Review

DE HIERARCHIE VAN PIJN

Op een zonovergoten dag speelt Vera Klein, een meisje van acht, de prachtige dochter van Paul en Oda, in het zwembad van buurvrouw Inez. Vera maakt bommetjes, spettert en krijst van plezier. Totdat Inez haar even uit het oog verliest. Heel even maar,één moment droomt ze weg, binnen op de bank: ,,In de verte een schreeuw. De noodkreet van een vogel. Dan is het stil. (. . .) Inez opent haar ogen. Ze staat op en loopt naar buiten. Vera! Vera?'

De ultieme angst van elke ouder wordt waarheid in 'Liefdesdood', de nieuwste roman van Oscar van den Boogaard. Als Inez buitenkomt, ligt Vera bewegingsloos op de bodem van het zwembad. Alleen haar haar beweegt als zeewier. Het meisje wordt opgedoken, er wordt geprobeerd haar te reanimeren. Maar het mag niet baten. Vera heeft haar laatste adem uitgeblazen.

De dood van een meisje van acht is zo ongeveer het meest dramatische waarmee een schrijver zijn roman kan laten beginnen. Het is geen zwembadbommetje, maar een bom. De openingsscène van 'Liefdesdood' werpt een inktzwarte schaduw over alle volgende bladzijden en beheerst alle handelingen, gedachten en emoties van de ouders, Paul en Oda, die gekweld en eenzaam in het verhaal achterblijven.

Vanzelfsprekend is Oscar van den Boogaard zich bewust geweest van het effect en de tragische kracht van zijn onderwerp. Hij is op zoek gegaan naar de meest genadeloze schok, die hij kon bedenken. Buurvrouw Inez laat hij hardop denken: ,,Je ouders verliezen is tragisch, je geliefde verliezen ondraaglijk, je kind verliezen het ergste wat er is. De hiërarchie van pijn.'

Zo bezien is 'Liefdesdood' de natuurlijke tegenhanger van Van den Boogaards vorige roman, 'De heerlijkheid van Julia'. Dat boek was een explosie van opwinding, seksuele sensualiteit en extase: ,,Zonnige heuvels golfden als een kalme zee waarin ze niet kon verdrinken, velden paardenbloemen spreidden zich in het oneindige uit. Er wachtten geen broden in ovens, geen appels in bomen, geen oude vrouwtjes. (. . .) Julia kreeg vaart, kwam los van de grond, steeg op.'

In 'Liefdesdood' is de extase uitgebannen. Paul en Oda, de buren Inez en Hans, en ook de generaal Emile, Pauls kameraad in het leger, dalen na de dood van Vera af in de diepste krochten van hun gevoel. Ze staan stijf van ingehouden spanning, van uitgesproken en onuitgesproken verwijten, van schuld en verdriet: ,,De zon staat stil, de natuur staat stil, de schaduwen zijn verdwenen.'

Mocht nu de indruk zijn ontstaan dat 'Liefdesdood' stilistisch een sobere en sombere indruk maakt, dan is dat ten onrechte. Van den Boogaard bezingt de rouw uit alle macht. Zijn stijl spat van de pagina's. Steeds hanteert hij een ander register. Nu eens schrijft hij in naef kinderproza, dan weer in hoogdravend ijle zinnen. Hij hanteert even gemakkelijk pure lyriek als de cynische botte bijl. Soms brengt hij zelfs alles terug tot een droeve kwinkslag: ,,Waar houdt een mens met verdriet zich op? Tegen een schuurtje geleund in de achtertuin. In het voorportaal van een huis. In een ranzige snackbar met de rug naar de deur. In een donker park. In een kerk op de achterste bank. Bij een vriendin (. . .)'

De almaar dwarrelende vorm (als een 'Veertje', zoals Vera vaak wordt genoemd, dat uit de lucht valt) heeft Van den Boogaards moeten behoeden voor het gevaar van melodrama en larmoyant gesnotter. Het moet worden toegegeven: in 'Liefdesdood' loopt hij af en toe akelig dicht langs de rand van de afgrond. Sommige passages zijn zo mooi gepolijst en glimmend geschreven, dat ze bijna pervers aandoen als je je realiseert waar 'Liefdesdood' werkelijk over gaat.

Toch stort Van den Boogaard nergens naar beneden. Vanaf de eerste zin van zijn roman laat hij merken de peilloze diepten van de kitsch in het oog te houden, maar zelf op de grond te blijven. Niet voor niets laat hij 'Liefdesdood' beginnen als een variant op een sprookje. ,,Er was eens', begint hij vrolijk, om boosaardig te vervolgen: ,,een matroos die het eind van een touw inslikte en door de kronkelingen van zijn darm de mast in werd gehesen. Meisjes van acht begrijpen zoiets niet.' Meteen weten we: dit wordt een gruwelijk sprookje. En het verhaal dat volgt, bewijst het.

De dood van Vera blijkt, zoals de slaap van Doornroosje, te zijn aangekondigd. Een tandenloze waarzegster in de tropen vertelt tijdens de Tweede Wereldoorlog aan Paul, in het bijzijn van Pauls 'kameraad' Emile, dat hij zijn kind zal verliezen. Als de voorspelling jaren later ook werkelijk uitkomt, is Paul verbijsterd en verdoofd. Zijn vrouw, de mooie, maar ogenschijnlijk koele Oda, vlucht weg. Ze is een tijdje spoorloos. Als ze naar huis terugkeert, kan ze Pauls aanwezigheid niet langer velen: ,,Haar herinneringen mogen worden afgevoerd, worden uitgestort in zee, ver weg, voor haar part een eigen leven. Stop!'

Paul is radeloos. Hij weet niet waar Oda vlak na de dood van Vera is geweest en ook Emile ontwijkt hem. Hoe kan hij zijn verdriet verwerken? Wanhopig verlaat Paul de plek des onheils. Hij gaat een paar jaar werken op een marinebasis in Paramaribo. De brief waarin Paul zijn terugkomst aankondigt, voorziet Oda van snijdend cynische commentaren. Eenmaal weer thuis laat zij hem niet in haar bed toe, maar laat hem slapen in de 'martelkamer': Vera's oude kamertje. ,,Dit is geen leven', verzucht Paul. ,,Dit is een echec.'

Kort na Pauls terugkomst lijkt er toch wat lucht te komen in de verstikkende sfeer. Een gast van Inez en Hans, het vijftienjarige meisje Daisy (wat een bedrieglijk lieflijke naam!), komt een tijdje logeren. Daisy dient even als surrogaatdochter, maar blijkt uiteindelijk, zoals zij zelf zegt 'a bat out of hell' - naar een popsong van hardrockster Meatloaf. Daisy schudt de zaken hardhandig door elkaar, probeert Paul zelfs te verleiden en vertrekt dan weer. Oda heeft het gevoel voor een tweede keer een dochter te verliezen: ,,Een dochter verliezen. Een dochter wier geroep, gegil, gelach dichtbij of ver weg als een lied van een vogel in een bos, de afstanden aangaf en haar wereld afbakende. Sinds zij zwijgt is Oda's wereld onbegrensd.'

De grenzen worden in de roman nooit gesloten, de schaduw van Vera's dood blijft eeuwig hangen. De hiërarchie van pijn breekt zelfs de grootste liefde. Die treurige, onafwendbare conclusie blijft aan het einde bestaan, al worden op de laatste bladzijden van 'Liefdesdood' veel raadsels opgelost. Waar was Oda na de dood van Vera? Waarom ontwijkt Emile zijn 'kameraad' Paul? Achter het antwoord op deze vragen blijkt zich nog een diepe tragedie te verbergen, die ik hier niet zal verraden.

Moet over de plot in een recensie onduidelijkheid blijven bestaan, over de stijl van 'Liefdesdood kan ik duidelijk zijn: Oscar van den Boogaard heeft een tintelende roman geschreven, die vertedert en verteert, fascineert en ontroert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden