Review

De herinnering is een onbetrouwbare levensgezel

Hugo Pos: Voorbij Confucius. In de Knipscheer, Amsterdam; 192 blz. - ¿ 34,50.

Inmiddels heeft hij zes verhalenbundels op zijn naam staan, twee bundels kwatrijnen en een autobiografie, 'In triplo', die begin dit jaar met de E. du Perronprijs werd bekroond. Een belangrijke draad in dit laatste werk was het zelfonderzoek naar de betrouwbaarheid van het eigen geheugen. Pos kwam tot de conclusie dat de herinnering een onbetrouwbare levensgezel is. Niet alleen kleurt ze het verleden, maar ze laat ook essentiële informatie weg.

In zijn nieuwe verhalenbundel 'Voorbij Confucius' pakt Pos dit thema weer op. De vraag wat waarheid is, speelt een grote rol in de tien verhalen. Verwonderlijk is dit niet voor een oud-rechter die zich daar beroepsmatig een leven lang mee bezig heeft gehouden. Pos lijkt daarbij het patent te hebben op bijzondere plots, die hij bevolkt met gewone, onaanzienlijke mensen.

Een treffend voorbeeld hiervan is het verhaal 'Net als Pirandello'. De ik-figuur krijgt van de weduwe van zijn vriend Jacob Crokius twee nagelaten brieven. In de eerste, uit 1951, bekent Jacob zijn zoontje met een kussen te hebben verstikt, omdat het zijn kind niet was. In de tweede van veertig jaar later staat dat Jacob alleen zijn zoontje had doodgewenst en dat hij er nu niet meer zo zeker van was dat het zijn kind niet was.

De vraag naar de waarheid wordt nog versterkt door het feit dat de ik-figuur een bijna vergeten verhouding met de vrouw van Jacob heeft gehad, waardoor hij net zo goed de vader kan zijn. De ik-figuur heeft zo met de brieven van Jacob ook diens worsteling met de waarheid gekregen.

Dit overspringen van de ene figuur naar de andere is een opvallende trek in de beste verhalen uit 'Voorbij Confucius'. In het titelverhaal is het alsof niet de figuren van levenshouding veranderen, maar de levenshoudingen van figuur. De studente Sybille Conradie was in Suriname op de plantage Nijd en Spijt opgegroeid, waar ze een stil tegendraads verzet tegen de gevestigde orde ontwikkelde. Haar strikt logische denkwijze over het strafrecht wijkt in Leiden helemaal af van het gangbare denkschema.

Hierdoor komen in het verhaal de losheid en ongebondenheid te staan tegenover de ordenende sanctiebeluste regelgeving van de maatschappij, belichaamd in de repetitor Charles Brokaar. Maar halverwege het verhaal wisselen deze denkwijzen van persoon. Dat maakt Brokaar ongeschikt als repetitor, maar hij krijgt er een succesvolle advocatenpraktijk voor terug, want hij weet vindingrijk een andere uitleg te geven aan de normen van het strafrecht.

Het gaat Pos in dit verhaal om de balans tussen de binnen- en de buitenwereld. In het voetspoor van Confucius betoogt hij dat de uiterlijke verhoudingen moeten berusten op de innerlijke. Strakke regelgeving verstikt mensen, zoals aanvankelijk te zien is bij Brokaar en uiteindelijk bij Sybille. Volledige ongebondenheid leidt wwer tot het recht van de sterkste.

Er is nog iets opvallends aan 'Voorbij Confucius'. Pos laat de verteller herhaaldelijk uit het verhaal stappen om over het schrijven zelf te filosoferen. Zo merkt de verteller in het titelverhaal op: “Was ze nog maagd? Ik zou het u niet kunnen vertellen. Het is een misvatting dat een schrijver van korte verhalen alle intieme bijzonderheden van de personages die zijn verhalen bevolken zou kennen.” Elders vertelt hij dat hij geen boeken meer leest, maar ze verzint. “Dat wil zeggen, ik verzin een plot. En die plot vul ik op met mensen die ik eens heb ontmoet. Mensen, ze scheppen uit het niets, die helse arbeid - het bijvoeglijk naamwoord zegt het al - laat ik aan God over.”

In deze context wordt het geloofwaardig dat een levenskwestie van de verhaalfiguren kan overspringen op de verteller. In 'Juditha Triumphans' trouwt Connie, de weduwe van een door het regime-Bouterse vermoorde man, met de rechterhand van de Surinaamse bevelhebber. De verteller fantaseert een verhaal waarom ze dat doet: ze wil Bou het bed in krijgen en dan ontmannen. Dat lukt, maar Connie blijkt bij terugkeer in Nederland zwanger.

Dan heeft het probleem zich van de verhaalfiguren verplaatst naar de auteur: “Connie's beslissing om twee tegengestelde moraliteiten, die van Michaël en die van Bou, samen ineen te laten vloeien heeft mij, de scenarioschrijver, in een penibele situatie gebracht. Want ik ben nu degeen die het dilemma waar zij en wij allemaal voor staan moet oplossen.”

Pos is niet de eerste die worstelt met de vragen naar recht en waarheid. Hij doet dit wel met een volstrekt eigen geluid, zonder humbug en met een ongekend eerlijke introspectie. Vooral de lichtvoetigheid waarmee hij zogenaamd zware zaken weet neer te zetten is eigen aan Pos. Dat doet hij bijvoorbeeld met de prachtige Surinamisme dat hij tot verhaaltitel maakt. “Is niet vechten wij vechten, maar spelen wij spelen.” Het duidt een vrijpartij aan, die voor een buitenstaander alle kenmerken van een gevecht heeft. Pos speelt in 'Voorbij Confucius' opnieuw overtuigend met het feit en fictie. Creatief en overtuigend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden