Review

De dood van 'het kind' is een blasfemie

De Spaanse schrijver Francisco Umbral (Madrid, 1935) is in Nederland en Vlaanderen een nobele onbekende. Om daar verandering in te brengen, heeft uitgeverij Ijzer een vertaling gepubliceerd van de 'moderne klassieker' 'Sterfelijk en roze', die uit 1975 dateert. Aanleiding was ongetwijfeld de officiële erkenning die Umbral onlangs ten beurt is gevallen, want eind 2000 werd hem de hoogste literaire onderscheiding van het Spaanse taalgebied toegekend: de Premio Cervantes. Dat de uitreiking van deze prijs met een flinke polemiek gepaard ging, zal geen enkele lezer van de Spaanse pers verbazen. De momenteel voor de krant El Mundo werkende auteur is met zijn duizenden artikelen altijd al de luis in de pels geweest van het Spaanse politieke en culturele establishment, wat hem vanzelfsprekend de nodige vijanden heeft opgeleverd.

ILSE LOGIE

Productiviteit kan Umbral in elk geval niet worden ontzegd. Hij publiceert gemiddeld twee boeken per jaar, wat zijn bibliografie al op meer dan 80 titels brengt. Het hoeft geen betoog dat een dergelijk omvangrijk oeuvre van ongelijke kwaliteit is. Behalve poëzie beoefent Umbral trouwens alle genres, van essays, romans en verhalen tot monografieën. Ondanks de zeer uiteenlopende registers waarvan hij zich bedient, zijn in zijn werk toch enkele constanten aan te wijzen. Daartoe behoren zijn erg persoonlijke, barokke stijl, de mengeling van hooggestemd proza en scheldtirades, van sarcasme en tederheid, en het belang van thema's als de kindertijd, de erotiek en het leven in Madrid.

In dat werk neemt het intimistische dagboek 'Sterfelijk en roze', dat door de kritiek unaniem als een van zijn beste boeken wordt beschouwd, een aparte plaats in. Het is de vrucht van een zware crisis die Umbral doormaakte toen zijn zoontje van vier ongeneeslijk ziek werd en kort daarop stierf. Eerder dan een artistieke intentie, lag dus vooral zelfbehoud aan de oorsprong ervan, het zoeken naar een manier om de brutale verstoring van de huiselijke orde aan te kunnen. Ook al ging het met behulp van drank en pillen, het werken aan het dagboek zorgde voor een minimale continuïteit in het leven van de auteur, en behoedde hem voor de totale ontreddering. Hij mag dan onder druk van de omstandigheden zijn gebruikelijke streken grotendeels achterwege hebben gelaten, toch krijgt de gevestigde literatuur (waar hij nu, ironisch genoeg, ook deel van uitmaakt) er zelfs hier van langs. De 'brutale straatjongen' Umbral heeft het immers niet op dat 'plechtstatige burgermannetje' begrepen.

De keuze van het dagboek houdt eveneens verband met Umbrals afkeer van een teveel aan regels. Niet voor niets zweert hij bij de 'schitterende vorm van mislukking' die het fragment is, en verkiest hij duizenden scherven boven een prachtige gave spiegel. Het 'draaiende rad van ogenblikken' dat hem voor de geest stond, is 'Sterfelijk en roze' in elk geval geworden -op het duizelingwekkende af. Daar is niet enkel Umbrals poëtica debet aan, maar tevens een soort homeopathisch principe: de koorts van het kind kan slechts met koortsachtige literaire bedrijvigheid worden bestreden. De worstelingen op papier dragen dan ook de sporen van doorwaakte nachten, onder de vorm van ontregelde zinswendingen, abrupte overgangen en bevreemdende beeldspraak. Bovendien wemelt de tekst van de citaten, met name uit de Spaanse poëzie, die door vertaler Vanderzee secuur werden opgespoord. De titel is bijvoorbeeld ontleend aan een versregel van Pedro Salinas: ,,Dit sterfelijke en roze lichaam/waardoor de liefde zich de eindeloosheid schept'. De literaire verwijzingen nemen meermaals de plaats in van sleutelmomenten in het verhaal -de dood van het kind, zijn begrafenis- die niet als zodanig worden verteld, maar enkel gesuggereerd. Deze zijdelingse, elliptische benadering heeft minstens twee voordelen. Ten eerste omzeilt Umbral zo de klip van de sentimentaliteit en tilt hij zijn dagboek op een universeler niveau. In de tweede plaats verleent deze sublimering de literatuur het statuut van een primaire levensbehoefte, dat ze voor Umbral altijd heeft gehad.

De autobiografische dimensie bereikt de lezer via de omweg van taal en traditie, via de metafoor van het schrift dat ontcijferd moet worden. Vader en kind worden opgevoerd als tekens die elkaar lezen en interpreteren: dat kind baant zich haperend een weg door de taal, die zijn vader beheerst. Niet dat Umbral sr. het toetreden tot de culturele orde zo hoog aanslaat -'de hele cultuur is een circusoefening'- alleen beseft hij dat de volwassenen geen andere keuze hebben. Maar dat het kind in wezen superieur is, staat voor hem buiten kijf. De geboorte van het kind luidt dan ook de herbronning in van de vader. Het is geen toeval dat 'Sterfelijk en roze' begint met een evocatie van de verschillende lichaamsdelen, waar de vader nu naar kijkt door de ogen van zijn kind, dat blijk geeft van een 'flitsende dierlijkheid' omdat het een en al heden is. Het kind heeft namelijk geen last van het hinderlijke gewicht van de cultuur, het is 'een grondstof in ruwe vorm waardoor zachtjes en traag de kam van de taal wordt gehaald'. Zijn omgang met de natuur is ongecompliceerd en spontaan, waardoor het overal toegang toe krijgt: terwijl 'dat milligram zilver dat in elke golf zit' alleen aan het kind geschonken wordt, moet de volwassene alles verwerven via de grove weg van geld of eigendom. Een kind krijgen of hebben betekent bijgevolg ook de eigen kindertijd herbeleven, zelf weer voor even dat 'goudblonde en fronsende kind worden op een vergeelde lithografie uit het verleden'.

Erg opvallend is dat Umbral zijn zoontje, dat nochtans de spil van het dagboek vormt, nergens bij naam noemt en het consequent over 'het kind' heeft, als betrof het anoniem ambachtswerk. Dat is in zekere zin ook zo, aangezien alle kinderen dat ene kind zijn. Ze behoren allemaal tot het ongedifferentieerde, arcadische gebied van de menselijke soort, en veroveren pas gaandeweg hun individualiteit op de natuur. Door zijn argeloosheid bezit een kind zoveel vermogens die het, naarmate het opgroeit, gedoemd is kwijt te raken. En net die aanstekelijke kracht, die verfrissende zuiverheid wordt Umbral sr. ontnomen. Niets is bij machte hem te verzoenen met de ongeoorloofde absurditeit die de ziekte van zijn kind is, en die hem treft als een monsterlijke blasfemie. Wel probeert hij troost te putten uit de gedachte dat het nu tenminste gaaf gebleven is. Ieder kind verdwijnt tenslotte, al sterft het niet daadwerkelijk, om slechts voort te leven in de herinnering, die juist in onder meer de literatuur kan worden opgeroepen en gekoesterd.

Het kost echter bovenmenselijk veel inspanning om afscheid te nemen van die ogenblikken van sereniteit, van hechte samenhorigheid die Umbral samen met het jongetje in de schommelstoel heeft doorgebracht, en die hem zelfs afhielpen van zijn innerlijke onrust. Helaas moet die stoel langzamerhand wijken voor een ander soort stoel, de rolstoel, waarin het kind door de gangen van de 'witte gevangenis' wordt voortgeduwd. Na zijn dood wil Umbral niet op de vlucht slaan voor zijn verdriet. Zijn dagboek verandert vanaf dat moment in een toevluchtsoord waar hij gesprekken kan blijven voeren met zijn zoontje alvorens het beeld onherroepelijk bevriest, en de afstand elke vorm van dialoog onmogelijk maakt.

In 'Sterfelijk en roze' schetst Francisco Umbral een dubbelportret van een vader en een zoon die elkaar moeten loslaten. Hij toont zich hier van zijn kwetsbare kant, tempert zijn doorgaans heftige retorische vuurwerk en blijft spaarzaam met afrekeningen. Het is met andere woorden een goede zaak dat dit onlangs gelauwerde Spaanse enfant terrible in ons taalgebied wordt geïntroduceerd met een niet altijd even toegankelijk, maar aangrijpend dagboek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden