Review

'De Here zal altied veur oes zörgen'

'Arm en toch rijk, Anne de Vries (1904-1964), kinderboekenschrijver', Letterkundig Museum, Den Haag, t/m 19 maart 1995, di t/m za 10-17 uur; zon- en feestdagen 13-17 uur.

Tijdens het voorlezen had je lekker lang de tijd om naar de plaatjes (van Tjeerd Bottema) te kijken. Eén van de platen die me altijd is bijgebleven is die van Absalom die met zijn lange haren in de boom hangt. Uit zijn ogen spreekt doodsnood en achter hem zie je Joab aankomen met de speer die hem zal doden. 'Absalom was een mooie prins met een vals en lelijk hart!' was er zojuist voorgelezen. Maar deze straf vond ik te erg. Ik had medelijden met Absalom en was kwaad op hem dat hij zichzelf dit had aangedaan. 'Stomkop!' foeterde ik in stilte, 'Een beetje opscheppen, nou ja, maar waarom moest je nou zo nodig gaan vechten tegen je vader!'

Dit soort herinneringen komt boven bij het zien van de tentoonstelling 'Arm. . . en toch rijk, Anne de Vries (1904-1964), kinderboekenschrijver' in het Letterkundig Museum te Den Haag. Het 'Kleutervertelboek' ligt er naast een aantal van de vertalingen ervan. Het is in ruim dertig talen vertaald, waaronder voor ons exotische als het Urdu (Pakistan), het Kanaresisch (Bangalore, India), het Kinyarwanda (Rwanda) en het Saramaccaans (Suriname). Samen goed voor zo'n drie-en-een-half miljoen verkochte exemplaren.

De tentoonstelling is bedoeld voor volwassenen en is zeer sober ingericht, saai zelfs. Maar wie is opgegroeid met het 'Kleutervertelboek', met 'Bartje', 'Hilde', 'Jaap en Gerdientje', 'Reis door de nacht' of 'Panokko' heeft weinig nodig om de herinneringen te laten stromen.

De panelen en vitrines zetten die herinneringen in een kader. Ze geven een helder overzicht van zijn leven en werk, van zijn geboorteplaats Assen, via de Drentse veenkoloniën waar hij onderwijzer was, het blindeninstituut Bartiméus te Zeist (1926-'36), Hooghalen (tijdens de oorlogsjaren), Suriname (1952-'53) naar opnieuw Zeist.

Wat goed uit de verf komt is dat Anne de Vries van Drenthe hield. Zijn debuut 'Evert in Turfland' (1930) speelt er: de hoofdpersonen waren kinderen uit zijn klas. 'Bartje' speelt er ook. In 1935 betekende dat boek zijn doorbraak (14 herdrukken binnen en jaar). En van het 'Kleutervertelboek' verscheen een Drentse versie, waaruit af te leiden valt dat De Vries' pakkende, frisse vertelstijl - nuchterder dan W. G. van de Hulst - zich goed leende voor vertalingen in volkstalen:

“Keuning Nebukadnezar was een keuning, die hiel riek en machtig was. Hy was de baos over de halve wereld.

Hy woonde in een prachtig paleis en hy had een hieleboel knechten. Maar dat waren gien gewone knechten! Dat waren allemaol prinsen. Want die keuning vuulde zuk zó veurnaam, dat e ok allien maor hiele veurname knechten hebben wol.

Der waren ok veer prinsen oet het volk Israel bij. En iene van die veer hiette Daniël.

Het was hiel muilijk en gevaorlijk, een knecht wezen van keuning Nebukadnezar. Want de keuning was zo groots en zo streng! As een knecht wat verkeerd dee, dan luut de keuning hum zo maor de kop ofhouwen!

Maor Daniël en zien drie vrinden waren niet benauwd. Ze hadden de Here lief. Ze dachten: De Here zal altijd veur oes zörgen.'

Verder valt op dat Anne de Vries een echte vooroorlogse schrijver was, uit de tijd dat de wereld nog simpel in elkaar stak. Goed en kwaad waren al van verre te herkennen. Wie de Here liefhad hoefde nergens bang voor te zijn, die kon niets overkomen. Maar wie niet in de Here geloofde, kreeg straf.

Panokko

Heel aardig zijn de briefjes met aantekeningen, bijvoorbeeld uit Suriname, waar de boeken over het Indianenjongetje Panokko ontstonden en een achtdelige serie schoolboekjes, 'Ons eigen leesboek', afgestemd op de Surinaamse samenleving. 'Ik zal je zweepen!' noteert De Vries, met als commentaar: 'Herinnering aan de slaventijd. Dat hoor je nogal eens. Dat was er nog niet uit. Vijf minuten een kind afrossen met de gordijnroe. Bevelende toon - Ga daar! Kom hier! Zet suiker in de thee!'

Door dat soort briefjes krijgt de tentoonstelling kleur en levendigheid. Maar het zijn er helaas niet veel. Ook is het jammer dat er geen boeken ingekeken kunnen worden (afgezien van de pagina's die opengeslagen liggen). Want wie kinderboeken van Anne de Vries nu herleest ziet twee dingen: zijn heldere stijl en inlevingsvermogen in jonge kinderen, zoals in 'Het boek van Jan Willem', dat nog regelmatig herdrukt wordt, maar ook zijn zwart-witdenken en moralisme, dat bij kinderen heel wat angst voor straf veroorzaakt zal hebben.

Wat eveneens ontbreekt is een kritische reflectie op het werk van Anne de Vries. Wat is zijn invloed geweest op andere auteurs? Hoe was de waardering voor zijn werk, niet alleen vanuit (de juichende) protestantse kring, maar ook vanuit katholieke, joodse en humanistische richtingen? Hoe en waardoor is de waardering voor Anne de Vries door de jaren heen veranderd? Het is te hopen dat Lenze Bouwers, die een begeleidend fotoboekje schreef bij de tentoonstelling, daar in zijn biografie van de auteur op in zal gaan. Een schrijver van het kaliber van Anne de Vries verdient het op kritische(r) wijze serieus genomen te worden.

Hoewel de tentoonstelling over Anne de Vries voor volwassenen bedoeld is, is een bezoek met het hele gezin aan het Letterkundig Museum heel goed mogelijk. Het kinderboekenmuseum, dat daar ook gevestigd is, bevat genoeg kleur- en fantasierijke uitdagingen om kinderen én volwassenen uren kijk-, lees- en spelplezier te bezorgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden