Kunstbeloften

De financiën van deze kunstbeloften houden geen gelijke tred met hun artistieke succes

Laurens de Man, een van de vier door Trouw gevolgde talentvolle kunstenaars. Beeld Bram Petraeus

Bijna twee jaar na hun afstuderen zijn de vier veelbelovende kunstenaars, die Trouw sindsdien volgt, veel ervaringen rijker. Zelf lesgeven is nu een optie. Financieel blijft het tobben.

Acteur Nick Livramento di Silva. Beeld Bram Petraeus

‘Ik vraag me af hoelang ik hiermee doorga’

Hij heeft talloze originele plannen, krijgt coaching en subsidie. Toch komt er bij Nick Livramento Silva te weinig geld binnen om fatsoenlijk van te leven.

Gaat het goed met Nick Livramento Silva (31)? Op papier ziet het er goed uit voor de acteur die bijna twee jaar geleden afstudeerde aan de Arnhemse toneelschool. Zijn theatercollectief DieHeleDing speelde vorig jaar de succesvolle voorstelling ‘Fox Populi’. Nu is het clubje jonge acteurs opgenomen in Standplaats Utrecht, waar ze twee jaar geld en coaching krijgen. “Hier kunnen we een fundament voor de toekomst leggen door een netwerk op te bouwen en uit te zoeken wat voor theater we willen maken.”

Het collectief bruist van de ideeën. Een luisterboek maken van hun voorstelling. ‘Duizend-en-een-nacht’ bewerken. Ze denken na over een vertaling van de structuur van het album ‘To pimp a butterfly’ van rapper Kendrick Lamar naar het theater. Ook zijn ze in de race voor subsidie van het Fonds Podiumkunsten voor nieuwe makers. 

Hiphoptheater maken ze, een zelf uitgevonden genre. En dat past precies in het straatje van beleidsmakers, die nieuwe kunstvormen voor een jong publiek willen stimuleren. “Wij zijn wat men wil: divers, multicultureel.” Nick heeft een Kaapverdiaanse vader. “Niet dat we daar op het toneel mee bezig zijn, helemaal niet. Ik heb een andere achtergrond dan andere theater­makers en die neem ik mee het theater in. Terwijl mijn klasgenoten thuis Jacques Brel of Herman van Veen hoorden, luisterde ik naar ­rapper Tupac.”

Kwetsbaar

Rappen deed Nick ook in zijn afstudeervoorstelling ‘What Sounds Like Now’. Met Joey Schrauwen improviseerde hij ter plekke zijn raps. Nu geven ze er les in op de toneelschool. “Het leert de studenten om in het moment woorden te vinden. Soms vind je mooie zinnen, soms ga je op je bek. Beide is zinvol. Je moet als acteur leren kwetsbaar te zijn. Ik heb er als performer veel aan gehad en het hoofd van de opleiding vindt het ook waardevol. Lesgeven vind ik heel leuk. Het gaat me goed af om mensen te enthousiasmeren. Deze zomer gaan we op festival Boulevard weer een freestyle rap-performance doen.”

Of hij beter is geworden? “Moeilijke vraag. De onzekerheden blijven bestaan. Ik merk dat ik meters heb gemaakt. Toen ik mijn stagevoorstelling nog eens speelde, hoorde ik van mensen dat ik meer rust in mijn spel had gekregen. Daardoor ben ik beter te verstaan en kan het publiek mijn personage beter volgen. Ik beheers bepaalde technieken beter. Maar ik wil niet op techniek spelen, niet in mijn comfortzone blijven hangen.”

Standplaats, subsidie, lesgeven: hij heeft aardig wat bereikt in twee jaar. Maar voor Nick is het de vraag hoelang hij dit volhoudt. “Ik kan de mooiste verhalen ophangen, ik heb gespeeld in Zuid-Afrika en China, maar ik leef nog onder de armoedegrens. Ik woon antikraak en sommige maanden komt er niets bij op mijn bankrekening. Het is vooral lastig dat je als zzp’er weinig structuur in je leven hebt. Hoe lang ga ik hiermee door, vraag ik me af. Het kan ook dat ik er op zeker moment mee stop.”

Beeldend kunstenaar Pip Passchier. Beeld Bram Petraeus

‘Liever kunstles geven dan brood snijden’

Ze krijgt kleine opdrachten, maar werkt ook twee dagen per week in de supermarkt. Pip Passchier wil er een docentenop­leiding bijdoen.

Het kleine atelier van beeldend kunstenaar Pip Passchier (23) in een voormalige school in Rotterdam wordt steeds voller. Dat is inderdaad een goed teken, knikt ze, want ze werkt hard voor twee komende tentoonstellingen. In een hoek staan betonblokken met holtes voor allerlei ­ballen die gebruikt worden in de sport, haar favoriete thema. Bij gebrek aan ruimte moest ze de sculpturen maken op de gang. “Gelukkig heb ik er wel een van ­verkocht.”

Na de zomer overweegt ze ook een deeltijdopleiding tot docent beeldende kunst en vormgeving te gaan doen. Niet omdat ze haar kunstenaarsbestaan voor gezien houdt. “Kunstenaar is echt mijn beroep, maar omdat ik komende jaren niet verwacht te kunnen leven van alleen mijn kunst, wil ik er iets bij doen dat aansluit op mijn vak. Ik geef al workshops aan kinderen. Ik vind het belangrijk om kennis over te dragen en ik ben er ook goed in. Ik vind het van belang dat kinderen in aanraking komen met kunst. En ik doe dat ook liever dan brood snijden”, zegt ze lachend.

Nu werkt ze twee dagen per week op de afdeling brood en kaas van een supermarkt. Liever zou ze die dagen besteden aan het geven van kunstlessen.

Experimenteren

Ook als kunstenaar heeft ze stappen kunnen zetten, vertelt ze. Ze experimenteert met nieuwe materialen en gaat een lascursus doen. Ook neemt ze bewust tijd om te reflecteren op haar eigen werk. “Wat werkt wel en niet? Wat vind ik goed en wat was slecht? Dat is voor mij heel belangrijk om mijn werk te ontwikkelen.”

De grote projecten wisselt ze af met kleine opdrachten. “De ene keer is er een groot honorarium ­beschikbaar, de andere keer wil iemand veel te weinig betalen. Het is altijd afwegen: wat steek je erin en wat houd je eraan over. Liever een werk waar ik tevreden over ben dan een nieuwe spijkerbroek.”

Ook belangrijk zijn de contacten met andere kunstenaars. “Elkaar ­inspireren en sparren over je werk.” Voor enkele braakliggende terrein-tjes in Rotterdam ontwerpt ze nu samen met andere kunstenaars installaties op locatie. Het thema is ‘play’ en dat sluit mooi aan bij het spanningsveld tussen sport en kunst, dat als een rode draad door haar werk loopt.

Ze wilde met een gele kalkstrook een renbaan aanleggen op en langs een middenberm. Ze hoopte ermee aan te tonen dat je mensen kunt verleiden om te bewegen, zonder daarvoor een duur sportveld aan te leggen. Maar haar voorstel is afgewezen, omdat de gemeente een renbaan op straat te gevaarlijk vindt. Ook blijkt het gras een bijenmengsel en daar mag geen kalkwagen overheen rijden. “Jammer, ik moet het idee aangepassen, maar bijen zijn ook belangrijk.”

Pianist Laurens de Man. Beeld Bram Patraeus

‘Ik speel nu beter, zekerder, vrijer’

Concoursen, concerten en zelfs een live televisie-optreden. Het gaat Laurens de Man voor de wind. En binnenkort studeert hij nog een keer af.

Daar zat Laurens de Man, achter de vleugel in een uitzending van tv-programma ‘Podium Witteman’. Mike Boddé, sidekick van Paul Witteman, vertelde het publiek hoeveel het ‘Largo’ uit Bachs pianoconcert in f-klein voor hem betekende en daarna zette Laurens het stuk in, begeleid door een groep strijkers.

Live op televisie optreden, dat is behoorlijk spannend. Anderhalve week later kijkt Laurens (25) er vrij tevreden op terug. “Ik had er ook lang op geoefend. Je weet dat live op tv optreden stressvol is. Daardoor kun je verkrampen en dan kunnen de trillers mislukken. Ik had goed nagedacht over hoe ik dat probleem moest voorkomen door op een losse pols te letten.”

Bijna twee jaar geleden studeerde Laurens af aan het Conservatorium van Amsterdam op orgel en piano. Hij gaat sindsdien bijzonder opgewekt door het leven. Geen wonder, zijn agenda zit vol en hij geniet van het muziekmaken, alleen of met anderen in kamermuziek. Aan zijn optreden in Podium Witteman is af te lezen dat hij ook een zekere naamsbekendheid heeft opgebouwd.

Stilistische bezwaren

Dat wil niet zeggen dat alles van een leien dakje gaat. Vorige maand deed hij mee aan het Bachconcours in het Duitse Würzburg. Daar bereikte hij de finale niet. Hij haalt er zijn schouders over op. “Ik vond het best goed gaan, maar de jury had ­stilistische bezwaren. Dat kan.” In januari ging het beter. Toen haalde hij de derde prijs op de Berlijnse Mendelssohn Wettbewerb.

Bijna twee jaar na zijn afstuderen heeft hij het gevoel dat hij een betere musicus is geworden. “Ik speel beter, zekerder en ook vrijer. Dat komt ook door mijn leraar Leo van Doeselaar, bij wie ik in Berlijn aan de Hochschule für Musik verder studeer.”

Maar leren doe je niet alleen op les, vindt Laurens. “Het is mijn diepste overtuiging dat je overal kunt leren. Laatst bereikten we tijdens een repetitie met een amateurkoor plotseling de juiste cadans. De dirigent hoefde niets meer aan te geven. Dat vond ik een leerzaam moment. Ook van zo’n tv-optreden leer ik veel. Een volgende keer weet ik weer beter hoe ik met spanning om moet gaan.”

Er staan nog mooie dingen op stapel dit seizoen. Zo speelt Laurens op 18 mei met drie andere organisten een marathonconcert in het Amsterdamse Orgelpark waarin 164 koraalvoorspelen worden gespeeld: stukken uit Bachs Orgelbüchlein, aangevuld met moderne composities. Tijdens de NJO Muziekzomer gaat hij met zijn Chimaera Trio vijf concerten geven.

Maar eerst afstuderen. “Op 26 juni doe ik examen met een concert op het orgel van de Berlijnse Dom. Heel bijzonder, vanwege het orgel dat 113 registers heeft. Dat wordt nog nachtenlang studeren in de Dom om de beste klankcombinaties te vinden. Ik verheug me er enorm op.”

Regisseur en scriptschrijver Zara Dwinger. Beeld Bram Petraeus

‘Schrijven van een filmscript is bikkelen’

Ze boekt het ene succes na het andere, de prijzen vliegen haar om de oren. Zara Dwinger denkt nu na over haar eerste lange speelfilm.

Nog geen twee jaar geleden studeerde Zara Dwinger (29) af aan de filmacademie. Afgelopen februari was er al een korte film van haar te zien op de Berlinale, een van de belangrijkste filmfestivals ter wereld. De reacties op ‘Yulia & Juliet’ waren lovend. Ze bloost er nog van, als ze dat vertelt. “Ik verdien er niets mee, maar het geeft natuurlijk wel een goed gevoel. Ik zie het als een stempel van goedkeuring.”

Haar carrière verloopt tot nu toe boven verwachting. Met haar afstudeerfilm ‘Sirene’ won ze nationaal en internationaal maar liefst vijftien prijzen. Vervolgens mocht ze Yulia & Juliet laten zien op het ­Nederlands Filmfestival en daarna dus op de Berlinale. 

Voor haar volgende korte film heeft ze nu ook zelf het script geschreven. Bij Yulia & Juliet had ze daarvoor nog de ervaren scenariste Jolein Laarman gevraagd. Inmiddels heeft ze haar script ingediend bij het Filmfonds. Volgende maand hoort ze of ze de film mag maken. Daarvoor is een budget van 40.000 euro beschikbaar. De titel luidt ‘A Holiday from Mourning’ en gaat net als haar vorige films over pubers, dit keer met het thema rouw. 

Meteen een klassieker

Het lijkt alsof het haar allemaal komt aangewaaid. Maar het schrijven van een script is echt bikkelen, vertelt ze. “Ik vind het moeilijk om vanuit het niets de energie en inspiratie te vinden en om alles ­alleen te moeten doen. En dan is er ook nog dat duiveltje dat me geregeld toefluisterde dat ik er niks van kon. Op dat soort momenten hield ik me voor dat het gewoon een oefening was. En dat ik moest los­laten dat het meteen helemaal perfect moest zijn. Het heeft even geduurd, voordat me dat lukte en ik tevreden kon zijn met het eindresultaat.”

De volgende stap is een lange film, daar broedt ze nu op. “In filmland heerst het romantische idee dat je met je eerste lange speelfilm een visitekaartje moet afgeven. Iedereen wil net als Quentin Tarantino met zijn ‘Reservoir Dogs’ meteen een klassieker maken. Die druk leg ik mezelf natuurlijk op, maar ­zoveel kansen krijg je ook niet. Je móet de lat hoog leggen en je originaliteit en potentie tonen, anders red je het niet. Ik probeer mezelf voor te houden dat het ook niet perfect hoeft te zijn.” Ze hoopt eind dit jaar een voorstel in te dienen.

Als haar voorstel wordt goedgekeurd krijgt ze een toelage voor het schrijven en het regisseren. Finan­cieel zou dat welkom zijn. Nu redt ze zich door zuinig te leven. “Ik heb gespaard van het geld dat ik heb verdiend met het maken van commercials. Verder geef ik workshops en les op onder meer de toneelschool. Ik had het niet verwacht, maar ik vind het heel leuk om mijn kennis over te dragen. In filmland doe je ­altijd alles voor jezelf. Met lesgeven doe je iets voor een ander en dat geeft energie.”

Lees ook: 

Afgestudeerd met hoge cijfers, maar hoe word je daarna kunstenaar?

Trouw volgde de afgelopen jaren vier kunstbeloftes op weg naar hun doel. In de eerste aflevering waren ze net afgestudeerd en  zaten ze vol plannen.

Hoe overleef je als jonge kunstenaar?

Een jaar na hun afstuderen bezocht Trouw de jonge kunstenaars weer en  bleken ze weinig te verdienen, hun  vakanties te schrappen, anti-kraak te wonen en te lopen op oude schoenen. Maar klagen? Nee hoor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden