Opinie

De drie gezusters blijven wat bleke Betten

Enkele jaren voor zijn vroege dood in 1904 voltooide Tsjechov zijn 'Drie Zusters'. Anders dan zijn laatste stuk, 'De Kersentuin', noemde hij het geen komedie, maar een drama. Toch brengt Toneelgroep Amsterdam in de eerste Tsjechov-regie van artistiek leider Ivo van Hove terecht komische accenten in de voorstelling aan, al hadden dat er van mij (en, ik denk, ook van Tsjechov zelf) wel heel wat meer mogen zijn.

'Drie Zusters' is immers de briljante, eigentijdse samenvatting van de Russische schrijver van het ijdel gezwoeg van de mens onder de zon, en dat in de ambiance van een duffe provincieplaats waar mensen zichzelf en elkaar veroordelen tot een wachten op - ja, op wat? De dood, het echte leven? En intussen vliedt, onherstelbaar, de tijd heen. Tsjechov maakt dit bijna onmerkbaar duidelijk, doordat de handeling een aantal jaren bestrijkt, terwijl dat alleen maar impliciet duidelijk wordt, bijvoorbeeld doordat de eigenaar van het landgoed en broer van de drie zusters, Andrej, en zijn vrouw in het eerste bedrijf nog niet getrouwd zijn en in het vierde bedrijf er al twee kinderen uit het huwelijk geboren zijn.

De handeling van 'Drie Zusters' is dan ook vrij diffuus, om niet te zeggen langdradig en vereist een scherpe dramaturgie met duidelijke markeringen. Immers, het is niet alleen het verlangen van de drie zusters terug te keren naar de plek van hun jeugd, Moskou, waar alles beter is en vol van opwindend leven, maar het zijn ook de illusies en desillusies van de overige personages die hun trage, nergens toeleidende kringen trekken. De enige die daaraan ontsnapt is de 82-jarige oude gedienstige, prachtig gespeeld door Marjon Brandsma en een mooi spel met de tijd van de auteur. Gekoeioneerd op haar oude dag door de nieuwe meesteres in het huis, vindt ze tenslotte bij de oudste zuster, Olga, een veilige plek.

Maar de duidelijke markeringen in de handeling bleven grotendeels uit. De enige die dat overtuigend en met geweldig speelplezier wel deed, vond ik Hugo Koolschijn als de pedante leraar Latijn Koelygin, echtgenoot van de middelste zuster Masja. Iedere keer als hij opkwam met een nieuw staaltje van botheid, ging er wat spetteren. Daar staken de drie zusters helaas wat bleek bij af: Lineke Rijxman (Olga), Marieke Heebink (Masja) en Halina Reijn (Irina), al ging de eerste in het derde bedrijf wel even heftig uit haar dak. Maar het leek wel alsof de lethargie waar Tsjechovs personages onder lijden, ook door veel traag en lethargisch spel moest worden uitgedragen, en dan wordt de 'Drie Zusters' minder opwindend dan het stuk in potentie wel degelijk is.

Ook de Andrej van Hans Kesting en de op Masja verliefde luitenant-kolonel Versjinin van Pierre Bokma liepen wat al te sneuïg uitgeblust te wezen, terwijl ze toch hun heftige momenten van de schrijver hebben gekregen: Andrej in zijn tirades tegen de Russische intellectuelen, Versjinin in zijn tot niets leidende liefde. Het hele blik luitenants dat Tsjechov in zijn 'Zusters' opentrekt en dat op zich de gist moet zijn waardoor het stuk gaat rijzen, leek in zijn witte hemdsmouwen vooral z'n best te doen militair zo min mogelijk op te vallen.

Dat lijkt me een misverstaan van de tekst, zoals ook de vertaling van Judith Herzberg, bijeengesprokkeld uit Franse, Engelse en Duitse vertalingen, mij niet kan bekoren. De zwier van het begin van de twintigste eeuw, die op elke bladzij van mijn Engelse Tsjechov-uitgave spreekt, ontbreekt. Als Koelygin zijn snor heeft afgeschoren, spreekt de legerarts Tsjeboetykin over 'uw fysiognomie', wellicht een knullige vergissing voor 'fysionomie', maar gewoon 'uw gezicht' had ook uitstekend voldaan. En als dezelfde dronkelap (aardige rol van Fred Goessens) aan het slot, voor en na de dood van baron Tuzenbach (Leon Voorberg) zingt: ,,Tara...ra...boemdijé het leven valt niet mee ...'', vind ik dat heel wat minder aardig dan het direct uit het Russisch vertaalde: ,,Tarara-boom-di-ay ... I'm sitting on a tomb-di-ay''.

Het decor, tenslotte, van Jan Versweyveld, is een rommelige verzameling meubilair waar veel mee gesleept wordt. Slecht belicht, de 'schimmentaferelen' achter drie grote panelen irritant. Als het vierde bedrijf begint, dat in de tuin speelt, wordt een band met vogeltjesgefluit gestart. Nee, behalve Koolschijn en nog wat leuke momenten, was het in deze voorstelling toch wel een beetje armoe troef.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden