De Dam is niet mooi, maar wel een echt gebruiksplein

Het oude stadhuis brandt af in 1652. Beeld Stadsarchief

Onthoofdingen, schietpartijen, rellen, de Dam heeft veel doorstaan. Brand, koninklijke inhuldigingen, damslapers en vele herdenkingen. Fred Feddes schreef een boek over zeven eeuwen de Amsterdamse Dam. ‘Mooi? Het is meer een gebruiksplein gebleven.’

 Zo begon het, zegt Fred Feddes, auteur van het rijk ­geïllustreerde boek ‘De Dam’ dat vandaag gepresenteerd wordt. Hij staat met zijn rug naar de bekende reuzenklomp voor de souvenirwinkel op de winderige hoek van Nes en Dam, waar net enkele toeristen elkaar fotograferen. En hij wijst recht vooruit, de Warmoesstraat in. “Hier liep in de dertiende eeuw een dijk en daarnaast stroomde een brede rivier, de Amstel.”

Vervolgens steekt Feddes het huidige Damplein geheel over tot hij helemaal aan de andere kant staat, recht voor het koninklijk paleis. En hier, vervolgt hij, was de overkant van die rivier. Ook hier liep een dijk, waar nu de Kalverstraat doorloopt naar de Nieuwendijk. Tussen die twee dijken stroomde de Amstel. En daaroverheen werd ruim zeven eeuwen geleden een Dam gelegd. 

 Die raakte bebouwd. “Ik vergelijk die fase in mijn boek met de Ponte Vecchio in Florence, zo moet je het je voorstellen.” Lang liep er nog water onder die Dam door, was er een haven en een vismarkt.

Het duurde eeuwen – met twee grote verbouwingsmomenten rond 1650 en rond 1915 – voor deze plek evolueerde in de huidige Dam, het grote, bekende plein van de Nederlandse hoofdstad. Feddes schetst in zijn nieuwe boek zeven eeuwen pleinhistorie.

Ook nu nog is het geen mooi plein, erkent Feddes. “Vergelijk je het met het Domplein in Milaan of de Markt van Brussel, tsja, dan is er esthetisch van alles mis. Het plein is bijvoorbeeld onevenwichtig, niet symmetrisch. Daar is een verklaring voor: het is zo’n beetje hap-snap gegroeid door de eeuwen heen. Er zijn wel twee keer grote verbouwingsoperaties geweest, maar echt een weldoordacht architectonisch concept is er nooit gekomen.”

Dat heeft ook zijn charme, het past wel bij een pragmatische handelsstad als Amsterdam, vindt hij.

Voor het paleis staan vandaag nog de dranghekken vanwege het staatsbezoek van de president van Singapore een dag eerder. Bij het nationale monument ligt nog de krans die de president er legde.

Tweede grote transformatie rond 1915. Beeld Stadsarchief

Voor de Nieuwe Kerk verdringen zich de eerste bezoekers van de tentoonstelling over het leven van Boeddha, bij Madame Tussauds vormt zich een rijtje toeristen en bij de Bijenkorf vergaapt een schoolklas zich aan de sjieke teddyberen in de etalages. Levende standbeelden oefenen midden op het plein, een verkoper biedt hotdogs aan en duiven stuiven op vanwege een passerende tram.

Je kunt zeker kritiek hebben op de stenige drukke Dam, maar hij leeft, ziet Feddes, die als journalist gespecialiseerd in ruimtelijke ordening eerder al een boek schreef over ‘1000 jaar Amsterdam’. “Ik ben het als een gebruiksplein gaan zien, met af en toe een plechtig moment.”

Vaste plek voor executies, zaterdags op het podium 

Eind achttiende eeuw was zaterdag de vaste dag voor executies, zegt Fred Feddes. Hij wijst naar enkele dichtgemetselde vierkantjes naast het balkon op het Paleis op de Dam. In de achttiende eeuw waren daar de bevestigingspunten voor het houten schavot, weet hij. “Er zijn eeuwenlang op de Dam mensen verbrand, opgehangen, onthoofd, gevierendeeld en meer van zulke ellende.”

Niet iedere zaterdag, daarvoor was de aanvoer van veroordeelde misdadigers te klein; ze werden meestal een aantal weken opgespaard.

Het stadhuis met het houten podium voor terechtstellingen. Beeld Stadsarchief

Op zaterdag 4 april 1778 begon het programma met drie kleine criminelen die zweepslagen kregen. Feddes: “Zij golden als opwarmertjes voor een moordenaar als hoofdact.” Dat was dit keer de moordenaar Johannes Bartholomeus Ferdinandus van Gogh. “Bij het oude stadhuis moesten kleine misdadigers op de ‘kaak’ staan, een podium op de hoek van het gebouw, waar ze de beschimpingen van hun stadsgenoten ontvingen.

Later in de zeventiende eeuw kreeg het nieuw gebouwde stadhuis geen kaak, maar soms werd er dus een houten schavot aan getimmerd.” 

Op dit schavot ging Van Goghs hoofd eraf. In 1775 vermoordde hij zijn verloofde Anna Smitshuizen. Feddes: “Zij was een prostituee, hij had haar ten huwelijk gevraagd, zij had toegestemd, maar ze bleef omgaan met haar eerdere vriend, een viltbewerker. Toen zij het uitmaakte, werd haar dat fataal.”

Het publiek dromde samen, juichte om het zegevierende recht, of huiverde bij de doodsstrijd van de terechtgestelde, beschrijft Feddes. De executies op deze plek stopten aan het begin van de 19de eeuw.

Inhuldiging koningin Wilhelmina. Beeld Stadsarchief

Perfecte locatie voor alle koninklijke inhuldigingen

Vooral voor de overgangsrituelen van de ene naar de andere vorst, vormt de Dam een perfecte plek. De Nieuwe Kerk en het paleis liggen op loopafstand.

De allereerste Oranje-koning, Willem I, ontwierp het protocol en werd er ingehuldigd op 30 maart 1814. Alle daaropvolgende koningen en koninginnen volgden dat voorbeeld, al zette ieder wel weer eigen accenten.

“Willem I was nogal een controlfreak”, zegt Feddes. Maar hij wist wel een oplossing te vinden voor het Nederland met zijn verschillende godsdiensten.

“Het kon geen kroning worden, want alleen een afgezant van God kan een koning kronen, en de keuze van zo’n afgezant lag in het godsdienstig verdeelde Nederland te gevoelig. Het werd een inhuldiging waarbij de koning zweert op de Grondwet en niet op de Bijbel.”

Legendarisch is volgens Feddes vooral de inhuldiging van de 18-jarige Wilhelmina in 1898. “Iedereen, inclusief de jonge koningin zelf, hield het hart vast of het wel goed zou gaan. Toen ze verrassend krachtig en helder haar toespraak had gehouden, was de opluchting zo groot dat er spontaan werd geroepen: ‘Leve de koningin’. Zo is die traditie geboren.”

De stad vierde bij die gelegenheid maar liefst een week feest, overal hingen oranje vaandels.

De inhuldiging van koningin Beatrix in 1980 was op een andere manier legendarisch: het was de eerste die rechtstreeks op televisie werd uitgezonden, tegen een decor van zware gevechten tussen politie en krakers met hun leuze ‘Geen woning, geen kroning’.

Centercourt van het land voor protest en demonstraties

Toen de Staten van Holland in juni 1624 een belasting op boter invoerden, braken heftige rellen uit op de maandagse botermarkt op de Dam. Denk dus niet dat demonstraties iets van onze tijd zijn: al sinds het plein bestaat is het geregeld ‘een plek van oproer’.

Op de trappen voor het monument in de jaren zeventig. Beeld Nationaal Fotomuseum

Actievoerders weten door de eeuwen heen het plein te vinden. Ten tijde van de krakersrellen in Amsterdam rond 1980 moest FNV-voorman Herman Bode van het stadsbestuur uitwijken naar de Rai voor een vakbondsdemonstratie. “Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam”, riep Bode en vervolgens verlieten duizenden demonstranten de Rai en liepen onaangekondigd gewoon naar de Dam. “Dit geeft voor mij aan hoezeer het plein een nationale maatschappelijke functie vervulde”, zegt Feddes.

Nog duidelijker was dit in de provo- en hippietijd, de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Feddes schrijft in het boek: “Het ‘langharig en werkschuw tuig’, zoals het werd genoemd, toonde zich aan de stad en de wereld, onderuitgezakt op de trappen van het Nationaal Monument, met een joint, een gitaar en een zelfbewuste houding. Het gemeentebestuur wist niet goed raad met de Damzitters, die er op mooie zomernachten ook bleven slapen.” In augustus 1970 maakte een groep mariniers een einde aan de Damslapers, sloeg op hen in en veegde het plein schoon.

De Dam is nog steeds geregeld een plek van protest. Feddes: “Het is een nationaal plein, denk maar aan de jaarlijkse Nationale Dodenherdenking op 4 mei die hier gehouden wordt. Dít is het centercourt, het maatschappelijke hoofdpodium, voor protest, herdenkingen en allerhande vieringen.”

De Dam door de eeuwen heen:

Rond 1260: Waar de Amstel een knik maakte, werd een dam gelegd tussen de twee oevers. Op dit knooppunt van wegen naar Haarlem/Utrecht en Muiden/Naarden ontstond een plein.

1275: Amestelledamme voor het eerst in een officieel stuk genoemd.

Wederdopers op de brandstapel, in 1535. Beeld Stadsarchief

Circa 1540: Op kaarten van Cornelis Anthonisz is al een forse stedelijke bebouwing te zien rond het plein, met een waag en een stadhuis.

Rond 1650: Eerste grote transformatie. In 1652 brandt het oude, kleinere stadhuis af. De buurt eromheen wordt gesloopt, architect Jacob van Campen bouwt een veel groter stadhuis. De Nieuwe Kerk uit 1400 komt nu deels direct aan het plein te liggen.

1795: Vrijheidsboom geplant op het plein, naar Frans en Amerikaans voorbeeld. Verdween na aantal jaar.

1806-1810: Koning Lodewijk Napoleon laat het stadhuis tot koninklijk paleis ombouwen. Aan de buitenkant verandert weinig, behalve dat er een balkon komt. Hij laat de Waag slopen.

Vanaf 1813: Na vertrek van de Fransen blijft het stadhuis een paleis, waar niemand woont.

1814, 1840, 1848: Inhuldigingen Koning Willem I, II en III.

1856: Onthulling monument ‘Naatje’. Tekenend voor de inspanning om de Dam tot nationaal plein van Nederland te maken.

1898: Inhuldiging koningin Wilhelmina.

1910: Eerste tram op de Dam.

1910-1920: Tweede grote transformatie. Tweedeling tussen Dam en Plein verdwijnt, één groot plein ontstaat. De Bijenkorf verrijst. En hotel Krasnapolsky ligt nu aan het Plein. In het midden komt een plantsoen en het monument Naatje verdwijnt weer.

7 mei 1945: Grote schietpartij bij viering bevrijding na de Duitse bezetting. Duitse militairen schoten plots van het balkon van De Groote Club, op de hoek met de Kalverstraat. (30 doden).

1948: Inhuldiging koningin Juliana.

1956: Koningin Juliana wijdt het nieuwe Nationaal Monument voor de gevallenen in.

1963: Eerste keer kerstboom op de Dam.

1966: Provo-rellen tijdens het huwelijk van prinses Beatrix en Prins Claus.

1970: Mariniers vegen de Dam schoon van hippies en Damslapers.

1979: Eerste keer kermis op de Dam.

1980: Kroningsrellen (woningnoodprotest) bij de inhuldiging van koningin Beatrix.

2001: Plein opnieuw ingericht met Portugese steentjes.

2002: Huwelijk prins Willem-Alexander met Máxima Zorreguieta.

2013: Inhuldiging koning Willem-Alexander.

2018: Het drukke plein trekt als het symbolische hart van de stad almaar meer toeristen uit de hele wereld.

Fred Feddes, De Dam. Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 256 pag., 49,99 euro.

Lees ook:

CS veranderde aanzien van Amsterdam

Een ‘historische vergissing’ zei de Amsterdamse wethouder verkeer Pieter Litjens over het Centraal Station in zijn stad. Al zijn hele geschiedenis lang wordt het station een vergissing genoemd: het staat op de verkeerde plek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden