Review

De familie Freud op de divan

Menige autobiograaf zal Iki Freud benijden om de stof waarin haar leven zo rijkelijk voorziet. Haar vader János Freud, een van oorsprong Hongaarse jood, dook in oorlogstijd onder in de kelder van zijn eigen Amsterdamse huis. Hij was een zachtmoedige man, farmacoloog en ontdekker van het hormoon testosteron. Haar Nederlandse moeder Lini werd door hem spottend Mussolini genoemd, omdat zij altijd de baas speelde. Ze had het temperament van een vulkaan en kon schelden als een zeebonk. Iki zelf, in 1937 geboren uit dit in meer dan één opzicht gemengde huwelijk, ging in de jaren vijftig studeren, maakte naam als psychoanalytica en ondernam verre reizen. Ein gefundenes Fressen, kortom, voor iemand die zijn memoires op schrift stelt. Toch zijn de zojuist in druk verschenen herinneringen van Freud weinig geslaagd. Het materiaal waarover ze beschikt is schilderachtig genoeg, maar haar pen schiet tekort. Het lukt haar niet de figuren tot leven te wekken die het bijna driehonderd pagina's tellende boek bevolken. Haar ouders en andere familieleden, haar vrienden en collega's, ze willen maar geen mensen worden van vlees en bloed.

Zo noemt ze haar moeder 'exuberant en exotisch of excentriek, een intrigante en een roddelaarster, opvliegend en heftig'. Haar vader typeert ze als 'ingehouden, warm, uiterst correct, gewetensvol, hulpvaardig en meelevend'. Het zijn persoonsbeschrijvingen die afkomstig lijken uit een psychiatrisch rapport. Over het ongelukkige huwelijk van haar ouders heet het met een platitude: ,,Ingehouden mannen houden nu eenmaal vaak juist van hun tegenpool, de meer exhibitionistische of hysterische vrouwentypes.” De lezer neemt het ter kennisgeving aan, maar hij raakt niet bij het gezin Freud betrokken.

,,Mijn moeder vertelde me eens dat ze me toen ik ongeveer één jaar oud was vaak in een kinderstoel in de kamer zette, waar ik dan urenlang stil om me heen bleef zitten kijken. Die rol van toeschouwer ligt me nog steeds het beste”, stelt Freud zelfvoldaan vast. Daarmee suggereert ze dat ze voor haar latere beroep van psychoanalytica 'in de wieg gelegd' is. En inderdaad, de psychoanalyticus is toeschouwer bij uitstek. Hij moet, op zoek naar mogelijke onderbewuste conflicten waarmee zijn patiënt worstelt, beschikken over een scherp waarnemingsvermogen. Hij moet ook en vooral strenge terughoudendheid in acht nemen. Onder alle omstandigheden dient hij tot zijn patiënt afstand te bewaren. Voor een schrijver is deze afstandelijkheid rampzalig. En dat is nu precies het euvel van 'Mijn naam is Freud, Iki Freud': geen van de door Freud beschreven personen ontkomt aan haar beroepsmatige terughoudendheid. Allemaal worden ze onderworpen aan haar zakelijke blik, om beurten mogen ze plaatsnemen op de divan, maar ze komen nooit dichterbij dan om het even welke bezoeker van haar praktijk.

Een paar maal vergelijkt ze zichzelf in haar boek met Elias Canetti. ,,Met hem bevind ik mij in goed gezelschap, want ook hij heeft zijn herinneringen pas op veel latere leeftijd opgeschreven”, zegt ze koket. Het mag zo zijn dat Freud graag aanleunt bij de getalenteerde Canetti. Maar het is uiterst twijfelachtig of hij, op zijn beurt, zich zou willen laten inlijven door de schrijfster van dit gevoelsarme proza.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden