Martin Michael Driessen.

InterviewMartin Michael Driessen

‘De Heilige’ is een hondsbrutaal en schandalig boek

Martin Michael Driessen.Beeld Arie Kievit

Auteur Martin Michael Driessen schreef een schelmenroman over een gewetenloze, maar tegelijk aandoenlijke bedrieger die plunderend en moordend door 19de-eeuws Europa trekt. “Ik had er een enorm plezier in om zo’n grillige, speelse verteller aan het woord te laten.”

Een spiegelglad wateroppervlak bezaaid met waterlelies en rietpluimen. Een woonark met uitzicht op de kerktoren van Puttershoek. Ziedaar het idyllische en verstilde decor, waarin Martin Michael Driessen zijn ­romans componeert.

Die weldadige rust – alleen de jonge, onstuimige Ierse terriër Tim blaft af en toe – heeft hij nodig, want in zijn hoofd heerst al genoeg tumult. Literair tumult. Driessen geeft de creativiteit de vrije loop, al schrijft hij door zijn strenge zelfkritiek hooguit een paar alinea’s per dag.

Vandaag verschijnt zijn nieuwste boek, ‘De heilige’. De schelmenroman schetst de ­geschiedenis van de innemende 19de-eeuwse Fransman Donatien, een struikrover en meervoudige moordenaar die leeft van list en ­bedrog. Overal waar de hoofdpersoon langstrekt, laat hij een spoor van vernieling achter. Met zijn immorele logica praat hij recht wat krom is, en met succes: uiteindelijk wordt hij heiligverklaard. Dit groteske verhaal kun je nauwelijks anders dan gefascineerd en met een brede glimlach lezen.

Meer dan bij eerdere publicaties voelt de schrijver zich gespannen over de ontvangst van het boek. Hij noemt het ‘een lichtvoetig werk’, maar ‘zeker geen niemendalletje’. “De lezer krijgt ook een blik in menige afgrond.”

Wat maakt dat u zo zenuwachtig bent over deze roman?

“Mijn vorige boeken, ‘Rivieren’ en ‘De Pelikaan’, hadden veel succes. Het kan zijn dat ik daaraan verslingerd ben geraakt en hoop dat mijn werk nu weer diezelfde erkenning krijgt. Verder is ‘De heilige’, zoals bij mij gebruikelijk, een heel ander boek dan de vorige, qua stijl en genre. Het is een schelmenroman, en het is natuurlijk afwachten hoe dat befaamde oude genre in de huidige tijd wordt ontvangen.”

Waarom blaast u de schelmenroman nieuw ­leven in?

“Vorige zomer worstelde ik met een zwaar ­romanproject over liefde in het Derde Rijk. ­Literair, maar vooral ook ethisch stelde het hoge eisen. Ik voelde steeds een morele verantwoordelijkheid. Ik ging ook gebukt onder de ambitie; het moest een boek worden zoals het nog nooit over het Derde Rijk was geschreven. Omdat ik niet meer vooruitkwam, ­besloot ik tussendoor iets totaal anders te schrijven. Ik koos voor een uitermate onbetrouwbare, lichtzinnige, onverantwoordelijke verteller, de ik-figuur Donatien. Zodra ik de eerste zin geschreven had, ben ik doorgegaan, totdat het af was. Ik had er een enorm plezier in om zo’n grillige, speelse verteller aan het woord te laten. Het werkte bevrijdend, ook omdat we in de huidige tijd bijna allemaal als zeer verantwoordingsbewuste burgers leven, en ons voor van alles menen te moeten schamen. De schelm doet gewoon wat hij wil. Net als de hofnar, die zich vroeger ook niet aan de regels hoefde te houden. De hofnar mocht ­beledigen en immoreel en anarchistisch zijn. Dat was zijn functie te midden van al die redelijke, weldenkende bestuurders.”

De internationale politiek wemelt momenteel van de narren. Hebben die u beïnvloed?

“Nee, maar het illustreert wel dat de fascinatie voor de nar universeel is. Of hij nou Trump of Johnson heet, Duterte of Berlusconi: onberekenbare hedonisten blijven boeien. Zelf had ik bij het schrijven eerder literaire associaties. De schelmenroman is een genre dat me altijd heeft bekoord. Al heel jong heb ik bijvoorbeeld ‘Aus dem Leben eines Taugenichts’ gelezen, van Joseph von Eichendorff. Een zachtmoedig verhaal over een deugniet. Mijn boek gaat ook over een deugniet, alleen een minder onschuldige. In moderne termen zou je mijn hoofdpersoon een narcistische sociopaat noemen – met een bipolaire stoornis.” [Bulderende lach.]

In een interview hebt u uw jongere zelf ooit omschreven als een ‘egomaan, narcistisch, ­ongeleid projectiel’. Vormt deze schelmen­roman in feite een verkapt zelfportret?

“Haha, die is mooi! Net als bij andere auteurs zijn mijn personages vaak uitvergrotingen van een bepaald aspect van mezelf. Ook in mijn vorige romans komen schurken, psychopaten en zelfdestructieve narcisten voor. Die figuren zijn te herleiden tot eigenschappen in mijn ­eigen persoonlijkheid, maar gelukkig is dat deel niet dominant. Elke puber heeft dat egomane en narcistische in zich. Sommige mensen komen er nooit van los. Zelf heb ik er heel lang over gedaan om een beetje te socialiseren, eigenlijk meer dan mijn halve leven. Maar ­inmiddels ben ik echt tot normaal gedrag in staat.”

U bent dertig jaar toneel- en operaregisseur geweest. Wat maakte dat u het roer omgooide en romans ging schrijven?

“De directe aanleiding was de vroege dood van mijn zoontje. Een ingrijpende, persoonlijke belevenis die innerlijk een aardverschuiving teweeg heeft gebracht. Toen ben ik schrijver geworden.

“Hoe dat ging? Ik wil er liever niet te veel over zeggen, maar denk aan dat prachtige gedicht van Dylan Thomas dat begint met de regel ‘And death shall have no dominion’ (De dood zal nooit overwinnen. Vertaling: Arie van der Krogt, red.). Of aan die andere beroemde ­regels van zijn hand: ‘Do not go gentle into that good night / Rage, rage against the dying of the light’ (Verdwijn niet zomaar in die zoete nacht / Vecht, vecht omdat het licht niet sterven mag.) Die ‘rage’, dat razen, dat was ook mijn reactie op het verlies, op de onmacht die je voelt bij de dood van een geliefde persoon. Toen heb ik in minder dan twee maanden die eerste roman geschreven. Een ware furor. Na mijn tweede boek, uit 2012, ben ik gestopt met regisseren. Sindsdien schrijf ik alleen nog.”

null Beeld Arie Kievit
Beeld Arie Kievit

Donatien heeft ook een kind. Hij ontmoet het bij ­toeval voor het eerst in een op hol slaande koets. Zelf springt hij eraf, terwijl het rijtuig met kind en al langs een ravijn dendert. Het toppunt van onverantwoordelijkheid. Hoe verhoudt zich dat tot uw eigen verlies?

“Die scène is een voorbeeld van een burleske omgang met iets wat me veel pijn heeft gedaan. Maar ik waak ervoor om mijn schrijven te zien als een soort zelftherapie. Dat is hooguit een bijverschijnsel. De voldoening die het schrijven uiteindelijk teweegbrengt, zit erin dat ik blij ben met mijn creatie en met mijn vermogen om zoiets te maken. Maar het is geen hobby. Ik schrijf ook passages die me erg zwaar vallen, zoals over de dood van een kind. Maar dan nog vervult het scheppingsproces me met een geluksgevoel.”

In ‘De heilige’ beschrijft u Donatiens geweld met een zekere wellust.

“Zeker, maar dat is ook een literaire truc. Iedere lezer begrijpt dat het vermoorden of verminken van mensen slecht is. De dubbelslachtigheid zit in de onbekommerde wellust, waarmee ik het beschrijf vanuit het perspectief van de dader. De lezer leeft hopelijk met de slachtoffers mee, maar ook met de dader. Die discrepantie levert spanning op.

“Donatien gedraagt zich bijzonder onheilig. Dat ik uitgerekend hem laat figureren in een heiligenleven, is natuurlijk pure opzet. Dat maakt dit tot zo’n hondsbrutaal en schandalig boek.”

Uw hoofdpersoon denkt ook nog eens denigrerend over vrouwen en minderheden. Is dat niet vragen om problemen?

“Er zullen vast recensenten zijn die abusievelijk denken dat ik er een reactionaire en misogyne agenda op nahoud. Ik heb eerder klachten gehad over het vrouwbeeld van sommige van mijn personages; men dacht dat ik dat onderschreef, terwijl ik er alleen óver schreef. Hoe ik echt over vrouwen denk, is privé. Er komt net een mooie oneliner in me op: ik kan heel goed met vrouwen overweg, ik heb honderden fantastische relaties gehad. [Lachsalvo.] O, schunnig hè. Maar wel leuk. Een beetje Donatien-achtig.

“De hoofdpersoon haalt inderdaad ook uit naar zwarte mensen, Indianen en Kreolen. Joden komen er al helemaal niet goed vanaf. Donatien vindt dat vervelende mensen. Het antisemitisme is de moeder van alle vooroordelen. Ik thematiseer het in veel boeken. Volgens mij kun je de macht van vooroordelen niet overschatten. Ze bepalen in veel grotere mate onze perceptie van de werkelijkheid dan oordelen. Sterker nog, een oordeel is vaak niets anders dan een vooroordeel met een goed alibi.”

Zit er dan toch een moraal in dit hoogst immorele boek?

“Dit boek is een beschouwing over de fluïditeit van onze ethische begrippen. Het gaat ook over het rechtvaardigen van je eigen handelen, iets wat zelfs de ergste misdadigers doen, omdat je anders niet kunt overleven. Dat vergt allerlei intellectuele contorsies, maar daarin zijn we heel bedreven. De een wat meer dan de ander, omdat hij er meer reden toe heeft. Maar het verschijnsel dat ik beschrijf, is universeel.

Wat ik graag benadruk, is dat Donatien een vreselijke jeugd heeft gehad. Zijn vader, een dronken ­molenaar, liet hem van de trap vallen om hem een lesje te leren. Het gevolg is dat Donatien ernaar snakt om eindelijk de geliefde zoon te zijn. Dat tragische neemt me voor hem in: zijn eenzaamheid, het hunkeren naar erkenning en succes, waarmee hij eigenlijk hunkert naar de liefde die hij in zijn manische ­leven nooit ervaart. Dat is een serieuze onderlaag in het verhaal. Maar dat mag de pret niet bederven.”

Wie is Martin Michael Driessen?

Martin Michael Driessen (65), geboren in Bloemendaal, werkte na zijn studie theaterwetenschappen dertig jaar lang in Duitsland als opera- en toneelregisseur. In 1998 overleed zijn zoontje, slechts vier maanden oud. Daarna ging Driessen publiceren. Zijn debuutroman ‘Gars’ (1999) werd gevolgd door ‘Vader van God’(2012), ‘Een ware held’ (2013), ‘Lizzie’ (2015, met dichteres Liesbeth Lagemaat), ‘De Pelikaan’ (2017, genomineerd voor de Librisprijs) en de verhalenbundel ‘Mijn eerste moord’ (2018). Met zijn verhalenbundel ‘Rivieren’ (2016) won hij de ECI Literatuurprijs.

Lees ook:

‘Mijn eerste moord’ behoort tot het puikje van Nederlandse vertelkunst

‘Mijn eerste moord’ behoort tot het puikje van Nederlandse vertelkunst

‘De Pelikaan’ is een wat vreemde eend in de bijt, maar wel eentje die je aan het denken zet

Martin Michael Driessen schetst absurditeit van het leven in een literaire klucht met politieke strekking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden