Boekrecensie

De Franse auteur Sorj Chalandon verhaalt over een verraderlijke vader

Sorj Chalandon , auteur Beeld Philippe Matsas / Hollandse Hoogte / LEEMAGE

Sorj Chalandon (1952, Tunis) is een bekende Franse journalist en schrijver, zo schrijft zijn Nederlandse uitgever bij het verschijnen van diens nieuwe roman. Ik had nog nooit van hem gehoord. 

Onbevangen begon ik dus te lezen aan dit nieuwe boek en hield er pas bij de laatste pagina weer mee op. Een ervaring die ik u van harte gun, maar die u, als u doorgaat met lezen van dit stukje (niet doen!) meteen ook door de neus wordt geboord. Wat een meesterlijke pageturner, dit ‘Profession du père’ dat hier, knap vertaald door Kris Lauwereys en Isabella Schoepen, verschijnt als ’Het beroep van mijn vader’.

Het is, sinds Chalandon in 2005 debuteerde, alweer zijn zevende roman en zijn tweede in het Nederlands vertaalde boek. Deze, naar verluidt autobiografische roman opent met de crematie van André Choulans (in april 2001), waar alleen zijn echtgenote en zijn zoon Émile (de verteller) bij aanwezig zijn.

Dat was toen hij nog leefde niet veel anders. “Mijn vader, mijn moeder en ik,” lezen we later. “Alleen wij drieën. Een minuscule sekte met een leider en zijn discipelen, met codes, regels, ruwe wetten, straffen. Een driemanskoninkrijk met potdichte luiken, stoffig, zurig en gesloten. Een hel.”

De zoon ziet in het crematorium een goudkarper tussen de waterlelies. En hoe hij ook wijst, zijn moeder ziet hem niet. “Ze had nooit wat gezien.” Nou, dan weet je het wel. Ja en nee.

Dat moeders kunnen wegkijken, dat kennen we – onlangs nog in Uphoffs ‘Vallen is als vliegen’ – maar hoe ze dat doen en waarvan; ik stond maar weer eens versteld.

Terreur

In de hoofdstukken die volgen dalen we af naar de hel waarin Émile is opgegroeid. Die begint (in de roman) in april 1961, de verteller is dan twaalf. “Het is oorlog”, zegt pa en generaal De Gaule is een verrader. De Gaulle onderhandelt namelijk over zelfbeschikkingsrecht van Algerije en geeft geen steun aan de coup van opstandige generaals. Émile moet hun namen uit het hoofd leren. Niet veel later geeft pa hem krijtjes, zodat hij de naam van een van die generaals, Raoul Salan, hoofd van de (rechts-extremistische) Organisation de l’Armée Secrète, op de muren kan schrijven. Met hun aanslagen zal deze OAS in anderhalf jaar tijd ruim 1o.ooo dodelijke slachtoffers maken. Dat laatste lezen we overigens niet in de roman – het zal de Franse lezer bekend zijn, en voor Émiles vader zijn de OAS-strijders ‘rebellen’.

Van hem, Émile, zal pa ook een rebel maken. Hij wordt ritueel toegelaten tot de organisatie en moet beloven dat onder alle omstandigheden geheim te zullen houden. Dat zal hij doen, deze tengere astmatische jongen, die van nu af aan bij nacht en ontij uit zijn bed wordt gehaald om met halters en push-ups spieren te kweken.

De jongen wordt betrokken bij een complot om De Gaulle om te leggen. Trots en opwinding maken zich van hem meester. En zo worden we, samen met Émile, meegesleept in iets dat het midden houdt tussen een spionageroman, een jongensboek en een coming of ageroman, en worden we bevangen door verbazing, ontzetting en compassie. Net als zijn moeder namelijk wordt Émile, hoe hard hij ook zijn best doet, om het minste of geringste tot bloedens toe de kamer door geschopt en gemept.

Als moeder daarna stilletjes zijn wonden wast klinkt het steevast: “Je kent je vader toch? Hij houdt van je, weet je dat?”

De jongen knikt, natuurlijk weet hij dat.

Maar de lezer weet meer. Ergens op eenderde van de (250 pagina’s tellende) roman begon ik een vermoeden van de clou te krijgen en kwam ik erachter dat Chalandon met mij het spel speelt dat pa met Émile speelt. En ook die moeder nam ons bij de neus. Die blijkt die Japanse karpers wél gezien te hebben. En zo heeft ook zij je, net als de auteur, op het verkeerde been gezet in dit verbijsterende verhaal over loyaliteit, terreur, waarheid en de invloed van verhalen.

In de laatste 70 pagina’s, als Émile oud genoeg is om het huis uit te gaan, neemt de roman opnieuw een andere wending die me koude rillingen bezorgde. Dat het Chalandon desondanks gelukt is om me zo nu en dan te laten lachen, mag een wonder van vertelkunst heten. Chapeau!

Lees ook: 

Kampioen van het treiterproza Michel Houellebecq  

Het failliet van de westerse samenleving gesymboliseerd in de lotgevallen van een depressieve ingenieur.

Lees ook: 

Manon Uphoff schrijft een krachtige roman die geschreven moest worden

Geen Peter Pan in het gruwelkabinet van Manon Uphoff, wel een mythisch monster  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden