Review

De censor en de dissidente

De Amerikaanse journaliste Masha Gessen beschreef het leven van haar twee oma's, dik met elkaar bevriend en allebei woonachtig te Moskou. De één werkte onder Stalin en Chroesjtsjov bij de censuur, de ander wist -met enig geluk- buiten het sovjetapparaat te blijven en stond bekend als een 'dissidente'. Het leven in een dictatuur is nooit zwart-wit.

Hella Rottenberg

Het is mei 1956, twee maanden nadat sovjet-partijleider Chroesjtsjov in een geruchtmakende redevoering het regime van zijn voorganger Stalin tot misdadig heeft bestempeld. Het land begint een beetje vrij te ademen. Meteen al vindt een enorme happening plaats: in Moskou wordt een Italiaans filmfestival gehouden. Het aantal kaartjes is beperkt, de honger naar aansluiting bij de wereld onstilbaar. Censor Ruzya krijgt door Italiaanse correspondenten een envelop toegespeeld waarin een kaartje zit voor de ochtendvoorstelling van Fellini's 'La Strada'.

Het kaartje brandt Ruzya in de hand. Natuurlijk zou ze dolgraag de film zien, maar wat te doen als de journalisten, die zij dagelijks censureert, haar opwachten? Waarschijnlijk is het hen daarom te doen. Maar contact is strikt verboden.

De censor verzint een list. Ze wacht in de foyer van de bioscoop tot de film op het punt staat te beginnen, en zoekt haar plaats pas op als het licht uit is. Haar jas houdt ze aan, haar baret op, ze reageert niet op de nieuwsgierige blikken van de Italianen die aan weerszijden van haar zitten. Nog voor de lichten aangaan, verlaat ze haastig de zaal. List geslaagd, film gezien en zijzelf onherkenbaar gebleven.

Ruzya heeft het handig opgelost. Dat vindt ze zelf ook, omkijkend naar haar leven. Ze is er niet trots op dat ze bij de censuur terechtgekomen is, integendeel, maar ze is wel zo eerlijk om toe te geven dat haar werk machtig interessant was, omdat het haar de kans gaf volkomen legaal verboden lectuur te lezen.

Masha Gessen geeft in haar boek een prachtige kijk in het innerlijk van deze censor, en daarmee in het onderhuidse leven in een dictatuur. Van wie zou je meer loyaliteit verwachten aan de heersende ideologie dan van een censor? In waarheid voelt

Ruzya geen enkele sympathie voor het sovjetregime, en haat zichzelf dat ze zich als werktuig ervan heeft laten gebruiken.

Ruzya is de grootmoeder van de auteur van 'Ester & Ruzya', Masha Gessen. Gessen verhuisde op veertienjarige leeftijd met haar ouders uit de Sovjet-Unie naar de VS en keerde tien jaar later, als journaliste, terug naar Moskou. Daar werd ze warm onthaald door haar beide grootmoeders, die al tientallen jaren hartsvriendinnen waren, de voormalige censor Ruzya en de voormalige -althans zo stond ze bij de familie bekend- 'dissidente' Ester.

Gessen besloot hun levens en die van beider families op te tekenen; joodse families die de beproevingen en vervolging ondergingen van de ergste tirannieën in de geschiedenis.

Gessens inlevingsvermogen en haar kritische blik maken dit boek veel meer dan een goed geschreven, veelbewogen familiegeschiedenis. Manoeuvreren, meewerken, gehoorzamen of weigeren, de dagelijkse, verschrikkelijke dilemma's van mensen die in een dictatuur leven, zijn het eigenlijke thema van het boek. Hoe doen mensen dat, overleven als ze onder druk worden gezet en bedreigd? Welke keuzes maken ze, waarom collaboreert de een en verzet de ander zich? Wat is een juiste beslissing, bestaat er zoiets als een fatsoenlijk compromis?

Door de levens van Ester en Ruzya onder de loep te nemen, hun dilemma's, hun keuzes en hun motieven te reconstrueren, geeft Masha Gessen een diepgravend en genuanceerd inzicht in morele dilemma's die in de 20ste eeuw voor miljoenen mensen speelden. En die overigens van eeuwig en overal zijn.

Ester is geboren in Polen, opgevoed in een joodse omgeving en geraakt door het zionisme. Toen ze in 1939 de kans kreeg de nazi's te ontvluchten, kwam ze niet in Palestina maar in de Sovjet-Unie terecht. Terwijl ze in een Siberische stad de oorlog samen met haar moeder overleeft, wordt ze geronseld om Poolse ballingen te bespioneren. Ester weigert echter pertinent een formulier te ondertekenen, de NKVD-majoor houdt haar dagenlang gevangen, richt een andere keer een pistool op haar en berooft haar later van haar rantsoen. Maar ze geeft niet toe. Ten slotte ontspringt ze de dans en kan terugkeren naar Moskou.

Op de vraag van haar kleindochter of het nooit bij haar opgekomen was dat ze ook het leven van haar moeder op het spel zette, antwoordde Ester 'nee, geen moment'. Haar moeder steunde immers haar houding en ze had haar moeder niet onder ogen durven komen, als ze was gezwicht.

Maar tot verbazing van kleindochter Masha, blijkt Esters biografie niet louter heldendaden te bevatten. Op aandringen van de geheime dienst NKVD, is ze eind 1948 -een halfjaar na de oprichting van Israël- bereid om voor de dienst uit het Hebreeuws te gaan vertalen. Als jodin mocht ze niet doorleren, werk had Ester al een halfjaar niet kunnen vinden, haar moeder was ontslagen en van het schamele salaris van haar man kon het gezin, waar inmiddels een zoontje was geboren, niet bestaan.

Gelukkig kwam Ester niet door de medische keuring, en toen de NKVD haar wilde herkeuren, had ze al elders een onbesmette baan als vertaalster gevonden. Maar het had maar een haartje gescheeld of de dappere Ester was NKVD-luitenant geworden.

Er is nog een figuur waaraan Masha Gessen de morele dilemma's die iemand in extreme omstandigheden tot held of verrader maken, toetst. Het is de vader van Ester, Jakub Goldberg, die in het door de Duitsers bezette Bialystok achterbleef. Uit schriftelijke en mondelinge overlevering zijn twee geheel verschillende versies van zijn gedrag in het getto te voorschijn gekomen. Volgens het ene verhaal wierp hij, lid van de joodse raad, de zieken en zwakken in de muil van de nazi's. Volgens een andere versie gebruikte hij zijn positie om het verzet in het getto te helpen en wapens naar binnen te smokkelen.

Masha Gessen tast alle mogelijkheden af en kiest uiteindelijk voor een derde, waarbij zowel het een als het ander waar is. Held of verrader, zo lijkt ze daarmee te willen onderstrepen, de grens ertussen is dun en het hangt van toevalligheden af hoe iemand achteraf herinnerd wordt.

Dat Masha Gessen niet oordeelt over mensen die in onmogelijke situaties onmogelijke keuzes moeten maken, daarin heeft ze volkomen gelijk. Maar te stellen, zoals ze ergens doet, dat er onder een dictatuur geen 'fatsoenlijk compromis' bestaat, daarmee doet ze in elk geval haar grootmoeders tekort. Want die hebben wel degelijk een grens getrokken, net als miljoenen lotgenoten. Ruzya was weliswaar censor, maar ze gaf nooit iemand aan, en toen ze de kans kreeg, nam ze een andere baan. En Ester heeft, op een 'zwak moment' in 1948 na, nooit concessies gedaan aan haar geweten en overtuigingen. Dus wat Gessen opgetekend heeft in haar indrukwekkende boek is eerder een monument voor de menselijke geestkracht dan een illustratie van de stelling dat tirannie eenieder breekt. Eerder een eerbewijs voor verzet dan voor collaboratie, al is de grens daartussen soms nog zo smal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden