De geldkoers bepaalt de moraal

De verloren generatie in Duitsland: midden jaren twintig verdient een Duitse militair wat bij als bedelaar. (Foto Bildarchiv Preussischer Kulturbesitz, Berlijn)

Soms vergeet je hoezeer geld de wereld regeert. Joseph Roth werd in de jaren twintig al wakker geschud. In zijn roman ’Rechts en links’ staan schitterende oneliners over geld, macht en egoïsme.

De meeste romans van Joseph Roth gaan over De Verloren Generatie, ’de betreurenswaardigste generatie van de moderne tijd’. Het zijn de jongeren die in 1918 meer dood dan levend uit de loopgraven terugkeerden naar de beschaafde wereld. In deze wereld waren hun vaders aan de macht, dezelfde vaders die de oorlog op hun geweten hadden en hun zoons naar het front hadden gedreven. Zij beheersten, net als vóór het uitbreken van de oorlog, het openbare leven, ze gaven vorm aan de publieke opinie, ze bepaalden de politiek.

De zoons in kwestie ontbrak het aan de kracht om die rol van hen over te nemen. Daarvoor waren ze te zeer beschadigd, te diep ontgoocheld, te uitgeblust. Bovendien hadden ze ernstige aanpassingsproblemen, volkomen ontwend als ze waren geraakt aan het burgerbestaan.

In ‘Rechts en links’ (1929) wordt deze generatie vertegenwoordigd door Paul Bernheim, die twaalf is wanneer zijn familie de hoofdprijs wint in de loterij. Zijn plotseling rijk geworden vader gaat bankieren, zijn gevoelsarme moeder bedrijft voortaan liefdadigheid, maar zo ’dat haar hart alleen op bepaalde uren van bepaalde dagen hoefde te functioneren’. Paul doorloopt het gymnasium, speelt piano, beoefent de schermsport en neemt tekenles, maar zonder talent of hartstocht. Hij begint bordelen te bezoeken, ‘twee keer in de week, met de regelmaat van een ambtenaar op jaren’.

In de Eerste Wereldoorlog trekt hij als jonge luitenant naar het oostfront, waar een vijandelijke bajonet zijn wang doorboort. Wanneer hij van zijn verwonding is hersteld, blijkt de oorlog ten einde te zijn. Hij gaat terug naar Berlijn, waar hij de leiding krijgt over het bankimperium van zijn gestorven vader. Dan wordt Duitsland getroffen door inflatie. Aanvankelijk daalt de waarde van de mark nog geleidelijk, tussen 1922 en 1924 keldert die dramatisch. Geld dat ’s morgens wordt uitbetaald, is reeds vóór de middag waardeloos geworden.

Het kapitaal van Paul Bernheim smelt als sneeuw voor de zon. Terwijl hij zijn personeel noodgedwongen ontslaat en zijn kantoor moet ontruimen, grijpen profiteurs van de oorlog en de economische malaise hun kans. „In die dagen bleek het fatsoen van de wereld enkel af te hangen van de vastheid van de valuta. Een oude waarheid, die vergeten was gedurende al die jaren dat het geld een onbetwistbare waarde had. Op de beurzen van de wereld wordt de moraal van de maatschappij bepaald.”

In radeloosheid wendt Paul zich tot een zekere Nikolai Brandeis, een Russische migrant die woekerhandel drijft. Maar de financiële adviezen van Brandeis brengen hem nog dichter bij de afgrond. Hij sluit een verstandshuwelijk met Irmgard Enders, het nichtje van een machtige grootindustrieel. Maar hierdoor wordt hij niet slechts een ongelukkige echtgenoot, hij verandert bovendien in een werktuig van haar berekenende oom.

De roman heeft een rommelige - ja zelfs rammelende - plot. Halverwege het verhaal verdwijnt hoofdpersoon Bernheim naar de achtergrond, alsof hij bijzaak is geworden. Brandeis krijgt nu plotseling alle aandacht, om aan het eind van het boek door de schrijver te worden afgeserveerd, welhaast in een vloek en een zucht, met een paar slordige slotregels die niet slechts de lezer onbevredigd achterlaten, maar waarmee ook Roth zelf onmogelijk gelukkig kan zijn geweest.

Toch is het boek prachtig, al was het alleen maar om zulke onvergetelijke oneliners als: ’Tranen zijn het enige wapen van de weerlozen’, of: ‘Sentimentaliteit is een zuster van grofheid.’ Op iedere pagina staat bovendien een memorabele beeldspraak, karakterschets of beschouwing. Neem bijvoorbeeld het cynisme waarmee Nikolai Brandeis aan een kolonel onthult hoe hij rijk is geworden. „U houdt mij voor een groot koopman, nietwaar? U vergist zich, kolonel! Ik heb alles te danken aan de weerloosheid en de onmacht van de mensen en hun instellingen. Niets in deze tijd verzet zich tegen uw druk. Probeert u maar een troon te vinden en er zal een land zijn dat u tot koning uitroept. Probeert u maar een revolutie te maken en u zult het proletariaat vinden dat zich dood laat schieten. Doet u maar eens uw best een oorlog uit te lokken en u zult de volkeren zien die tegen elkaar optrekken.” In het zeventigste sterfjaar van Roth is zijn proza nog springlevend, in het Duits, maar evenzeer in het Nederlands, dankzij de vertaling van Wilfred Oranje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden