De geest van William Turner waaide gedurende een hele eeuw door Dordrecht.

Het is aan de invloed van de beroemde Britse schilder Joseph Mallord William Turner toe te schrijven dat de aan vele wateren gelegen stad Dordrecht in de 19de eeuw een geliefd toevluchtsoord voor tal van, voor die tijd, moderne schilders is geworden. Na het zien van de prachtige olieverven die Turner op de samenvloeiende rivieren pal voor de stad maakte, kwamen schilders van heinde en ver op Dordt af. Turner kreeg zulke beroemde 'navolgers' als Eugène Boudin, James Abbott McNeill Whistler, Johan Barthold Jongkind en Camille Corot in zijn kielzog. Ook Vincent van Gogh, Nederlands beroemdste schilder uit de 19de eeuw, heeft er getekend aan de vooravond van zijn kunstenaarscarrière. Op een breed samengestelde tentoonstelling in het Dordrechts Museum valt heel wat af te dromen over deze idyllische stad.

Hoe modern Turner (1751-1851) tegenwoordig ook wordt beschouwd, zelf oriënteerde hij zich op het verleden. Turner was gefascineerd door de rijke Hollandse schilderstraditie die in de 17de eeuw grote namen als Rembrandt, Aelbert Cuyp en Jan van Goyen had voortgebracht. Om die reden wordt hij beschouwd als de verbindende figuur bij uitstek tussen de Hollandse Gouden eeuw en het Franse impressionisme: vanuit een in wezen retrospectieve blik op de 17de eeuwse landschapskunst in de lage landen ontdekte hij de bijzondere intensiteit van het licht.

In een latere fase werkte hij dat gegeven uit (zie de Venetiaanse stadsgezichten) in welhaast abstracte voorstellingen die uit geheel gemodelleerd licht lijken te bestaan. Het waren met name de impressionisten (Monet, Whistler) die de kwaliteiten van Turner op hun juiste waarde konden schatten. Zonder Turner had Monet geen serie gezichten op de kathedraal van Rouaan gemaakt, hadden waarschijnlijk Jongkind en Boudin ook nooit het water voor hun werk opgezocht.

Klakkeloze navolgers had Turner natuurlijk ook. Dat waren vooral schilders die zich aangetrokken voelden door zijn romantische stijl. Zoals James Webb (1825-1895) die Dordrecht in 1858 bezocht. Hij schilderde zijn 'zonsondergang' (Evening at Dordrecht, Holland) echter pas in 1876, achttien jaar nadien dus. Hoezeer Webb zich door Turner geïnspireerd wist, blijkt uit het feit dat hij de avondstemming compleet met hetzelfde soort schip van zijn grote voorbeeld overneemt. De romantiek was in die periode eigenlijk al over zijn hoogtepunt heen, zodat Webbs werk een gedateerde indruk moet hebben gemaakt.

In weerwil van het feit dat Dordrecht decennia lang een druk verkeer van Britse kunstenaars - die allemaal op het land van Aelbert Cuyp afkwamen, een schilder die in de Britse musea en landhuizen veel beter verzameld is dan in Nederland - en later ook Fransen, Belgen en Scandinaviërs aantrok, werd de stad niet als echte kunstenaarskolonie gezien. Dordrecht is nooit een Barbizon, een Worpswede, of naar Nederlandse maatstaven vertaald een soort van Laren, Volendam, Den Haag of Katwijk geworden. In Dordrecht ontbrak een dominante figuur met veel uitstraling die ook nog eens over samenbindende krachten moest beschikken om een stad tot een waar artistiek succes te laten uitgroeien. 'Men' zal elkaar zeker wel in een plaatselijke, populaire uitspanning hebben ontmoet, maar geen schilder die naar Dordrecht toog om daar in contact te komen met zijn grote voorbeeld. Turner bezocht de stad, beginnend in 1817 diverse keren, maar maakte bij die gelegenheden uitsluitend schetsen die hij later in zijn atelier als schilderij uitwerkte. De impressionisten daarentegen die veel later in de stad arriveerden, konden over verf in tubevorm beschikken. Dat werd voor hen de voornaamste aanleiding om ter plekke, dus en plein air te schilderen. Hoewel, dit schilderen in de open lucht mag ook weer niet worden overdreven. Hoeveel Haagse impressionisten stapten niet met hun schetsblokjes op de fiets naar Nieuwkoop om pas weer thuis een doekje op te zetten?

Dordrecht was in tweeërlei opzicht een aantrekkelijke stad om er schilderkunstige motieven te vinden. De stad zelf bleef tot lang in de 19de eeuw te bestaan uit een mengeling van romantische straten, stegen en kades, met het soort huizen dat buitenlanders steevast als 'oud-Hollands' betitelen. Maar met de komst van de realisten (Corot, Daubigny) en de impressionisten (Boudin, Jongkind, Hans von Bartels) kwam daar een kentering in. Zij waren vooral op het rivierenland en de weides rond de op dat moment sterk groeiende stad uit. Van hun Nederlandse collega's hadden ze weinig last, die zaten immers of aan de Nieuwkoopse plassen (Roelofs), schooierden over het Scheveningse strand (Mauve, Mesdag) of boenderden over de Veluwe om de laatste schaapskudden vast te leggen. De Haagse en Hollandse impressionisten kregen bijzondere gevoelens bij de komst van een mals regenbuitje of een overtrekkende storm, maar hadden voor stadsschoon buiten de geijkte steden als Amsterdam (Breitner, Isaac Israëls) en Den Haag weinig oog. Het is dan ook een van de vele verrassingen op de Dordtse presentatie dat een internationaal gerenommeerde schilder als Boudin, die tot nu toe veel beter bekend is vanwege zijn strand- en havengezichten, een aantal frappante stadsgezichten van Dordrecht heeft gemaakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden