Review

De gebouwen zijn aparter dan de planten

Een kathedraal van glas wordt het genoemd, het kassencomplex van de Belgische koning in de tuinen van het koninklijke woonpaleis in de Brusselse wijk Laken. Eens per jaar zijn de kassen gedurende ongeveer twee weken open voor het publiek, daarna is de kathedraal weer privaat en kan alleen de Belgische koninklijke familie van de prachtige architectuur genieten.

Leonoor Kuijk

Koning Leopold II van België liet de kassen tussen 1876 en 1894 bouwen, naar het voorbeeld van onder meer de grote kassen in Kew Gardens in Londen die enkele tientallen jaren eerder waren gebouwd. Het was in deze tijd mode om grote bouwwerken neer te zetten van glas en staal en de ambitieuze LeopoldII, die België wilde opstoten in de vaart der volken en onder meer de Kongo voor het land verwierf, wilde ook in dit opzicht niet achterblijven bij de grote mogendheden. De gigantische ijzer- en staalconstructies zijn een typisch voorbeeld van het functionele bouwen uit deze tijd met zijn grenzeloze vertrouwen in techniek. Het is de tijd van de Eiffeltoren.

Leopold gaf de architect Alphonse Balat (1819-1895) opdracht de gebouwen te ontwerpen, maar hij hield bij de bouw zelf goed de vinger aan de pols. Dat is de reden waarom de koninklijke kassen, ook voor hun tijd, nog wat ouderwets aandoen. De eigenzinnige LeopoldII vond het modieuze gedoe met glas en staal prachtig, maar hij wilde ook heel graag stenen dorische zuilen in zijn kassen, en hij liet uit ijzer Griekse timpanen gieten. Toch heeft de grootste kas, met een glazen koepel van ruim 25 meter hoog en 40 meter in doorsnede, ook frivole details die een nieuwe architectuurstijl aankondigen, de art nouveau. Die stijl kwam aan het eind van de eeuw, onder Balats leerling Victor Horta, tot bloei. De art nouveau -waarbij industriële elementen als versiering werden gebruikt- herken je bijvoorbeeld in de metalen pilaren die níét als Griekse zuil zijn vermomd, maar die juist allerlei wulpse rondingen en bogen hebben, of zijn geperforeerd met bloemvormige uitsparingen. Als je hier rondloopt, begrijp je hoe de art nouveau heeft kunnen ontstaan.

De inrichting van de koepelkas, met haar kunstmatige rotspartijen en perken, gaf Leopold in handen van de Engelse tuinarchitect John Wills, maar ook hier zat Leopold erbovenop en hield hij zich persoonlijk bezig met de aanschaf van palmbomen uit de kassen van Belgische hertogen. Met de glazen koepelkas zijn alle andere, later gebouwde, kassen verbonden. Zoals de Kongoserre, waarin Leopold planten uit de Vrijstaat Kongo wilde onderbrengen. Of de IJzeren kerk, die niet voor het publiek toegankelijk is. Die kas moet echt als een kerk zijn ingericht, inclusief klokkentoren en kruisen. LeopoldII ontving graag zijn gasten in het kassencomplex, en liet er, eveneens van glas en staal, ook een eetzaal bouwen. Al deze kassen zijn door middel van een lange glazen galerij met elkaar verbonden. De bezoeker loopt zo steeds onder glas -buiten, maar toch binnen.

Wie speciaal voor de kassen naar Brussel gaat, moet dat voor de architectuur doen. Op botanisch gebied valt er, ondanks de inspanningen van de Engelse tuinarchitect, weinig bijzonders te ontdekken. Voor een gevarieerde palmen-en bananenplantenverzameling kun je beter naar een Nederlandse hortus botanicus gaan en de rest van de beplanting is in elke bloemenzaak te krijgen: hortensia's, geraniums en azalea's. Het voelt dan ook niet als een gemis dat de kassen geen didactisch doel dienen en er geen naambordjes bij de planten hangen. Wel is het allemaal veel, heel veel, en dat is ondanks alles indrukwekkend. Langs de wanden van de vele honderden meters lange glazen gangen groeien onafgebroken geraniums, vanaf het dak hangen fuchsia's omlaag, in talloze soorten.

In de kassen zelf doet de beplanting nog het meest denken aan hoe warenhuizen hun tuinmeubelenafdeling inrichten. De mossen die de bodem bedekken zijn weggeharkt rondom de voet van de palmbomen. In de bodembedekking is op gepaste afstand steeds een rond gat vrijgemaakt waarin in verse aarde een piepklein margrietje of een ander eenjarig plantje is geplaatst. Rechtstreeks van het tuincentrum. Zelfs de Kongoserre bevat weinig tropisch geweld, maar heeft keurige planten in potten. Alleen zachte pianomuziek ontbreekt nog, om er een gezellige koopsfeer van te maken. Om het allemaal nog feestelijker te maken, is er in de oranjerie een fototentoonstelling van de verloving van prins Filip met zijn Mathilde.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden