Review

De doden zullen in naam aanwezig zijnIN MEMORIAM

Maandag verschijnt een boek met de namen van 103 000 Nederlandse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord. Koningin Beatrix neemt het eerste exemplaar in ontvangst. Het namenboek heet 'In memoriam', 'Lezecher' in het Hebreeuws: 'Ter herinnering'. 'In memoriam', gebonden, ¿ 85.

De verhalen kwamen pas vele jaren na de oorlog los. Mijn tantes dood in 1944 had die verduisterd, wat viel er te zeggen na haar vergassing door Duitsers omdat ze dochter van Joodse ouders was. Met de Duitse inval had de stilte toegeslagen. Over de jaren na 1940 wisten we van mijn tante vrijwel niets.

Met haar naam als houvast begon ik, zoals velen, een speurtocht. Die ving aan in het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, waar op Kamer 12 op een plank de 'In memoriam'-boeken staan van de Oorlogsgravenstichting. In 42 rode banden zijn de namen gedrukt van 125 000 in de tweede wereldoorlog vermoorde Nederlanders die geen graf hebben. Deel 4 tot en met 33 tellen de namen van 103 000 Joodse Nederlanders, in alfabetische volgorde, met geboortedatum en -plaats en voor zover bekend datum en plaats van het sterven, met een asterisk erachter als over de sterfplek geen volledige zekerheid bestaat.

Mijn tante staat genoemd tussen 78 familieleden, inclusief de aangetrouwden en de vrouwen die schuilgaan achter de naam van hun echtgenoot. De Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie heeft ooit alle banden doorgespit en in een apart deel de meisjesnamen van gehuwden gealfabetiseerd, waardoor ook die zijn op te zoeken.

Nu kon (via het Riod en andere archieven) het spoor teruggevolgd worden: Van Auschwitz-Birkenau via Theresienstadt tot Westerbork. Al die onoverkomelijke momenten kwamen dichterbij. Al die data zijn omringd door een oorverdovende stilte. Wie met vernietiging werd bedreigd, moest het uiteindelijk alleen zien te redden.

Haar naam was in die speurtocht de leidraad. In verhalen thuis kwamen ook de andere namen terug. Van een neef, briljante jongen, groot promotiefeest in 1933! Midden-Europa. Zijn vrouw en kinderen, jongste dochtertje net een maand oud en opgepakt. Auschwitz. Een verre neef gaf ieder jaar een muziekavond. Myslowitz. Een oom was directeur van het sjiekste hotel van de wereld, waar je dus zomaar binnenkwam als je op bezoek ging, want hij woonde er gewoon. Auschwitz.

Op het Riod mogen de bladzijden met hun namen gekopieerd worden. Sommige bladzijden in de boeken ontbreken, zijn meegenomen en op hun beurt door erin geplakte kopieën vervangen. Het is zwaar, wanneer je het 'In memoriam' in handen hebt. In andere instituten wordt alleen een kopie overhandigd van de bladzijden met de gezochte familienaam. Er bestaan maar twaalf exemplaren van de reeks, een paar bevinden zich op andere plekken in Nederland, andere ergens op de wereld, zoals in het herinneringscentrum Yad Vashem in Jeruzalem. De banden zijn een enkele keer opgelapt om niet uit elkaar te vallen.

Eind jaren veertig, begin jaren vijftig waren de meeste sterfgevallen wel vastgesteld door het Rode Kruis en waren de mensen stuk voor stuk door het ministerie van justitie in het Staatsblad dood verklaard. In de jaren zestig zijn de 'In memoriam'-boeken gemaakt door gepensioneerde zetters en leerlingen van grafische scholen, op initiatief van de Oorlogsgravenstichting, die voor de wèl gevonden lichamen van in de oorlog gedode mensen de graven verzorgt en met dit namenboek de niet-geborgenen eert. Voor Joden, voor alle nakomelingen is het immers een plicht dat de namen van de doden ter herinnering worden vastgelegd.

Bijna iedere dag komen bezoekers op het Riod het namenboek raadplegen. Die duizenden namen in miljoenen letters vormen, in de geest van het Joodse Kaddiesj-gebed voor de doden, een monument dat in de verstandsverbijstering troost biedt. Wie door de herinnering aan namen geraakt is, biedt het, in de massaliteit van het aangedane leed, de troost van de persoonlijke ontroering. Door de naam van de dode in de herinnering te roepen gaat die niet teloor in het onwezenlijke getal van alle doden.

De Amsterdamse zakenman R. Kahn heeft met een aantal geestverwanten en de Sdu-uitgeverij een wens van vele raadplegers verhoord, door geld bijeen te brengen voor een editie in een grotere oplage: “Ik wilde het getal van 103 000 Nederlandse joden vervangen door mensen. Als er nu over 1940-1945 wordt gesproken, gaat het zo vaak over getallen en statistieken. Mijn bedoeling is geweest die terug te brengen tot individuen”, zegt Kahn.

Het boek, dat maandag uitkomt, is uniek. Voor zover ik weet bestaat alleen in Frankrijk iets dergelijks, 'Le mémorial des enfants juifs déportés de France' van Serge Klarsfeld, met namen en foto's en levensbeschrijvingen van de gedeporteerde Joodse kinderen. In Nederland heeft Jules Schelvis in zijn boek 'Vernietigingskamp Sobibor' alle namen opgenomen van de daar vermoorde Nederlandse Joden.

Het 'In memoriam' is natuurlijk vooral enig in zijn soort, omdat het de namen bevat van het ene na het andere individu. Voorzanger Hans Bloemendal zegt het als 'overlevende van de Tweede Wereldoorlog' zo, in een kort woord vooraf van het 'In memoriam-Lezecher' (de Hebreeuwse karakters voor 'Ter herinnering' staan op het omslag):

“In de Joodse denkwereld is het verdwijnen van de naam van een overledene een ondraaglijke gedachte. Na de holocaust werd de wereld niet alleen geconfronteerd met het gruwelijke lot van miljoenen onschuldige mensen. Bij het verdriet van de overlevenden kwam nog, als zout in de wonden, het schrijnende gevoel: ze zijn uitgewist, weggevaagd van de aardbodem. Het is bijna alsof de door de Duitse beulen vermoorden nooit hebben bestaan. Daarom is het een goede zaak dat de achtergeblevenen liefdevol al die welhaast ontelbare namen hebben verzameld en gerubriceerd om ze op deze wijze aan de vergetelheid te ontrukken. Door het behoud nu van de naam van ieder individu uit die mensenmassa wordt het voorstellingsvermogen weer in werking gesteld.”

Volgens Bloemendal wordt nog iets duidelijk uit het boek. “Ongewild hebben de moordenaars gedemonstreerd dat ook in de dood het Joodse volk een eenheid is. Geen verschil in stand of politieke overtuiging. De dood heeft hen alleen nog sterker verenigd. En vooral die Joodse eenheid hebben de nazi's zo gehaat en in wezen gevreesd. Wij van onze kant, de achtergeblevenen, de overlevenden en de generaties na ons, zullen nimmer toestaan dat de namen van onze dierbare doden zullen wegwaaien als bladeren in de wind.”

De ene naam na de andere, van Anna Aa (nog geen twee jaar geworden) tot en met Rachla Zijtenfeld-Herszkowicz, dwingt tot lezen; De Jong, Cohen, Hamburger, De Kromme, Van Praag, Duitscher, Kool, Lijmer, Fontijn, Lopes Dias, Pinkhof, Nebig, Soep, Denneboom, Gotthelf, De Vries, Markowicz, Van Lochem. Pagina na pagina met familienamen.

Judith Belinfante, directeur van het Joods Historisch Museum, heeft met andere initiatiefnemers overwogen om - zoals in Berlijn mogelijk gebeurt - de namen van alle gestorvenen te beitelen in een stenen monument. In de Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan in Amsterdam, van waaruit tienduizenden Joden zijn gedeporteerd, zijn hun familienamen op een muur aangebracht. Maar met dit namenboek in een grotere oplage wordt de ruimte om te lezen en te laten bezinken vergroot. Het Nederlandse namenboek is een gemeenschappelijk monument geworden, dat zo dichtbij als maar mogelijk is een plaats krijgt in het eigen leven van wie namen zoekt en herinnert.

Met het woord vooraf en de tekst van het Kaddiesj is het boek 858 bladzijden dik, met over de 100 namen per pagina. De oude banden zijn via de computer gescand, enkele vergissingen zijn recht- en nieuwe namen bijgezet. Onder andere het Riod en het Rode Kruis hebben de gegevens nog eens gecontroleerd. Maar nu veel meer mensen dan voorheen in het gedenkboek zullen kijken en de informatie verder gecheckt kan worden, wil de Sdu mogelijke correcties en toevoegingen over een paar jaar opnemen in een supplement. Hierin zal ongetwijfeld ook plaats zijn voor de nu helaas niet opgenomen index op meisjesnamen van gehuwde vrouwen.

Koningin Beatrix neemt maandag het eerste exemplaar in besloten kring in ontvangst, ze wil liever geen vertoon onder het oog van de pers. Het boek is in zijn confrontatie zo aangrijpend, dat het inderdaad vraagt om ongestoord openen en lezen en terzijde leggen en opnieuw ter hand nemen.

Het is mesjogge, maar het schiet door me heen. In naam zal mijn tante, journaliste, in het paleis aanwezig zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden