RecensieKlassieke muziek

De chemie tussen Goerne en Van Zweden is uniek, ook op kleinere schaal bij het KCO

Jaap van Zweden na afloop van een eerder, pre-corona optreden met het Concertgebouworkest in januari vorig jaar. Beeld ANP
Jaap van Zweden na afloop van een eerder, pre-corona optreden met het Concertgebouworkest in januari vorig jaar.Beeld ANP

Klassiek
Concertgebouworkest/Van Zweden
Schubert, Glanert, Beethoven
★★★★

Musiceren met een muzikale kompaan. Bariton Matthias Goerne en dirigent Jaap van Zweden hebben een dergelijke bijzondere band. Er is een unieke chemie tussen beiden. Zo zong Goerne Wagners machtige oppergod Wotan in Van Zwedens Der Ring des Nibelungen in Hongkong. En hoe!

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) was hun nieuwe samenwerking op een ietwat kleinere schaal, in liederen van Schubert, Glanert en Strauss. Maar ook in die fascinerende miniaturen vonden ze elkaar als vanzelf.

Als Goerne zingt, dan zingt hij met zijn hele lijf. Als een onwaarschijnlijke danser beweegt de Duitse bariton met zijn zware lichaam als het ware om de noten heen. Hij geeft ze duwtjes als het nodig is, gaat ze eventjes uit de weg als het zachter moet. Goernes overweldigende zangkunst is als een schitterend uitgekiende balanceer-act.

Van Zweden ving al die motoriek in Goernes lijf en stembanden op met de souplesse die de ervaren omgang ermee verried. Mooi hoe in Alexander Schmalcz’ orkestratie van Schuberts An Silvia ineens een tegenmelodie van een fluit uitgelicht werd, of even later een melancholisch klinkend trompetje. In Tränenregen, ook van Schubert, hoorden we de sublieme orkestratie van Anton Webern.

Een zachte zwerm hommels verstopt in de celli en altviolen

Orkestreren kan ook Detlev Glanert als de beste. Hij schreef een spiksplinternieuw lied op verzoek van het KCO. Op het gedicht Der Einsiedler (De kluizenaar) van Von Eichendorff. Mooi hoe Glanert een zachte zwerm hommels in de celli en altviolen verstopte, en hoe hij Goerne dwong een stille nacht op te roepen, waarin alle luchten slapen. Magisch.

Die stille luchten kwamen ­direct daarna terug in Ruhe meine Seele, een van de allermooiste liederen van Richard Strauss. Goerne moest daar van superzacht opbouwen naar de donder in zijn stem. En daar stond dan eventjes Wagners Wotan in volle glorie. Met Strauss’ zalvend gezongen Morgen verlieten we deze prachtige wereld als in een droom.

Om meteen in die van het harde, realistische noodlot van Beethovens Vijfde symfonie binnen te denderen. In streams als deze, zonder applaus en pauze, heb je amper tijd om op adem te komen. Van Zweden stond een strenge, vibratoloze klank voor ogen, en dat paste de muziek perfect. Met soms een extra duw op een akkoord bij het uitklinken ervan. De maestro liet zijn musici soms mooi vrij, zoals hoboïst Alexei Ogrintsjoek, die in een schitterende brugpassage in het eerste deel alle ruimte kreeg. En nam.

In de close-ups zagen we de duister kijkende ogen van Van Zweden in dat sterk vermagerde gezicht. Superserieus en dwingend. Pas in het jubelende slot glimlachte hij even toen in de bassen een loopje precies liep zoals het moest. Als dat zo perfect klinkt als hier, blijft zelfs de somberste dirigent niet stoïcijns.

Deze week nog gratis te zien op de ­website van het KCO.

Lees ook:

Er is weer hoop, voor klassiek en zo

Peter van der Lint blikt in zijn column vooruit op de voorzichtige opening van concertzalen en theaters.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden