Reizen

De Faerøer-eilanden zijn groen, groener, groenst

Traditionele huizen met groene turfdaken op de Faerøer-eilanden Beeld Getty Images

Bekijk op een donkere winteravond eens een landkaart in de atlas of op een tablet. Je kunt zomaar de veerlijn tussen IJsland en Denemarken ontdekken, die een stop maakt op de Faerøer-eilanden.

Hè, loopt daar nou een blauwe stippellijn dwars door zee? Even terug. Zoom. Verrek. Een lijntje door de Noordzee en de Atlantische Oceaan, die begint in het noorden van Denemarken en loopt naar - veeg, veeg - Faerøer, en eindigt - nog een veeg - aan de oostkust van IJsland. Echt? Zou dat betekenen dat op dit traject een veerboot pendelt?

Lang zoeken is niet nodig: de Faerøerse rederij Smyril Line duikt direct op in de zoekresultaten. Die blijkt met een joekel van een veerboot, met plek voor zo’n 1500 passagiers en 800 auto’s, het jaar rond langs de eilanden te varen. Met haar laadruim mikt ze op vrachtvervoer en pendelende Faerøerders met auto, én - vooral in de zomer - op Europese kampeerders met camper of caravan en andere vakantiegangers die graag op eigen wielen rondrijden.

Minicruise

Afgaand op de site belooft het eerder een minicruise dan een kale veertocht te worden; aan boord vind je een bioscoop, zwembad, sauna, gym en een trits restaurants, al dan niet met livemuziek, en op het dek jacuzzi’s. Op de gewenste vertrekdatum zit de boot vanuit het Deense Hirtshals al vol, dus verandert de cruise van aperitief in toetje en begint de tocht in IJsland. Daar, in sprookjesachtig Seydisfjördur, met z’n bontgekleurde houten vissershuisjes aan de monding van een knalgroen fjord vol bloeiende bloemen, ligt op een ochtend in juli het enorme Smyril-bakbeest in de haven. Als een nijlpaard in een veel te klein waterplasje.

Beeld Colourbox

Zodra alle campers, caravans, auto’s, motoren en fietsen benedendeks staan geparkeerd, wordt Seydisfjördur al snel nog kleiner dan het is en varen we door het gelijknamige fjord met een handvol huizen naar de Atlantische Oceaan. De vuurtoren op een oostelijke uithoek van IJsland prikt met moeite door de mist en daarna zijn we op open zee. Het is soms zwalken op de boot; het zwembad in de kelder is een permanent golfslagbad.

Aan boord blijk je de tocht zo cruiserig te kunnen maken als je wilt. Er zijn raamloze, wat rumoerige budgetkajuiten met stapelbedden en klapdeuren (breng je eigen slaapzak), maar je kunt ook in luxe suites met zeezicht in slaap wiegen. Er is patat en pizza in de kantine, maar chef-kokwaardig dineren kan ook. Sauna en zwembad zijn er voor iedereen - we zijn hier wel in het hoge noorden.

Na een vaardag zonder verveling gaat het schip rond drie uur ’s nachts voor anker in stikdonker Thorshavn, de stad die zich graag als een van de kleinste hoofdsteden van de wereld mag presenteren (de Faerøer zijn zelfstandig binnen het Deense koninkrijk en geen EU-lid). Vanuit ditzelfde Thorshavn zullen we drie dagen later doorvaren naar het vasteland van Denemarken.

Groen, groener, groenst

Op de aankomsttijd na is alles ideaal aan die tussenstop: in een paar dagen kun je, zeker met eigen vervoer, maar ook met bussen, heel wat van de vikingarchipel zien. Veerboten zijn haast niet nodig; de meeste van de achttien hoofdeilanden zijn door bruggen en kilometers-lange (tol)tunnels met elkaar verknoopt, soms zelfs met lichtshows als vermaak. Voor de zuidelijke eilanden Sandoy en Suduroy moet je wel weer de boot op, net als voor vogelaarsparadijs Mykines.

Beeld Colourbox

Al rondrijdend domineert één kleur het boomloze landschap: heel-erg-groen. De glooiende weilanden, het mos op de donkere basaltpieken, de houten huizen met traditionele turfdaken - zelfs het parlementsgebouw ziet er zo uit: het is allemaal groen, groener, groenst.

Een paar dagen zijn genoeg om te ontdekken hoe het hier zo allemachtig groen kan zijn: het wil hier nogal eens plenzen. Dat gaat het hele jaar door, want aan seizoenen en enorm wisselende temperaturen, laat staan sneeuw, doen de Faerøer niet. Er zit, voor wie wandelen wil, daardoor weinig anders op dan in de stromende regen op pad te gaan. Tijdens een glibbertocht van een paar uur naar het oogstrelende dorpje Saksun weet geen wandelaar het droog te houden - daar helpt geen enkel merk buitensportkleding tegen.

Trendy Thorshavn

Tegenover de regen staat gelukkig veel moois: het natte weer zorgt behalve voor al het groen ook voor talloze spontane watervalletjes, prachtige wolkenluchten en snelbewegende mistplukken. Het is altijd weer een verrassing of je onderweg iets ziet en wat. Verder maakt het natte weer de dorpscafés tot knusse pubs, waar iedereen opwarmt en bijkletst.

En heus, de zon schijnt ook geregeld. Het is dan fijn rondstruinen in verrassend kosmopolitisch Thorshavn, met z’n gekleurde pakhuizen en eetcafés met pita’s en vegaburgers in de haven, kruip-door-sluip-doorstraten met roodgeverfde huisjes met grasdaken en winkels vol wol van eigen bodem, al dan niet verbreid tot hippe sok of trui.

Saksun Beeld Colourbox

Met circa vijftigduizend inwoners voelen de Faerøer tegelijk als een dorp, ook voor een buitenstaander. De jongen van de VVV staat ’s avonds een paar deuren verderop achter de bar. En nieuws waait in een mum van tijd over de eilanden. Bijvoorbeeld als er in het noorden voor de kust een walvis in mootjes wordt gehakt - een traditie die de Faerøerders door hun speciale status binnen Denemarken kunnen voortzetten, tot frustratie van dierenrechtenorganisaties.

Als de veerboot na drie dagen weer zijn reusachtige mond opent om alle vrachtcontainers, campers en passagiers in te slikken, is het nog niet gedaan met de reispret. Tijdens het ontbijt de volgende dag varen we langs de Shetlandeilanden, en ’s avonds in de hottub op het dek is voor het eerst in weken, na nachten vol midzomerlicht, weer een zonsondergang te zien. Wat een weelde. En dat allemaal dankzij dat ene stippellijntje op de kaart.

Smyril Line 

Rederij Smyril Line vaart ’s zomers twee keer en ’s winters een keer per week van het Deense Hirtshals (950 kilometer vanaf Utrecht) via Thorshavn op de Faerøer-eilanden naar Seydisfjördur in Oost-IJsland en vice versa. De eerste etappe duurt 36 uur, het stuk naar IJsland 19 uur. Als rugzaktoerist in een stapelbed betaal je in het hoogseizoen voor de hele route € 295 (een fiets kost € 20 extra). Duo’s met auto betalen € 475 p.p. in combinatie met de goedkoopste slaapplek, gezinnen € 375 p.p. (alles enkele reis). Privékamers kosten meer. Maaltijden zijn vooraf goedkoper te boeken. Vliegen naar de Faerøer kan ook: de meeste vluchten vertrekken uit Kopenhagen (retour vanaf € 130 p.p.). smyrilline.nl

Reisreportages vanuit bijzondere bestemmingen, boeiende steden en verre streken, met reistips. U vindt ze op trouw.nl/reizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden