Review

De hervonden tijd van Antonio Muñoz Molina

Antonio Muñoz Molina: Ruiter in de storm. Vertaald door Ester van Buuren. De Geus, Breda; 640 blz. - ¿ 60.

ILSE LOGIE

Ze zijn bovendien een rechtstreeks gevolg van Muñoz Molina's uitdrukkelijke voornemen het taboe dat in de jaren tachtig rustte op elke uiting van emoties, te doorbreken. Een kenmerk van de roman is dan ook de ongeremde gedrevenheid waarmee de verteller optreedt. Hij balanceert voortdurend op het slappe koord, en wat hem behoedt voor willige retoriek, zijn een onbetwistbaar schrijftalent, een scherpe intelligentie en een hechte compositietechniek.

Hoofdpersonage Manuel is vijfendertig, eenzaam en introvert. Hij leidt een zwervend bestaan als conferentietolk tot hij onverwacht in Madrid, en later in New York, de half Spaanse, half Amerikaanse Nadia ontmoet, van wie hij niet meer wist dat zij indirect een belangrijk stuk verleden met hem had gedeeld in zijn geboorteplaats Mágina. In een zeshonderd bladzijden durende dialoog halen de twee, in een staat van amoureuze vervoering, herinneringen op aan dat fictieve Zuidspaanse stadje. Geheugensteun bij deze 'zoektocht naar de verloren tijd' is een hutkoffer vol foto's. Ze waren ooit door de dorpsfotograaf van Mágina geschonken aan Nadia's vader, die ze aan zijn dochter naliet.

Aan de hand van de portrettengalerij herleeft 'het rijk der stemmen', de dorpsgemeenschap van Mágina. De verhaaldraden vertrekken in 1870 en leiden, via de militaire dictatuur van Primo de Rivera, de tweede Republiek en de Burgeroorlog, naar het Franco-regime om in het tweede en derde luik bij het heden aan te knopen.

De familiekroniek begint bij Manuels overgrootvader Pedro. Lang wordt stilgestaan bij diens zoon, Manuels grootvader, die bij de oproerpolitie werkte en in een kamp terechtkwam omdat hij, op de dag dat de fascisten in Mágina de macht overnamen, zoals altijd in zijn unifrom naar de kazerne trok. Om een soortgelijke reden werd ook Nadia's vader, de republikeinse commandant Galaz, tot verrader uitgeroepen.

Het is er Muñoz Molina om te doen het overdreven politieke beeld dat buitenlandse auteurs - met name Ernest Hemingway in 'For Whom the Bell Tolls' - van de Burgeroorlog hebben opgehangen, enigszins te temperen. De heldenmoed van deze personages heeft volgens de auteur vooral te maken met het ethos van onverzettelijkheid dat toen hoog in aanzien stond. Ook Manuels vader, met zijn onvoorstelbare werkkracht en weerbarstige koppigheid, getuigt van deze mentaliteit.

De verteller wil in dit deel de onbuigzame orde der dingen oproepen, zoals die zich in het landelijke Mágina op het ritme van de seizoenen en getekend door de verstikkende etiquette van de ceremonie, ontrolde. Mágina was een beschut, nog niet onttoverd oord, waar het poëtische gehalte van de ontstaanstheorieën recht evenredig was met de hardnekkigheid van de vooroordelen tegenover heksen, teringlijders en homoseksuelen. In deze sfeer groeit het jongetje Manuel op en als kind al droomt hij ervan ooit naar verre landen te trekken. In zijn puberteit, die in het tweede deel van de roman aan bod komt, en die samenvalt met het lange haar en de spijkerbroeken van de vroege jaren zeventig in Spanje, zetten enkele nieuwe helden zijn opstandigheid kracht bij: Eric Burdon, Lou Reed en vooral Jim Morrison, wiens popsong 'Rider on the Storm' voor Manuel de belofte inhoudt van een woest en onverschrokken bestaan. Uit de grond van zijn hart wil hij nu weg uit het achterlijke Mágina.

Zodra Manuel in Madrid gaat studeren, worden zijn hersenspinsels ten dele werkelijkheid. Maar tegen zijn opgestapelde hunkering is weinig bestand. Zelfs de toegang tot alle wereldsteden van betekenis, die zijn leven als conferentietolk hem verschaft, blijkt onvoldoende. Overal sleept het personage de innerlijke gekweldheid van de balling met zich mee, ook al maakt hij zich ogenschijnlijk al het vreemde eigen. Desondanks stelt hij na verloop van tijd en met ironische afstandelijkheid vast dat zijn hotelkamers 'de gezelligheid van een parkeergarage' hebben, en dat zijn tijdsbeleving grondig is verstoord. Kortom, de vrijheid als doel op zich, als gekoesterde fetisj is slechts een lege huls, en Manuels bereidheid om die vaarwel te zeggen groeit met de dag.

Een mogelijke uitkomst wordt hem geboden door een van die gestuurde toevalligheden waar Muñoz Molina veel geloof aan hecht. Wanneer het personage, tussen twee vluchten door, een achteloos bezoekje brengt aan de Frick Collection in New York, slaat de motor van de onvrijwillige herinnering aan, en brengt zo het genezingsproces op gang. Als aan de grond genageld blijft Manuel staan voor het (toen nog aan Rembrandt toegeschreven ) schilderij 'De Poolse ruiter', dat een jonge man voorstelt die op een wit paard door een nachtelijk landschap rijdt met in zijn ogen een onbevreesde, dromerige blik. De confrontatie mist haar uitwerking niet. Ooit, op een van die schaarse dagen uit zijn jeugd die Manuel met Nadia doorbracht, stond hij oog in oog met de reproduktie van dit doek. Nadia's vader had die in een antiekwinkeltje op de kop getikt, en nu was de afbeelding, samen met de hutkoffer, bij Nadia beland.

Het zien van het schilderij zelf, zoveel jaar later, heeft op Manuel eenzelfde ingrijpende effect als de madeleine of de misstap op het ongelijke plaveisel van een binnenplaats op Proust's verteller Marcel. De ongezochte herinnering is haarscherp, en de waarneming ervan veel opmerkzamer dan bij het eerste contact.

In het laatste deel van het drieluik, merkt de lezer dat de via de foto's bewust opgeroepen herinneringen slechts een opwarmingsronde waren, maar dat het eigenlijke keerpunt van de roman er pas komt door die 'staat van genade', die het verleden van het hoofdpersonage als een tol in beweging zet, en de tijd buiten zijn oevers doet treden. De ruiter van Rembrandt versmelt met Jules Vernes' Michaël Strogoff uit Manuels jongensboeken, verandert meteen daarop in de ruiter uit hoorspelserie dertien die rond de vuurpottafel in Mágina werd beluisterd, om tenslotte bij Manuel de ongeschonden sensatie los te maken van hoe het voelde achter op het paard bij zijn vader te zitten.

De intuïtieve verbondenheid die Manuel met Nadia heeft, straalt af op zijn waardering voor Mágina. Na de noodzakelijke stadia van gehechtheid en verloochening te hebben doorlopen, begrijpt Manuel dat hij ertoe veroordeeld is een evenwichtskunstenaar te blijven, wiens onafhankelijkheid meer baat vindt bij het verwerken dan bij het verwerpen van zijn band met Mágina.

Wanneer hij, naar aanleiding van de dood van zijn grootmoeder, naar zijn geboortedorp terugkeert, accepteert hij dat hij uit verschillende lagen bestaat en dat de wereld vol onweerlegbare tastbaarheden uit zijn kinderjaren, die onherroepelijk tot het verleden behoort, daar één van is. Weliswaar lucht het hem op dat zijn familie het nu materieel beter heeft, maar tegelijk bestempelt hij deze vooruitgang als een doos van Pandora waarvan de bodem nog lang niet in zicht is. Het Spanje van vandaag heeft immers nog maar wenig met die trage, kalme kern van zijn bestaan te maken, en meer met smakeloosheid, het is 'een lomp, luidruchtig land waar iedereen overal rookt en altijd veel te hard praat'.

Manuel komt tot de slotsom dat er, ondanks het optische bedrog, op het schaakbord van winst en verlies enkel verschuivingen plaatsgrijpen. Om van de tijd weer 'een draaideur' te maken die hem ongestoord van de toekomst op het verleden laat overstappen, rest hem slechts één remedie: Mágina aan het papier toevertrouwen, er een naam van maken die bestaat 'uit ronde klinkers als het licht tegen het middaguur, harde medeklinkers even scherp als de hoekstenen van de monumentale panden van zandsteen, geel in de ochtendzon, koperkleurig in de namiddag, grijs op regenachtige dagen in die winters uit onze jeugd'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden