recensie

De feministische leeslijst van Marja Pruis is prima te volgen, maar ook een wat highbrow onderonsje

Zangeres Beyoncé als Rosie the Riveter, een symbool voor het feminisme en de economische kracht van vrouwen en ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen vrouwen de plaats van de mannen innamen in fabrieken. Beeld -

Een ‘nieuwe feministische leeslijst’ weert de bekentenisromans van weleer, en omarmt de rebelse denkers en dromers.

De vrouwenbeweging was ooit (jaren zeventig) ook een beweging van lezers. Goed, je had heksennachten, bh-verbrandingen, grote demonstraties en praatgroepen waarin met spiegeltjes gegluurd werd naar elkaars geslachtsdelen, maar het waren toch veelal boeken die de opstand in gang zetten. Schrijfsters produceerden steeds nieuwe eye-openers waardoor de schellen van ieders ogen vielen. 

Denk aan bestsellers als Erica Jongs ‘Fear of Flying’, aan ‘The Women’s Room’ van Marilyn French, boeken die breed omarmd werden. “Eigenlijk gaat het over ons allemaal”, schreef Opzij destijds in een bespreking van Meulenbelts ‘De schaamte voorbij’, “over onze stompzinnige relaties met dezelfde onaangename mannen die ons belazerden”.

Het nieuwe aan ‘de nieuwe feministische leeslijst’, samengesteld door Marja Pruis, het eerste wat opvalt ook, is dat die oude bestsellers er niet tussen staan. De essaybundel bevat eenentwintig essays over boeken die ‘de moderne feminist gelezen zou moeten hebben’ (al moet er helemaal niks natuurlijk, benadrukt Pruis ), maar de romans van Doris Lessing, Marilyn French en Erica Jong ontbreken, zo ook Anja Meulenbelt wier bekentenisroman, het citaat hierboven getuigt ervan, toch leidend was in wat toen nog het bewustwordingsproces heette.

Gezocht is naar studies, romans die aansluiten op het hashtag-feminisme van nu dat niet meer steunt op grote verhalen. “Het lijkt soms of er vroeger meer getheoretiseerd werd, en nu meer wordt gepraktiseerd”, leidt Pruis voorzichtig in. “Ook is het alsof het hedendaags feminisme veel meer persoonlijk is, verbonden aan ieders eigen identiteit, terwijl voorheen het eigen levensverhaal ondergeschikt was aan het collectief.”

Nieuwfeministisch genoegen

Het is nu ook meer zoeken misschien naar wat dat feminisme nou nog inhoudt, nu het niet meer om het omverwerpen-van-het-patriarchaat gaat, maar om het uitbannen van verschijnselen die hardnekkig blijken, terwijl de zaken toch al lang goed geregeld zijn.

Het slaat in ieder geval meer aan, dat nieuwe, lichtvoetiger feminisme, dat is duidelijk sinds Beyoncé het F-woord op het podium projecteerde en leuzen van Chimamanda Ngozi Adichie (‘We moeten allemaal feminist zijn’) in haar songteksten opnam. En sinds Hollywood #MeToo propageerde. Sinds het activisme een vrouwelijker, flexibeler gedaante aannam dus eigenlijk. 

Pruis refereert aan het succesvolle manifest van de ‘ravissante’ Adichie, in Zweden verplichte leesstof voor scholieren, en aan Mary Beards schotschrift over het mannelijke model van de macht (‘Vrouwen en macht’). Ze signaleert met Mary Beard de pek en veren die nog steeds klaar staan voor vrouwen die hun nek uitsteken, bijvoorbeeld burgemeester Halsema, maar ook, met nieuw-feministisch genoegen, dat het niet noodzakelijk een broekpak is, waarin Halsema die pek met veren over zich heen krijgt. De macht draagt dezer dagen ook weleens een ‘voyante jurk’. (‘Al moet er niets natuurlijk.’)

Bij de selectie voor de lijst is gekeken naar de historische én actuele waarde van de boeken. Jonge en enkele oudere essayisten, vrouwen en mannen, is gevraagd om een nieuwe lezing, die zo blijkt, soms niet zo afwijkt van eerdere lezingen, maar hier wel resulteert in heldere, boeiende, soms zelfs sprankelende (van Pruis zelf met name) essays. 

Zo stort Franca Treur zich op Badinters ‘de mythe van de moederliefde’, en concludeert met deze ooit omstreden Franse filosoof dat moederliefde geen instinct is (noch heilig zoals de profeet Jesaja predikte, aldus Treur) maar een gevoel als alle andere, en dus in iedere moeder anders.

Verketterde roman

En zo vindt Bregje Hofstede in Virginia Woolfs ‘Orlando’, waarin de held halverwege van geslacht verandert, dat ‘de meest vitale kern van de mens verandering is’ - wat niet zozeer een nieuwe als wel een idealistische lezing is van Woolfs roman, die volgens Hofstede je ook het besef opdringt dat ‘elke vorm van hokjesdenken stukloopt op de complexiteit van een mensenleven.’

Die wijsheid vind je terug in meer essays in deze lijst die gaan over boeken van onafhankelijke, rebelse denkers, allemaal vrouwen, vaak loners, dus niet noodzakelijk op de bres springend voor hun zusters of op de barricades voor gelijke rechten. Zo zou wijlen Jenny Diski vast met sardonisch genoegen hebben opgemerkt dat haar in de jaren tachtig juist door feministen verketterde roman ‘Unnatural’ is opgenomen in deze leeslijst. Diski’s spraakmakende debuut verkent vrouwelijk masochisme, en de schrijfster weigert van haar heldin een rolmodel te maken.

De schurende relatie met de eigen sekse vind je ook bij de eerste en oudste hier besproken roman ‘De coquette vrouw’ (1915) van Carry van Bruggen, waarin een naar verheven liefde snakkende antiheldin het gevoelsleven boven het maatschappelijk leven stelt en klaagt over die ‘hygiënisch geklede’ ‘voortreffelijke vrouwenschaar’ wier politieke idealisme haar beklemt, aldus neerlandica Saskia Pieterse.

Rijk geschakeerd

Iets soortgelijks geldt voor de vermaarde dichter Sylvia Plath, wier autobiografische roman ‘The Bell Jar’ ons vooral confronteert met een jonge vrouw die worstelt met depressies en met een geïncorporeerde in-keurige moeder die haar remt. “Feminisme is bij Plath niet alleen verlost worden van mannen, maar vooral van andere vrouwen”, aldus Joost de Vries. Hij eindigt zijn essay met een citaat uit de brief, die Plaths moeder na verschijning van ‘The Bell Jar’ naar de uitgever stuurde en waarin ze benadrukt hoe Plath niet die gekwelde, furieuze stem had die klinkt in het boek maar eigenlijk een ‘service oriented good girl’ was. “Zelfs na haar dood werd Plath nog ingesnoerd in het korset van keurig, correct en dienstbaar”, concludeert De Vries.

Een rijk geschakeerd, maar wat highbrow onderonsje is deze leeslijst ook wel. Ik miste enkele nieuwe namen (Roxane Gay) maar dat is flauwe kritiek op een bundel die nu eenmaal niet oneindig is. Misschien komt er wel nog een nieuwe nieuwe feministische leeslijst. Fijn aan deze korte beschouwingen is dat ze helder en makkelijk te volgen zijn zonder de romans gelezen te hebben en dat ze soms inspireren tot (her)lezen, maar je het ook hierbij mag laten.

Een slotsom is lastig te maken. Iets van een conclusie wordt in de inleiding al aangekondigd: dat het feminisme als verklaringsmodel steeds ter discussie staat. Zoiets impliceren ook de slotregels van het laatste essay over Maggie Nelsons ‘De Argonauten’. Xandra Schutte schrijft dat bij Nelson het persoonlijke nog wel politiek is, maar niet exemplarisch. Nelson koestert haar schrijven juist als een manier om zich aan elke definitie te ontrekken. Dat zijn lastige zinnen waar je als lezer dan nog lang over door kunt piekeren. Maar het hoeft niet.

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden