Review

De cowboy van toen is de rechts-radicaal van nu Extreem-rechts is radicale loot van religieus rechts Er zijn blauwdrukken voor Noordwesten als Arisch grondgebied

James A. Aho, The Politics of Righteousness, Idaho Christian Patriotism, Seattle, University of Washington Press, 323 blz, ISBN 0-295-96997-0.

RICHARD SINGELENBERG

In deze dunbevolkte staat, die in de vorige eeuw nog het domein was van avontuurlijke goudzoekers, woont Keith Gilbert. Gilbert werd ooit gearresteerd omdat hij 500 kilo TNT had gestolen waarmee hij de zaal wilde opblazen waar Martin Luther King een redevoering zou houden. Hij was amper de gevangenis uit of hij werd weer opgepakt, nu wegens bijstandsfraude. Maar hij heeft zijn leven gebeterd. Nu is hij eigenaar van een winkel in elektronica. In zijn woonplaats is Gilbert een opvallende figuur. Gekleed in SS-uniform rijdt hij rond in een Volkswagen, voorzien van camouflage-kleuren en een hakenkruis. Gilbert heeft zijn hond geleerd een poot op te tillen wanneer hij 'Heil Hitler' tegen het dier zegt. Die attributen zijn nauw verbonden met zijn politieke voorkeur, want hij is oprichter en voorzitter van de Socialistisch Nationalistische Arische Volkspartij.

Gilberts groepering behoort tot de extreme vleugel van de ruim 3 500 ultra-rechtse organisaties, die de VS telt. In hun visie wordt het land geteisterd door een satanisch komplot dat is geinfiltreerd in massamedia, scholen, kerken en overheidsorganen. Het doel van deze samenzwering is het ondermijnen van Gods wil door middel van, onder andere, het propageren van gelijke rechten voor etnische minderheden en het bevorderen van moreel verval hetgeen tot uiting komt in homoseksualiteit, pornografie en abortus.

Het komt er op neer dat de natie bezig is haar eigen graf te graven. Om het tij te keren dienen de christelijke waarden hersteld te worden en moet een terugkeer plaatsvinden naar het ware patriottisme. Nu is deze doelstelling niet zo opzienbarend, immers de Moral Majority annex tv-dominees hameren al jarenlang op dit verloederingsthema. Minder bekend is echter de ideologische variatiebreedte van dit credo en de daaruit voortvloeiende strategieen van de talloze groeperingen, die zich in grote lijnen achter de restauratie-filosofie scharen.

In zijn boek The Politics of Righteousness geeft de Amerikaanse socioloog James Aho een inventarisatie en analyse van dit rechts-extremistische conglomeraat zoals zich sinds het begin van de jaren tachtig in Idaho manifesteert. Een niet gemakkelijk onderzoek, want Aho heeft het niet alleen van achter zijn bureau uitgevoerd. Als een ware antropologische veldwerker dompelde hij zich onder in de vreemde stam. En de stam was ook nog potentieel vijandig, want wat heeft een links-liberale socioloog te zoeken bij racistische fundamentalisten op het Amerikaanse platteland?

Dit heeft geleid tot een studie, waarin hij de distantie tot een dergelijk omstreden onderwerp uitstekend heeft bewaart en waarin van tijd tot tijd zelfs enig mededogen met zijn informanten te bespeuren is. De neveneffecten van zo'n strategie zijn niet altijd aangenaam, want linkse organisaties riepen hem ter verantwoording en een van zijn lezingen voor een universitaire sociologen-club stond min of meer integraal afgedrukt in een Ku Klux Klan-krant.

Door deze aanpak krijgt de leefwereld van de rechts-extremist veel aandacht: “Wij zijn gemakkelijk. Er zijn maar twee dingen waar we een hekel aan intolerantie en negers”, aldus de paradoxale uitspraak van een inwoner van Idaho. Want wie mocht denken dat racistisch-fundamentalistische denkbeelden het dubieuze voorrecht zijn van de zuidelijk gelegen Bible Belt, komt bedrogen uit. In Idaho's aangrenzende staten Oregon en Washington, alsmede het traditionele deviantenparadijs Californie, kunnen groezelige groeperingen als Covenant, Sword and the Arm of the Lord, White American Resistance, Scriptures for America en Bruders Schweigen rekenen op talloze aanhangers. De blauwdrukken schijnen al klaar te liggen om het gehele Amerikaanse noordwesten uit te roepen tot Arisch grondgebied, met Idaho als machtscentrum.

De auteur maakt duidelijk dat deze rechts-extremisten, oftewel Christelijke Patriotten, niet zo maar op een hoop zijn te gooien. Aho laat talloze groeperingen de revue passeren: van nazistisch georienteerde radicalen (Hitler was de profeet Elia) die tijdens terreuracties in het afgelopen decennium al talloze slachtoffers hebben gemaakt, tot de meest vreedzame orthodoxe Mormonen die hun burgerlijke ongehoorzaamheid gestalte geven door te weigeren belasting te betalen. Houden de eersten regelmatig schietoefeningen op poppen die een Davidster dragen, de meeste radicale Mormonen zijn wars van antisemitisme: men kent de eigen vervolgingsgeschiedenis maar al te goed.

Daartussen is een bont gezelschap aan te treffen van huiskamerexegeten dat zich toelegt op racistische en samenzweerderige bijbelinterpretaties, al dan niet met behulp van heruitgaven van de sinistere Protocollen van de Wijzen van Zion. De ideologische variatiebreedte en het voor uiterst-rechts zo kenmerkende onderlinge gekrakeel maken het moeilijk om van een duidelijk te identificeren Amerikaanse rechts-extremistische 'beweging' te spreken. Veeleer is er sprake van een christelijk fundamentalistisch milieu, waarin het apocalyptisch-samenzweerderige model, aangevuld met een daaruit afgeleid racistisch vertoog, in zwang is.

Aho heeft zich niet beperkt tot het in kaart brengen van dit rechts-extremisme, maar zich ook verdiept in de oorzaken. De economische depressie die de VS sinds de jaren tachtig teistert, zou er een kunnen zijn. Problematisch is echter dat de rechts-radicale oplevingen van de laatste 200 jaar geen duidelijk verband vertonen met de conjunctuur.

Het huidige rechts-extremisme is volgens Aho rechtstreeks verbonden met de conservatieve politieke koers, die werd ingezet met de verkiezing van Reagan in november 1980. In die zin dient het dan ook beschouwd te worden als een radicale loot aan bewegingen als de Moral Majority van ds. Jerry Falwell of de 700-Club van ex-presidentskandidaat ds. Pat Robertson. In tegenstelling tot de Europese rechtsradicaal, ervaart zijn Amerikaanse kompaan bepaalde gebeurtenissen als een bedreiging voor zijn leefwereld, omdat hij deze voorvallen ziet door een religieus gekleurde bril.

Om vast te stellen waarom joden, negers, linkse intellectuelen, oosterse mystiek en seks zo negatief worden beoordeeld, is het referentiekader van het individu van cruciaal belang. Toch komt Aho met dit sociologische axioma niet veel verder; immers, de helft van de Amerikaanse bevolking neemt de bijbel letterlijk, dus het potentieel van extreem-rechts zou volgens deze verklaring angstaanjagend groot zijn. Via uitgebreide vragenlijsten, aangevuld met interviews, heeft de schrijver getracht een antwoord te geven op de vraag waarom mensen zich tot dergelijke radicale denkbeelden voelen aangetrokken. Met opleiding, inkomen en overige sociale indicatoren heeft het weinig te maken. Wat dat betreft vormen ze een dwarsdoorsnede van de Amerikaanse bevolking.

Volgens Aho is het een kwestie van opvoeding: het merendeel is afkomstig uit een conservatief of een fundamentalistisch-religieus milieu en krijgt het gedachtengoed mee van gezinsleden, vrienden en kennissen. Dat is op zich niet zo'n opzienbarende conclusie, want het overwegende recruteringsmechanisme van religieuze sekten geschiedt eveneens via bestaande netwerken. Het is wederom een bevestiging van de stelling dat het lidmaatschap van maatschappelijk afwijkende groeperingen niet is voorbehouden aan de muurbloempjes van de samenleving.

Ongetwijfeld voorziet de Amerikaanse religieuze cultuur voor een belangrijk gedeelte in het rechtsextremisme. En niet alleen vanuit de fundamentalistisch protestantse hoek: berucht waren de antisemitische tirades van de katholieke priester Father Coughlin in de jaren dertig. Of het rechts-extremisme louter aan godsdienst moet worden toegeschreven, lijkt echter twijfelachtig. De verkiezingen van 1992 maakten duidelijk dat er een diepgewortelde afkeer bestaat van de bestaande maatschappelijke structuren. Met name in het potentiele 'Arische grondgebied', op de staat Maine na, vond Ross Perot zijn grootste aanhang: Idaho en Utah scoorden het hoogst op deze onvrede-indicator, terwijl het Clinton-electoraat in beide staten het kleinst was van het hele land. De steun voor Perot in de fundamentalistische Bible Belt daarentegen bedroeg slechts een fractie van die in het noordwesten. De logische consequentie van deze vergelijking is, dat de Amerikaanse religieuze orthodoxie weliswaar het ideologisch kader biedt voor het uiten van maatschappelijke onvrede, in casu rechts-extremisme, maar dat het causale verband minder duidelijk is.

De 19 procent die Perot op nationaal niveau uiteindelijk behaalde, is in ieder geval een niet mis te verstaan signaal aan Washington van broeiend maatschappelijk ongenoegen. Of het evenzeer betekent dat de regering rekening moet houden met het rechts-extremisme als politieke machtsfactor, is minder duidelijk.

Ten eerste heeft het fenomeen een cyclisch karakter: sinds 1800 is er om de dertig jaar een opleving van het rechts-radicalisme. Na een periode van ongeveer tien jaar vindt er een onvermijdelijke opneming plaats in het bestaande politieke bestel of - verblind door woede - zelfvernietiging ten gevolge van schandalen en schisma's. In beide gevallen trekt het zich terug in, zoals Aho het poetisch omschrijft, “the unswept corners of the American psyche”, ten einde weer op krachten te komen zodat een volgende generatie zich erover kan ontfermen.

In de tweede plaats lijkt het rechtsextremisme vooralsnog beperkt tot een concentratie in een specifieke regio. Waarmee dan ten slotte de vraag aan de orde komt, waarom het zich allemaal in Idaho en omgeving concentreert. Behalve de opmerking dat gelijkgestemden elkaar daar kunnen vinden, is Aho hier wat vaag over. Wellicht moet het antwoord tevens gezocht worden in de sociaal-culturele erfenis van het legendarische verre westen, waar altijd al een plaats was voor hen die zich verzetten tegen de gevestigde orde. Ver weg van de neerbuigende machthebbers en de hoon van het liberale intelligentsia hebben godvrezende individualisten zich geschaard achter excentrieke ideologische ondernemers. Hun wordt een dualistisch wereldbeeld voorgeschoteld, waarin goed en kwaad ondubbelzinnig zijn te onderscheiden: wij, de enige devote patriotten, tegen de rest van de immorele wereld. Misschien ontliepen de cowboy van toen en de rechts-radicaal van nu elkaar niet zoveel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden