Review

De grootste mensendoder in deze wereld is de staat

Geweld is van alle tijden en van alle volkeren, aldus de socioloog Abram de Swaan die begin dit jaar met emiraat ging. Twee bundels ter ere van zijn afscheid tonen zijn pioniersgeest en zijn visie op 'de mensenmaatschappij' .

Professor dr. Abram de Swaan is eind januari met emeritaat gegaan. Al veertig jaar geeft de Swaan gevraagd en ongevraagd zijn kijk op wat hij tien jaar geleden ‘de mensenmaatschappij’ noemde. Ter onderscheiding van mieren en bijen en andere sociale dieren, zeker, maar ook om te benadrukken dat anders dan andere sociologen en economen beweren, de maatschappij niet door culturen en structuren wordt neergezet, maar het onbedoeld resultaat is van gedoe en inspanningen van mensen afzonderlijk en gezamenlijk.

Zijn leerlingen en collega’s hebben hem een hommage gebracht in een boek dat zijn werk en optreden op vele gebieden in herinnering brengt, en daarom ‘Grenzeloos nieuwsgierig’ heet. De strekking van die naam, de pioniersgeest van de socioloog, is ook terug te vinden in de titel van de bundel opstellen die bij dezelfde gelegenheid verscheen, ‘Bakens in Niemandsland’. Het gaat om stukken die De Swaan de afgelopen twaalf jaar over grootscheepse geweldpleging heeft geschreven.

Onderzoek naar de etnische zuiveringen in ‘was Joego-Slavië’, de slachting in Rwanda, naar de onophoudelijke moorddadigheid van het Israëlisch-Palestijns conflict, het islamistisch terrorisme; maar altijd op de achtergrond en vaak op de voorgrond, het raadsel van de jodenmoord. Op een terrein where angels fear to tread, waar angst en woede wedijveren met stilzwijgen en ontkenning, heeft De Swaan stappen vooruit gedaan, uitgerust ‘met een beetje gevoel, veel gezond verstand, en wetenschap’, de instrumenten die hem doorgaans ten dienste staan.

Die instrumenten geven hem - behalve medeleven met de slachtoffers - ook in, aandachtig naar het beulswerk te kijken en zich af te vragen welke logica, hoe kronkelig ook, in ogenschijnlijk onmenselijk optreden schuilt. ‘Hoe is het mogelijk ?’ is bij De Swaan geen wanhopige verzuchting, maar uitgangspunt van onderzoek. De betrekkelijke koelbloedigheid waarmee hij de moordpartijen onder ogen ziet, is ook vrucht van het besef dat zij zich niet tot enig tijdperk, tot enig soort mensen, godsdienst of overtuiging beperken. Herhaaldelijk benadrukt hij dat blanke en gekleurde volken, uiterst religieuze én bijzonder seculiere overtuigingen, verlichte én primitieve groepen, allemaal mensen hebben uitgesloten, vervolgd en afgezonderd, gemarteld en ter dood gebracht.

In dat besef en in de zekere ingenuïteit waarmee hij zijn onderwerp tegemoet treedt, speelt ook zijn opleiding tot psychoanalyticus mee, een voorsprong die hem door zijn collega’s benijd wordt. Het opschorten van een moreel oordeel geeft vervolgens de wetenschapper, de socioloog, de kans om vast te stellen of, en in welke mate de wandaden een uitvergroting of overdrijving zijn van heersende conflicten die tussen groepen mensen bestaan.

Conflicten waren er vanouds, tussen de mensen van de ene clan en de andere, en tussen de mensen van mijn dorp en het jouwe. Verwantschap en nabijheid beslissen op het verre platteland nog altijd over vriend- en vijandschap, en geven reden tot rivaliteit en strijd. Die kan lang en bloederig zijn, maar pas als de staat zich achter een opgerekte uitleg van verwantschap en nabijheid schaart, komt het tot de bloedbaden die het onderwerp van de bundel zijn.

‘De staat is de grootste mensendoder in deze wereld’, De Swaan schrijft het in ‘Moord en de staat,’ de Huizinga-lezing die hij in 2003 in Leiden hield. Die rede vormt een hoogtepunt in de bundel, en ook te midden van alles wat in Nederland over massaal geweld de afgelopen jaren te berde is gebracht.

Wat De Swaan in het boek over een verkapt antisemitisme onder linkse critici van Israël heeft te vertellen, is vooral behartenswaardig omdat het de ontzagwekkende nawerking demonstreert die de Holocaust nog steeds uitoefent in de wereld.

Het boek besluit met drie essays, net als de acht voorafgaande gelegenheidsstukken over de omstreden invloed van de islam in Nederland. Eén daarvan, ‘De botsing der beschavingen en de strijd der geslachten’, is waarschijnlijk even gezichtsbepalend voor de verdere discussie over de zogenaamde gewelddadige islam als ‘Moord en de staat’ voor het debat over grootscheeps geweld. De socioloog weet in dat stuk de aandacht van de leer van de islam naar reële mensen en hun noden te verleggen.

Veel van de bijdragen ter ere van De Swaans afscheid zijn kleine studies, over de uiteenlopende zaken waar de socioloog zich mee heeft beziggehouden – de verzorgingsstaat, psychoanalyse, kunst en andere onderscheidingsdrang, geweld natuurlijk – en daaronder bevinden zich verscheidene interessante studies en overwegingen. In de bundel ‘Grenzeloos nieuwsgierig’ is een opstel te vinden dat De Swaans hypothese over de wrok die mannen vanwege hun machtsverlies koesteren, levendig illustreert aan de opvoedingsproblemen in Marokkaanse huishoudens hier te lande.

Een ander stuk voorziet De Swaans vertrouwen in een verdelende rechtvaardigheid die de moderniserende staat zou begeleiden van een waarschuwing. De stilzwijgende veronderstelling van zijn theorie dat elke staat op den duur ook staatszorg moet ontwikkelen, wordt volgens de ontwikkelingssocioloog Jan Breman in India gelogenstraft: daar staat het booming kapitalisme een permanente arbeidsreserve van armen ter beschikking. En juist van die Indiase (en Chinese, kun je eraan toevoegen) bedrijvigheid zijn westerse bewinds- en zakenlieden zo gecharmeerd.

De kritiek in de feestbundel is ingehouden, en zo hoort het. Dat is wel anders geweest, en uit verschillende terugblikken op De Swaans loopbaan blijkt dat het vrijmoedig commentaar van de afgelopen decennia op politieke, academische en andere instellingen hem niet alleen bewonderaars heeft opgeleverd. De Swaan werd ooit een publicatieverbod opgelegd toen hij zijn observaties van de omgang tussen patiënten en artsen in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in boekvorm uitbracht, zijn aanstelling tot hoogleraar had veel voeten in de aarde, en ook de psychoanalytische beroepsvereniging had moeite met zijn non-conformisme. In een enkele bijdrage in de bundel steken jaloezie en gemelijkheid de kop op. Hoe kan het ook anders, want De Swaan dwingt bewondering af door de scherpte van de waarnemingen in het veld, van de zinnen op het papier, en door de scherpzinnigheid van zijn redeneringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden