De collectie van verzamelaar Uli Sigg staat bol van verrassende Chinese kunst

Wang Qingsong, Follow you, 2013, 180 x 300 centimeter, c-print, Met dank aan de kunstenaar en de Sigg Collectie Beeld TRBEELD

Hedendaagse Chinese kunst is veelzijdiger en verrassender dan enkel de politieke boodschap van Ai Wei Wei. In het Noordbrabants Museum is dat vanaf vandaag te zien dankzij vijftig werken uit de collectie van verzamelaar Uli Sigg.

Een wand vol Chinese tekens, ze lijken met houtblokken gedrukt. Ernaast, ook al zo groot, een sober panorama met een paar heuveltjes, een boom op de voorgrond en de suggestie van water. Typisch Chinees, denk je eerst. Typisch traditionéél Chinees. Maar hé, was dit niet een tentoonstelling met moderne, hedendaagse kunst? Met pandapoep en grote gebaren? En is hedendaagse kunst in China niet altijd politiek en extreem?

Zeg China en kunst, en je denkt aan Ai Wei Wei, de kunstenaar die van zijn onvrede met de Chinese regering zijn levenswerk heeft gemaakt. Ook op deze tentoonstelling ontbreekt de activistische kunstenaar niet. Maar in het gigantische land gebeurt méér. Er is meer politieke kunst, uiteraard, en er zijn andere stromingen. Conservator Hans November van het Noordbrabants Museum mocht voor de tentoonstelling ‘A chinese journey’ een greep doen uit de kunstcollectie van Uli Sigg. Sigg (zie kader) is dé autoriteit op het gebied van hedendaagse Chinese kunst, was de eerste die vanaf de jaren negentig systematisch kunst kocht. Aarzelend in het begin: veel kunstenaars begonnen, na de dood van Mao in 1976, met het imiteren van Amerikaanse en westerse kunst. Vooral westerlingen kochten die kunst, stopten daarmee zodra ze weg waren uit China. Sigg is meer van de lange adem, en wil zoveel mogelijk kanten van de Chinese kunst laten zien. Omdat we alleen zo de Chinese samenleving begrijpen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Zhao Bandi, China Lake C., 2015, 210 x 280 centimeter, Olieverf op doek, Met dank aan de kunstenaar en de Sigg Collectie Beeld TRBEELD

Kunstenaar Feng Mengbo (1966) maakte de traditioneel aandoende kunstwerken op verzoek van Sigg. Mengbo combineert in zijn kunst vaak digitale en oude Chinese technieken. Sigg organiseerde in 2007 een tentoonstelling over het Chinese landschap, en had ook Mengbo gevraagd iets te maken. Die belde Sigg na enig aarzelen enthousiast op: hij had software ontdekt die niet, zoals gebruikelijk, landschappen met centraal perspectief neerzet, maar op de Chinese manier naar het landschap keek: recht van voren. Voor Sigg maakte hij met de computer zo’n landschap, inclusief een oude boom op de voorgrond, een ondergaande zon en tekst. Of beter gezegd: mislukte tekst, flinters van de oorspronkelijke karakters. Dat is wat je ziet op je scherm als je met het verkeerde computerprogramma een Chinese tekst probeert te lezen. Wat dus een traditioneel landschap lijkt, is in werkelijkheid een supermoderne digitale print.

Ophef 

De tentoonstelling in Den Bosch is in drie hoofdstukken opgedeeld: traditie, spiritualiteit en politiek. Conservator November moest zich zelf ook even inlezen voordat hij wist hoe hij de selectie zou maken: Sigg heeft zo’n 2300 kunstwerken, uit alle hoeken van de Chinese kunstwereld. De keus maakte November uiteindelijk op z’n gevoel, met verrassing en schoonheid als belangrijkste criteria. Daardoor is de tentoonstelling wat braaf. Chinese kunstenaars houden ervan om grenzen op te zoeken, op allerlei manieren, en zulke kunst heeft Sigg óók in zijn bezit, maar is niet te zien. Bijvoorbeeld een zuil die bestaat uit menselijk vet, of een kunstwerk waarin een babyhoofdje is verwerkt, en waarover in Zwitserland wel wat ophef kwam.

Toch is er genoeg interessants te zien. Zo zijn er de ‘witte schilderijen’ van taoïst Qui Shihua (1940), die zijn landschappen direct na het mediteren maakt. Onder de lagen witte verf blijft zo weinig over, dat je, volgens Qiu, het beeld alleen goed ziet als je volledig ontspannen bent. Gelukkig is het ook zonder meditatie een indrukwekkend beeld.

Door naar de pandapoep. Zhao Bandi (1966) wordt ook wel de Pandaman genoemd: de kunstenaar gebruikt het dier, het visitekaartje van China, om aandacht te vragen voor sociale en politieke misstanden.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Zhao Bandi, Portrait Uli Sigg, 2010, 140 x 120 centimeter, Olieverf op doek, Met dank aan de kunstenaar en de Sigg Collectie Beeld TRBEELD

Met het project ‘Let Panda Fly’, waarvan de aandoenlijke film te zien is in Den Bosch, mobiliseerde hij zo’n tienduizend kinderen in Chengdu. Met zelfgemaakte panda’s verdienden ze geld voor de ouderenzorg, een onderwerp dat in de op de toekomst gerichte Chinese samenleving vaak vergeten wordt. Geholpen door de kinderen zamelde kunstenaar Zhu Cheng pandapoep in - de beesten produceren kilo’s per dag - en maakte er iets moois van: een kopie van de Venus van Milo.

Onmiskenbaar politiek is de lederen tank van He Xiangyu (1986). Een bijna negen meter lang gevaarte ligt uitgeblust in de zaal: het is gemaakt van leer. Natúúrlijk denkt elke bezoeker aan de tank die stopte voor de student op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989.

Toch is de boodschap niet zo simpel. Het Italiaanse leer, de beste kwaliteit, is in China door dertig medewerkers in elkaar genaaid. In plaats van de wapens is nu dat handwerk het bekendste exportproduct van China.

Opmerkelijke levensloop

Uli Sigg (Luzern, 1946) verontschuldigt zich dat hij niet meteen tijd had de krant te woord te staan. De grootste verzamelaar van Chinese kunst ter wereld is een kleine, bescheiden man met een opmerkelijke levensloop. Hij werd wereldkampioen roeien en belandde na een rechtenstudie als economiejournalist toevallig in China. En daar, in 1978, werd hij bedrijfsleider van de Chinese tak van het Zwitserse liftbedrijf Schindler, de eerste internationale zakenrelatie van China na de dood van Mao.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld TRBEELD

Chinees leerde hij op de werkvloer. Vervolgens was hij vier jaar ambassadeur van Zwitserland, en nu komt hij er nog steeds maandelijks voor verschillende bedrijven. Is het in China handig om diplomaat, zakenman en kunstverzamelaar te zijn? Een glimlach en een diplomatiek antwoord: “Door de status die ik in China heb in de zakenwereld, kan ik me vrijer uitlaten over politieke gevoeligheden. Bovendien zijn het gescheiden werelden. De kunstwereld is in China nog steeds vooral ondergronds”.

Het kunst verzamelen begon uit onbegrip. “Ik hoopte dat ik door de beeldende kunst de Chinese samenleving beter zou begrijpen. Het is zo’n andere cultuur, zo moeilijk te vatten als westerling. Meer dan een film of een ontmoeting werkt kunst als een spiegel.”

Toen hij ontdekte dat zowel in China als daarbuiten geen enkele instantie zich bezighield met Chinese kunst, wist hij zijn nieuwe roeping: inventariseren wat er gebeurt in de beeldende kunst. Hij noemt zich daarom ook onderzoeker. In 2012 schonk hij meer dan de helft van zijn verzameling aan het nieuwe museum voor hedendaagse (Chinese) kunst in Hongkong, voorlopig net buiten de greep van de Chinese overheid. Op het portret dat Zhao Bandi van hem schilderde, steekt een krant uit zijn jasje. “Ik lees zoveel mogelijk kranten. Van de eerste tot de laatste pagina, ook onderwerpen die mij niet interesseren. Zo houd ik mijn geest scherp en het perspectief breed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden