Review

De democratie is nog niet verloren

Hoe moet je je als democratie verweren tegen het terrorisme? Hoe ver mag je gaan in het opschorten van rechten en het inperken van burgerlijke vrijheden om deze vijand te weerstaan? Die vragen zijn onontkoombaar geworden sinds 11 september en -wat Nederland betreft- helemáál sinds de moord op Theo van Gogh. Hans Achterhuis bespreekt het werk van drie schrijvers die antwoord proberen te geven. Hij is het meest onder de indruk van de Canadese denker Michael Ignatieff.

Zijn we bezig een democratische, vrije samenleving te veranderen in een rijk van de angst? Spelen we zo de vijand niet juist in de kaart? In 'Het minste kwaad' probeert de Canadese filosoof, romancier en journalist Michael Ignatieff een zo concreet mogelijk antwoord te geven en slaagt daar wonderwel in. 'Gevaarlijk veilig' van de Leidse emeritus-hoogleraar in de politieke theorie, Herman van Gunsteren, valt op door zijn specifiek op de Nederlandse situatie toegespitste analyses van de actualiteit. 'De capsulaire beschaving' van de Leuvense filosoof Lieven de Cauter ten slotte, bevat de meest diepgaande, wijsgerige reflectie. Voor een korte vergelijkende introductie is het begrip 'uitzonderingstoestand', dat in alle drie boeken centraal staat, een goed aanknopingsspunt.

De Cauter is gepromoveerd op het werk van de Duits-Joodse filosoof Walter Benjamin en daar grijpt hij nu op terug. Die had het in zijn veelgeciteerde nagelaten tekst 'Over het begrip van de geschiedenis' erover ,,dat de uitzonderingstoestand waarin we leven de regel is''. Benjamin wilde tot een begrip van de geschiedenis komen dat dit gegeven aanvaardde en doordacht.

Benjamin schreef de tekst in 1939, oog in oog met het fascisme, waarvan hij een jaar later het slachtoffer zou worden. Hij verwonderde zich over het feit dat de dingen die wij meemaken in de 20ste eeuw 'nog' mogelijk zijn. Het inzicht dat hij hieraan ontleende, was dat in elk geval vanuit het perspectief van de onderdrukten de uitzonderingstoestand normaal mag heten, waardoor onze voorstellingen van vooruitgang, vrede en democratie 'onhoudbaar' worden.

De nogal cryptische en uiterst korte beschouwing van Benjamin is recentelijk hernomen door de Italiaanse filosoof Agamben in 'Homo Sacer', ook door De Cauter aangegrepen. In een brede historisch-filosofische schets betoogt Agamben dat de uitzonderingstoestand, de staat van beleg, altijd onder de oppervlakte van de Westerse politieke theorieën aanwezig is geweest. De uitzonderingstoestand is de opheffing van de wettelijke orde om de wettelijkheid te redden, een afschaffen van de democratie om de democratie te verdedigen. Permanent aanwezig in het verleden als 'oorspronkelijke structuur' van de politiek neigt de uitzonderingstoestand volgens Agamben ertoe om meer en meer het overheersende paradigma in de hedendaagse politiek te worden.

De Cauter neemt deze analyses van Agamben over en verbindt ze met de opkomst van de angst in de stadsbeschaving en met de toenemende ongelijkheid die het globaliseringsproces met zich brengt. Een aantal van zijn actuele voorbeelden zijn overtuigend, maar hij sluit ons op in een uitzichtloos cultuurpessimisme, met zijn visie op de uitzonderingstoestand als onze meest verborgen maar ook meest ware werkelijkheid. Concrete suggesties om de dreigingen het hoofd te bieden, verschaft hij niet. Hij laat het, zegt hij zelf, bij ,,een oneindige aanklacht: het functioneren van onze samenleving zou volstrekt anders moeten zijn''.

,,We leven in een uitzonderingstoestand van onbepaalde duur'', luidt een van de conclusies van Herman van Gunsteren. Hoewel deze uitspraak zo uit 'De capsulaire beschaving' vandaan had kunnen komen, is de boodschap van 'Gevaarlijk veilig' een totaal andere. Van Gunsteren wil vooral waarschuwen: hij ziet de Nederlandse samenleving gevaarlijk in deze richting afglijden. Hij ergert zich mateloos aan de blindheid van onze politici die te weinig onderkennen hoe zij met hun ferme terrorismebestrijding, ondanks al hun goede bedoelingen, de democratie uithollen en ondergraven.

Bij de waarschuwende toon van Van Gunsteren past de overdrijving, maar die werkt lang niet altijd overtuigend. Als hij bijvoorbeeld onze regering vergelijkt met de kolonelsregimes, die in de jaren zestig of zeventig de macht grepen, lijkt dat wat al te pessimistisch. Hoewel? In het verleden dachten we ook dat een staatsgreep in democratieën als Chili en Griekenland niet plaats kon vinden. Als het dáár kon, zou het dan niet sluipenderwijs ook bij ons kunnen gebeuren?

Minister Donner mocht zo'n twee weken geleden het eerste exemplaar van 'Gevaarlijk veilig' in ontvangst nemen. Hij gebruikte die gelegenheid om te betogen dat het allemaal niet zo'n vaart zou lopen. Maar uitzonderingswetgeving en tijdelijke opschorting van bepaalde burgerlijke vrijheden en rechten zouden, gezien de terroristische dreigingen onontkoombaar zijn.

Niet alleen Donner gaf al commentaar op 'Gevaarlijk veilig'. Ook van Van Gunsteren zelf heeft kritische kanttekeningen op zijn ideeën in zijn boek opgenomen. Dat is bepaald sympathiek. En zijn gesprekken met onder andere Arthur Docters van Leeuwen, voormalig hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, Martin Sitalsing, hoofdcommissaris van politie in Groningen, en Kri Rosenthal, oprichter van het Crisis Onderzoeksteam, geven helder inzicht in een aantal praktische aspecten van de vaderlandse beveiliging en terrorismebestrijding.

Veel gedetailleerder dan Van Gunsteren is Michael Ignatieff. De titel van zijn boek geeft de kern van zijn betoog goed weer. Ja, oog in oog met het terrorisme moeten we inderdaad niet aarzelen om in bepaalde gevallen de uitzonderingstoestand te proclameren. Dat is namelijk 'het minste kwaad'. Extra veiligheidsmaatregelen, die soms een inbreuk op onze rechten en privacy betekenen, acht Ignatieff onvermijdelijk, om ons tegen het kwaad van het terrorisme te verdedigen. Maar we mogen nooit vergeten dat deze maatregelen 'een kwaad' zijn. We moeten ze niet als normaal gaan zien en voortdurend kijken of we ze weer kunnen afschaffen.

Ignatieff wijst met kracht de principiële positie van de hand, die alle inperkende overheidsmaatregelen verwerpt. Die houdt namelijk in dat we de strijd tegen het terrorisme aan zouden moeten gaan met één op de rug vastgebonden hand. Maar wanneer extra overheidsinmenging en meer armslag voor preventieve beveiliging als 'het minste kwaad' nodig zijn, moeten we ons wel steeds afvragen hoe we dit soort maatregelen het beste democratisch kunnen blijven controleren.

Zelfs marteling als 'waarschijnlijk het moeilijkste probleem in een ethiek van het minste kwaad' lijkt door Ignatieff niet helemaal te worden uitgesloten. Tegelijkertijd geeft hij zoveel historische voorbeelden die tegen marteling pleiten, dat er eigenlijk ook pragmatisch gezien bijna geen ruimte voor lijkt te bestaan.

De kracht van 'Het minste kwaad' ligt met name in de uitgebreide historische achtergrondbeschouwingen. Wie denkt dat we met het hedendaagse terrorisme als democratie voor totaal nieuwe vragen staan, wordt door hem uit de droom geholpen. Vanaf het eind van de 19de eeuw zijn vele democratieën door vormen van terrorisme belaagd. Ignatieff steekt ons een hart onder de riem door te laten zien dat nog nooit in de geschiedenis een democratie door terrorisme omver is geworpen. Een groter gevaar dan het terrorisme was juist altijd de overreactie van regeringen.

Achteraf, zo laat Ignatieff zien, bleek het steeds mee te vallen met de terroristische dreigingen. Tegelijkertijd geeft hij toe dat het in het heetst van de chaos en paniek na wéér een aanslag, vaak moeilijk is het hoofd koel te houden.

Een kant van het hedendaagse terrorisme acht Ignatieff wel nieuw, en voor het overleven van de democratie levensgevaarlijk. Als het fundamentalistische terrorisme, dat geen concrete doelen stelt maar op de totale destructie van 'de vijand' uit is, over massavernietigingswapens zou beschikken, zouden democratieën een nederlaag kunnen lijden. In de uiterst genuanceerde beschouwingen hierover waarmee hij zijn boek besluit, betoogt Ignatieff echter dat we die nederlaag al bij voorbaat geleden hebben als we ons ter preventie in een permanente uitzonderingstoestand laten manoeuvreren.

Aanklacht, waarschuwing, analyse: de uitzonderingstoestand waarin we thans deels leven, blijkt tot veelsoortige beschouwingen aanleiding te geven. Zonder de eerste twee genres tekort te doen, lijkt het mij bemoedigend dat de analyse ons de meeste mogelijkheden tot handelen biedt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden