Review

De gloriejaren van de Omeyaden uit Córdoba

Wie Spanje een beetje kent is vertrouwd geraakt met de mohammedaanse erfenis: islamitische architectuur, Arabische woorden en kunstschatten. Een expositie in Madinat al-Zahra toont de pracht en praal van eeuwenlange mohammedaanse aanwezigheid in Zuid-Europa.

Wat we allemaal niet aan kalief Abd al-Rahman III hebben te danken: een onmiskenbare mohammedaanse bijdrage aan de geschiedenis van Europa, schitterende bewijzen van islamitische architectuur in Spanje en menig arabisch woord in ons taalgebruik zoals suiker (al-sukkar) en alcohol (al-kuhl).

De herinnering aan deze kalief is levend gemaakt met een indrukwekkende expositie in Madinat al-Zahra, de restanten van wat in de tiende eeuw een schitterend paleizen- en tuinencomplex was, zes kilometer buiten Córdoba, in het hart van Andalusië.

Al-Andalus heette het toen. Dat wil zeggen, het westelijke deel van de islamitische beschaving welke zich toen over Noord-Afrika uitstrekte tot aan Damascus. Wie Spanje een beetje kent is vertrouwd geraakt met die erfenis. Oude dorpskernen in Andalusië verschillen qua structuur en kleur amper van soortgelijke dorpen in Marokko. De toren van de kathedraal van Sevilla is een tweelingbroer van de toren van de moskee in Rabat. En het Alhambra in Granada is het architectonische juweel van eeuwenlange mohammedaanse aanwezigheid in Zuid-Europa.

Het politieke en intellectuele leven speelde zich in die tijd af in Córdoba. In het jaar 786 werd onder emir Abd al-Rahman I een begin gemaakt met de bouw van een moskee die ook nu nog steeds tot de verbeelding spreekt, niet in de laatste plaats omdat in het hart van dit omvangrijke bogencomplex veel later een kathedraal zou worden gebouwd. Pas in 953, toen Abd al-Rahman III al regeerde, werd de bouw van de moskee beëindigd.

Het waren de gloriejaren van de Omeyaden, een familie die rechtstreeks afstamde van de profeet Mohammed en heer en meester was in het kalifaat Damascus. Door interne conflicten viel de laatste Omeyaden-kalief in Damascus, Marwan II, in 750 in ongenade. Zijn familie werd vermoord en de hoofdstad van het islamitische rijk werd verplaatst naar Bagdad. De enige die wist te ontsnappen was Abd al-Rahman I, een neef van de voorlaatste kalief. Eerst hield hij zich schuil in de buurt van Nador (Marokko). In 756 vluchtte hij naar Al-Munakkab, het huidige Almuñecar aan de Zuid-Spaanse kust. Spanje was toen al onder de voet gelopen door uit Noord-Afrika afkomstige Berbers die onder leiding van Tariq -naar hem is Gibraltar genoemd- in 711 waren overgestoken vanuit Marokko.

Het West-Gotische rijk was toen al in verval. Weerstand werd er amper geboden. In 740 stonden de moorse legers voor de poorten van Frankrijk. Pas in 788 werden ze teruggeslagen in de slag van Roncesvalles. Met de komst van Abd al-Rahman I herstelde de Omeyaden-familie haar macht, niet in Damascus maar in Córdoba, dat tot hoofdstad van het onafhankelijke Al-Andalus werd uitgeroepen. De noordgrens lag tussen Mérida, Toledo en Zaragoza, de zuidgrens tot diep in Marokko.

De echte pracht en praal moest nog komen. Abd al-Rahman III riep zichzelf uit tot kalief van wat aanvankelijk het emiraat Córdoba was. Daarmee werd het gezag van het kalifaat in Bagdad niet langer erkend, noch het geestelijke gezag van het sjiïtische Fati Mir dat in Cairo was gevestigd. Het betekende ook dat het islamitische rijk in drie parten uiteen was gevallen: Bagdad, Cairo en Córdoba. Om bijgeschreven te kunnen worden in de annalen van de geschiedenis was het in in die tijd nodig om een stad te stichten. Daarom gaf de kalief opdracht tot de bouw van Medinat al-Zahra. Het moest niet alleen de residentie van de Omeyaden-familie worden maar ook het regeringscentrum. Toen het complex in 940 was voltooid, had het een oppervlakte van 110 hectare. Het was daarmee, samen met Córdoba, de grootste stad van Europa met meer dan 100000 inwoners.

Amir al-muminin (prins der gelovigen) liet de kalief zich in die jaren noemen. Onder zijn gezag bereikte Al-Andalus in staatkundig, religieus en cultureel opzicht een absoluut hoogtepunt. Daaraan kwam in 1010 een abrupt einde door de ook toen al rebellerende Berbers. Madinat al-Zahra werd vernield en het kalifaat viel uiteen in taifa's, kleine islamitische koninkrijkjes waarvan Granada tot 1492 als laatste stand zou houden.

Dat koning Juan Carlos en president Bashar al-Assad van Syrië de expositie 'De pracht van de Omeyaden uit Córdoba' hebben geopend, is het beste bewijs dat men hier een geprivilegieerde tocht kan maken langs cultuur, filosofie en architectuur van een minder bekend Europees verleden. Olielampen, munten, parfumbranders, panelen, schaakstukken, vazen, kapitelen, in steen gehouwen grafschriften, potten, waterbassins, muurdecoraties, juwelen, landbouwwerktuigen, marmeren juwelenkistjes, korans en handschriften afkomstig uit musea, moskeeën en privé-verzamelingen zijn bijeengebracht op de plek waartoe ze ooit behoorden.

Hoogtepunten zijn er in meervoud. Dertig van de 300 voorwerpen kwamen nooit eerder uit de musea in Egypte en Syrië. Zo zijn voor het eerst in Europa enkele celosia's te zien, afkomstig uit het Nationaal Museum van Damascus. Het gaat om delen van een balustrade van kalksteen, gemaakt in de achtste eeuw, uit het paleis van Quasr de al-Hayer al-Garbi in de Syrische hoofdstad.

Bijzonder zijn ook de lampetkannen in de vorm van vogels, gegoten in brons met een schitterende geometrie. Een van hen is afkomstig uit de Nationale Pinacoteek van Cagliari. Aan het begin van de vorige eeuw werd de vogel gevonden op Sardinië. Vermoedelijk is het ding gemaakt in de elfde eeuw in een Spaanse werkplaats door een christen omdat in de borst van de vogel een kruis is verwerkt. Bijzonder is ook de haan, conform een Iraans concept, uit de achste eeuw welke behoort tot de Furusiyya Kunst Stichting in Liechtenstein.

Een absoluut topstuk is de fontein in de vorm van een hert -met een rozet op de borst. Het water kwam uit de mond van het beest. Afkomstig uit het museum van Katar. Het behoorde tot het 'meubilair' van Madinat al-Zahra, dook daarna op in het klooster van Guadelupe in Extremadura. Daar werd het hert geroofd tijdens de Franse invasie. Drie jaar geleden bood een Francaise het hert aan bij Sotheby's, waar het gekocht werd door een sjeik van Katar voor 4,8 miljoen euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden