interview

De film over De Cock-met-ceeooceekaa is rauwer en harder dan de tv-serie

Arne Toonen Beeld Martijn van Gelder

Een rauwe versie van de boeken van Appie Baantjer. Dat moest ‘Baantjer, het begin’ worden. Arne Toonen wilde meer bloed, geknuppel en corruptie in zijn film dan in de tv-serie. ‘Mensen geloven niet dat de politie zo was.’

Baantjer. Klinkt niet direct als een trekker voor hip, jong bioscooppubliek. Eerder als een fenomeen dat op de cultureel erfgoedlijst kan van de gemeente Amsterdam, net als de meeste locaties waar de verhalen over rechercheur De Cock, ‘De Cock met ceeooceekaa’, zich afspelen. 

Toch ademt de film bepaald niet de ouwe-jongens-krentenbroodsfeer van de populaire tv-serie en de boeken van Appie Baantjer. Deze nieuwe film is smeriger en harder. De hoofdrollen zijn voor Waldemar Torenstra en Tygo Gernandt, die als rechercheurs een aanslag op de aanstaande koningin moeten voorkomen. ‘Baantjer, het begin’, heet de film van Arne Toonen voluit. Een visitekaartje voor de gelijknamige nieuwe serie die hij inmiddels aan het draaien is en die waarschijnlijk vanaf september op tv te zien zal zijn.

Testpubliek

“Hé, Piet Römer zit er niet in”, klaagde iemand uit het testpubliek dat ruwe versies van de film bekeek. En inderdaad: met die erfenis moest Toonen aan de slag. De in 2012 overleden Römer vertolkte jarenlang de rol van rechercheur Jurre de Cock die vanuit het legendarische bureau Warmoesstraat de hoofdstedelijke onderwereld op de hielen zat. 

“De boeken en de serie hielden zich aan een heel strak format”, zegt Toonen in het café van het Amsterdamse filmmuseum Eye, met uitzicht op de vlekkeloze skyline van de stad: een volledig gepimpte versie van de hoofdstad die hij in de film laat zien. “Het begon altijd met het vinden van een lijk en het eindigde met De Cock die in café Lowietje even kwam uitleggen hoe het precies zat. Wat wij allemaal niet hadden gezien en hij wel.”

Zoon en kleinzoon

De film moest anders, vonden initiatiefnemers Peter en Thijs Römer, zoon en kleinzoon van Piet Römer. Ze hadden bedacht dat het verhaal zich moest afspelen in 1980, rond de krakersrellen en de kroning van Beatrix. Geweldig idee, volgens Toonen. “Visueel is de verloedering uit die tijd heel aantrekkelijk en voor Amsterdam was het de heftigste periode sinds Tweede Wereldoorlog. Het was oorlog in de stad.”

De twee kwamen bij Toonen uit omdat ze een regisseur zochten die het verhaal een eigen smoel kon geven. Want bij de moderne kijker kom je niet meer weg met een lijk en een puzzeltje om de dader te vinden. Dat de film hard en bruut moest zijn, was voor Toonen een voorwaarde, zegt hij.

En toch kon hij ook een heleboel niet laten zien. Zoals een hand die helemaal opengeschoten was en die een hele scène lang in beeld was. Die moest eruit vanwege de leeftijdskeuring. In de realiteit, leerde Toonen van schrijver/rechercheur Simon de Waal, ging het er bovendien nog veel harder aan toe.

“Je had op bureau Warmoestraat het bekende trappetje naar de cellen. Drie treden. Een van de wachtcommandanten had van die kolenschoppen van handen. Als iemand een grote bek had, sloeg hij ze met hun hoofd tegen de muur. Als er later dan geklaagd werd, was het van: ‘tja, hij was dronken. Van de trap gevallen’. In de boeken die krakers zelf later hebben gepubliceerd, stonden verhalen van mensen die een ME-busje in werden gesleurd, waar met een ME-helm al hun tanden eruit werden geslagen. Bij de testscreening geloofden mensen niet dat de politie in Nederland zo is geweest. Maar geloof me: het was nog erger. Ook aan de kant van de krakers”, zegt Toonen.

Zwart-wit

Alleen voor De Cock, net in Amsterdam gearriveerd vanuit Urk, is de wereld overzichtelijk zwart-wit. De film zelf speelt zich bewust in grijs gebied af. Het smerige is interessanter, zegt Toonen. We hebben in Nederland de neiging om verhalen luchtig en realistisch te laten zien. Zelf is hij geen realist. “Ook Baantjer begint luchtig. De eerste helft denk je ‘gezellig leuk, ouwe-jongens-krentenbrood. Beetje humor erin’. Maar dan wordt het donker. En het eindigt donker. Ik hoop dat mensen met een tevreden gevoel maar ook met veel vragen de bioscoop uitlopen. Was ‘ie nou corrupt of niet?”

Als regisseur goochelt hij ook graag met de regels, vertelt Toonen. Anders verliest hij het plezier in z’n werk. “Zo’n scène als bij de patholoog-anatoom is in series als CSI vaak een doodsaaie informatiedump over de doodsoorzaak. Maar bij dokter Rusteloos (actrice Ryanne van Dorst) is het een feest en wil je als kijker zo snel mogelijk terug naar dat mortuarium. Die chick is een heerlijke misantroop die het liefst alleen maar lijken om zich heen heeft en geen heartbeats in d’r shopje wil hebben. Totaal goth.”

Net als de stad zelf trouwens, in de film een groezelige verzameling verlopen figuren en een hoerenbuurt die nog als een soort open riool van de stad fungeerde. Gek genoeg werd niets daarvan in Amsterdam gedraaid. “Er is zoveel shit in beeld als je op de Wallen gaat draaien. Het is daar Disneyland voor seks. Dan ben ik als filmmaker meer geld kwijt om dingen uít beeld te halen dan dingen ín beeld te krijgen. Ik bedoel niet alleen de toeristen maar al die fucking belwinkels, Nutellazaken en donutshops. Daar kun je in een film niks mee. Plus: je moet al die pooiers afbetalen. Veel scènes hebben we daarom in Schiedam, Rotterdam, Leiden en Haarlem gedraaid.”

Het maakt natuurlijk geen verschil. Voor ‘Baantjer, het begin’ creëerde Toonen een nieuwe wereld, zoals hij dat eerder bij Dik Trom deed. Waarom zou hij in godsnaam Dik Trom willen verfilmen, vroeg hij zichzelf destijds af toen Eye­Works hem benaderde. Alleen als hij een eigen draai aan het verhaal kon geven, besloot Toonen, dus geen Dik Trom met kinderkopjes en molens. Op de eerste vergadering bij de filmmaatschappij vertelde hij zijn plan: Denk de familie Trom met strohoedjes die in een videoclip van Olivia Newton Johns Let Get Physical belanden, gemixt met Wham en heel veel pastelkleuren. “Totaal mesjogge natuurlijk”, zegt Toonen nu. “Maar EyeWorks zei: ‘Fuck it, we doen het.’ En zo werk ik.”

Lees ook:

‘Appie, je had ook een aardige crimineel kunnen zijn’

’Mijn naam is De Cock, met ceeooceekaa.’ Op 29 augustus 2010 overleed Appie Baantjer (86), de schepper van Nederlands bekendste rechercheur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden