moorse handen was. Het was ook de stad waar de Moorse vorst Boabdil in 1493 landde, nadat de Spanjaarden hem uit Andalusië hadden verjaagd. De ligging is met onzekerheid omkleed, maar met hulp van een Marokkaanse historicus heb ik het kunnen lokaliseren: het lag zo’n 20 kilometer ten zuiden van mijn geboorteplaats, Ighazzazzen.”

Nazaat van piraten

Tussen beide plaatsen ontdekte Benali inderdaad verband. Niet lang na Boabdils landing maakten de Spanjaarden Cazzaza met de grond gelijk. Veel inwoners, onder wie uit Spanje verdreven Moren die met Boabdil waren meegereisd, vestigden zich in een nieuw dorp: Benali’s geboortedorp Ighazzazzen. “Toen ik dat ontdekte was ik natuurlijk zeer gefascineerd, in mijn beleving had mijn dorp geen geschiedenis.”

Benali – migrant, nazaat van piraten en Moorse vluchtelingen – ontdekte ook een verband tussen zijn voorouders en die geheel andere migranten, de Europese piraten die zich in Marokko vestigden. Jan Janszoon had één ding gemeen met de Moren die zich na hun verjaging uit Spanje in Marokko vestigden, zo schrijft Benali: een gloeiende hekel aan de Spanjaarden.

Janszoon was opgegroeid met de verhalen over het beleg van Haarlem (1572-73). Gedreven door ressentimenten en winstbejag konden avonturiers als Janszoon Spaanse schepen overvallen, als een soort particuliere marine van de Republiek, die daartoe tijdens de Opstand met graagte kaperbrieven uitvaardigde. Maar het Twaalfjarig Bestand met Spanje in 1609 maakte een abrupt einde aan Janszoons broodwinning.

Hij besluit dan voor zichzelf te beginnen. Janszoon raakt in contact met Soliman Reys, een renegaat, in Nederland geboren als Ivan de Veenboer. Deze neemt Janszoon mee naar Algiers, een piratenbolwerk onder protectie van het Ottomaanse rijk. De stad is een multiculturele samenleving van Venetianen, Genuezen, Grieken, Berbers, Spanjaarden, Engelsen, Ieren, Joden Fransen en Hollanders. Die laatsten staan hoog in aanzien om hun scheepskennis. Belangrijke inkomstenbron in Algiers is de handel in witte slaven – in twee eeuwen tijd viel dat lot ongeveer een miljoen Europeanen ten deel, schrijft Benali.

Om onder bescherming van de sultan te mogen kapen, gaat Janszoon over tot de islam. Als Moeraid Raïs vestigt hij zich in een andere stadstaat van zeerovers: Salé, bij het huidige Rabat. Bij de Nederlanders verwerft hij een reputatie als bemiddelaar tussen Nederlandse gezanten die gevangen landgenoten komen vrijkopen. 

Functie van admiraal

Maar bij zijn stadsgenoten maakt hij naam als zeerover. Bij een expeditie in 1627 neemt hij vierhonderd IJslanders mee naar Algiers en Salé, en in 1631 voert hij uit het Ierse dorp Baltimore 237 inwoners af als slaaf. Moerad Raïs krijgt de functie van admiraal van de stadsstaat. Benali: “Over Baltimore en IJsland zijn mooie boeken geschreven. Het was horror voor de bewoners. Mannen met tulbanden en kromzwaarden kwamen brullend op ze af, die stonden gelijk met 10 – 0 voor. Ook de overval in IJsland is goed beschreven, omdat een van de gevangenen, een geestelijke, werd vrijgelaten om bij de Deense kroon te pleiten voor het vrijkopen van de gevangenen.”

Een opmerkelijke carrière, maar vertelt Benali: “Jan Janszoon was niet zo’n uitzondering als ik veronderstelde: vanaf de zestiende eeuw waren er zeker honderden, vermoedelijk duizenden ‘renegaten’. Ze bekeerden zich tot de islam om economische motieven, niet omdat ze verkering kregen of het licht zagen.” 

De renegaten trokken een andere culturele jas aan, en dat ging eigenlijk vrij makkelijk, schrijft Benali. “Het werd getolereerd, zo laat onderzoek van Maartje van Gelder, docente aan de Universiteit van Amsterdam, overtuigend zien. Als Janszoons schip in 1623 averij oploopt, gaat hij in Veere aan land, hoewel hij wijd en zijd bekendstond als renegaat, die zich had laten besnijden en ook Nederlandse schepen kaapte. Hij rekruteert er zelfs scheepsjongens, blijkbaar hadden de mogelijkheden die zo’n reis bood grote aantrekkingskracht.”

“Het is eigenlijk niet uit te leggen”, erkent Benali. “Janszoon heeft enerzijds Nederlandse schepen gekaapt en aan land gehaald, en hij heeft ook slaven gehouden. Maar in zijn politieke functie als admiraal van piratenstad Salé kon hij ook zakendoen met de Republiek.”

Geen slaven voor altijd

Een ‘moderne grensganger’ noemt Benali Jan Janszoon/Moerad Raïs in zijn essay. “Hij grijpt de kansen in een tijd vol oorlog en verdrijving. Op een plek, de Middellandse Zee, waar het nu ook pijn doet in Europa, waar mensen – Syriërs, Irakezen, Afrikanen en ook Marokkanen – op een bootje stappen. Die zee biedt kansen maar herbergt ook de dood: lucratief terrein voor de mensensmokkelaar. Als ik denk aan de witte slaven van toen, die pas vrijkwamen in ruil voor geld, dan denk ik ook aan die mensensmokkelaars in Libië die mensen dwingen om alles af te geven voordat ze weer vrij zijn. Dat maakt Moerad Raïs voor mij heel modern.”

Zou die geschiedenis van die witte slaven passen in het nieuw te openen slavernijmuseum? Benali: “Goede vraag. Maar bedenk wel dat dit een heel ander verhaal is dan de trans-Atlantische slavenhandel: die was veel omvangrijker en commerciëler van opzet. Witte slaven konden worden gemarteld, op de brandstapel belanden of achter een paard worden voortgetrokken door de straten van Algiers. Maar ze waren in veel gevallen geen slaven voor altijd, ze konden worden vrijgekocht en werden niet ingezet voor zware arbeid op plantages. In die zin was de slavernij niet geïnstitutionaliseerd als in de westerse kolonies. En velen werden moslim en konden mettertijd onderdeel uitmaken van de samenleving want volgens de sharia mogen moslims geen moslimslaven houden.”

In Marokko is de geschiedenis van de kapers bekender dan bij ons, vertelt Benali. “Maar wat ook sterk leeft is het verhaal van ‘1492’, de verdrijving van de Moren, als breuk in de geschiedenis, het idee dat de Marokkaanse beschaving op haar hoogtepunt was in Andalusië. Wat wij in het Westen hebben met de oude Grieken, hebben zij met Andalusië: een ideaal om je op te richten. Maar het is pijnlijk, want in dat hoogtepunt zit de ondergang al besloten.”

“Salé werd deels gebouwd door vluchtelingen uit Andalusië. Ook Moerad Raïs was vluchteling, verdreven door Spaanse agressie in de Lage Landen. Wat voor mij een openbaring was: op dezelfde dag dat Filips III in 1609 de vrede met Nederland tekende, vaardigde hij nog een edict uit. Omdat hij als katholiek wat goed te maken had vanwege die vrede met de Nederlandse protestanten beval hij de laatste Moren te verdrijven. Daar werd wel heel veel geschiedenis op één dag geschreven.”

Reizigers van een nieuwe tijd, Abdelkader Benali, Arbeiderspers, € 3,95

Lees ook: 

Het Mauritshuis laat vanaf nu ook de slavendrijver Johan Maurits zien

Prins Johan Maurits zat dieper in de slavenhandel dan tot dusver bekend. Het Mauritshuis in Den Haag schenkt voortaan permanente aandacht aan deze onderbelichte zijde van zijn naamgever.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden