null Beeld Anna van Duijn
Beeld Anna van Duijn

InterviewsKlassiek

De ‘Canto ostinato’ groeide zonder dat hij het wilde uit tot de ‘Bolero’ van Simeon ten Holt

Componist Simeon ten Holt zou dinsdag honderd jaar oud zijn geworden. Wat maakt zijn ‘Canto ostinato’ nog altijd zo geliefd? Een violist, een pianist, een componist en een koordirigent vertellen.

Peter van der Lint en Sander Becker

Ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Simeon ten Holt (1923-2012) zijn er door het hele land dit jaar concerten met zijn muziek. En vooral van zijn Canto ostinato, een compositie uit 1976 waarvoor hordes mensen als een blok vallen, ook als ze nog nooit naar een klassiek concert zijn geweest. Ten Holt was zelf helemaal niet zo blij met de populariteit ervan, hij vond dat hij veel betere composities had gemaakt. Desondanks werd de Canto voor Ten Holt wat de Bolero werd voor Ravel.

Wat is toch die aantrekkingskracht van die bezwerende muziek, die mensen graag liggend beluisteren? Brengt het repeterende ritme van de vijfdelige maat mensen in een trance, of is het die bijzondere melodie die zich na lang wachten plots aandient? De een vindt die melodie maar kitscherig, maar voor de meesten is die haast levensveranderend. Vier professionals uit de muziekwereld – een violist, een pianist, een componist en een koordirigent – vertellen op deze Simeon ten Holt-dag over hoe zij zich tot deze bijzondere muziek verhouden.

‘Je moet je er helemaal aan overgeven, anders werkt het niet’

Maria-Paula Majoor, violiste in het Matangi Quartet

Maria-Paula Majoor, violiste in het Matangi Quartet. Beeld De Schaapjesfabriek
Maria-Paula Majoor, violiste in het Matangi Quartet.Beeld De Schaapjesfabriek

“Er hangt een bepaalde magie rondom de Canto ostinato. Het begint al met dat herkenbare, vijfdelige motiefje: páp-pap-páp-pap-pap. In onze versie voor strijkkwartet speelt de cello het als eerste. ‘Ja, daar heb je het!’, denk je dan. Als het in een reclame of film voorbijkomt, herken je het ook meteen.

“Vroeger hield ik niet van het stuk. Ik vond het een beetje goedkoop. Maar toen ik het eenmaal zelf ging spelen, was ik hooked. Je moet je er helemaal aan overgeven, anders werkt het niet. Het stuk bouwt toe naar een eenvoudige melodie die iets bevrijdends heeft. Je voelt dat ’ie komt, maar je weet nooit precies wanneer. Juist die uitgestelde verwachting maakt het zo spannend.

“Simeon ten Holt geeft de musici veel vrijheid. Je mag naar hartenlust met zijn thematische materiaal spelen. Vooral met de accenten kun je variëren. Als ik een energieke dag heb, klinkt het heel anders dan wanneer ik me wat rustiger voel. Musici kunnen elkaar ook inspireren om bijvoorbeeld heel uitbundig of juist ingetogen te gaan spelen, met brede noten of juist met korte pizzicati. Je hebt steeds de keus: ga ik erin mee, of zoek ik het contrast? De intermenselijke reacties zijn bij dit stuk heel belangrijk. Je moet continu al je sensoren openhouden.

“Het stuk bestaat uit verschillende blokjes die je naar eigen inzicht mag herhalen. De componist wilde niet dat we daar afspraken over maakten, want dan verdwijnt de spontaniteit. De muziek moet in het moment ontstaan. Dat vereist een heel ander samenspel dan bij Haydn of Mozart. Daar spreek je álles af, van de articulatie tot de dynamiek. Bij de Canto ostinato is dat allemaal vrij. Het enige wat vastligt, is die vijfdelige cadans: als die eenmaal loopt, moet al het andere zich daarnaar voegen. Soms lijkt het daardoor bijna meer alsof je in een popbandje speelt dan in een strijkkwartet. Dat maakt het voor ons zo interessant.

“Het publiek reageert er vaak uitzinnig op. Na een Schumann-concert zeggen mensen vaak zoiets als: ‘Heel mooi gespeeld, maar ik heb er natuurlijk geen verstand van.’ Maar na de Canto ostinato maak je de gekste dingen mee. Laatst in Amstelveen, in de foyer, vloog een wildvreemde vrouw me om de hals. ‘Fantastisch’, riep ze, ‘wat een geweldige muziek!’ Gewoon zo, zonder enige reserve. Dat is wat deze muziek bij mensen losmaakt. Het werkt bevrijdend.

“Het stuk blijft zeker op ons repertoire. We hebben het op cd gezet en spelen het al sinds 2017. Inmiddels heb ik echt het gevoel dat het van óns is.”

Het Matangi Quartet toert vanaf februari met het programma ‘Canto Ostinato Strings Attached’. Info: matangi.nl

‘Als ik het stuk speel, komen er altijd veel jonge mensen luisteren’

Jeroen van Veen, pianist

Jeroen van Veen. Beeld Janey van Ierland
Jeroen van Veen.Beeld Janey van Ierland

“De Canto ostinato is volgens mij zo populair omdat het stuk een universele waarde heeft. Deze muziek spreekt veel mensen aan, vooral als ze nog niet zo zijn ingevoerd in de klassieke muziek. Dat is denk ik te danken aan het repetitieve karakter: die vijfdelige maat die continu wordt herhaald, heel lang achter elkaar. In onze haastige maatschappij waarin iedereen de druk voelt van meer moeten doen in minder tijd, vormt deze muziek een bevrijding. De tijd komt als het ware stil te staan. Als luisteraar vraag je je af: waar zijn we eigenlijk mee bezig?

“De Canto ostinato is een ontdekkingsreis, een opening naar onbekend terrein. Als ik het stuk speel, komen er altijd veel jonge mensen luisteren. Vaak is het de eerste keer dat ze een concertzaal bezoeken. Dat geeft mij als vijftiger hoop: klassieke muziek heeft dus toch toekomst. Normaal geldt er bij een klassiek concert een strenge etiquette voor wanneer je wel of niet mag klappen. De Canto ostinato doorbreekt dat: je klapt alleen aan het begin en aan het eind. Heel simpel en laagdrempelig.

“Wat het stuk ook geliefd maakt, is dat het een reflectie biedt op hoe wonderschoon de wereld is. Met die zoete, harmonieuze klanken zegt de componist eigenlijk: er is ontzettend veel destructie om ons heen, maar nu kijken we even alleen naar al het moois, dat er óók is.

“Het is tonale muziek, gecomponeerd in een tijd dat atonaal de norm was. Simeon ten Holt heeft het stuk daarom in het geheim gecomponeerd en tien jaar gewacht voordat hij het naar buiten durfde te brengen. Sommige collega’s vonden het kitsch, maar het publiek heeft er altijd van genoten.

“Het hoogtepunt is de Chopin-achtige melodie die na een tijd opduikt. Mensen zeggen vaak: ‘Hé, die melodie kén ik!’ En dat klopt, want ze hebben dan al een uur zitten luisteren naar fragmentjes eruit. Het hele stuk is een langzame opbouw naar dat moment waarop alles samenkomt. Dat werkt ook weer bevrijdend.

“Vanavond in het Concertgebouw voer ik het stuk ongeveer voor de vierhonderdste keer uit. Toch blijft het spannend. Geen enkele uitvoering is hetzelfde. Je hebt zoveel vrijheid. Je mag maten zo vaak herhalen als je wil. Je kunt noten weglaten en accenten verleggen. De vijfdelige maat kun je onderverdelen in 2-3 of 3-2. Met je linker- en rechterhand kun je hetzelfde doen of juist iets anders. En als je het stuk met vier pianisten speelt, zoals vanavond, zijn de variatiemogelijkheden helemáál eindeloos. Deze muziek gaat nooit vervelen.”

Dinsdagavond speelt Jeroen van Veen met drie andere pianisten het Canto ostinato in het Concertgebouw. Daarna toert hij door Nederland. Info: jeroenvanveen.com

‘Deze muziek vraagt om heel veel techniek en concentratie’

Maria van Nieukerken, dirigent PA’dam Koor

Maria van Nieukerken. Beeld Lou Wolfs
Maria van Nieukerken.Beeld Lou Wolfs

“Met PA’dam zingen we vaker stukken die niet vocaal bedoeld zijn. Zoals Bachs Goldbergvariaties. Bij Canto ostinato was het vooral spannend of we het zingbaar konden krijgen. En of we de trance-werking die van de muziek uitgaat konden vertalen naar de menselijke stem. Een stem kan bijvoorbeeld langer doorklinken dan een aangeslagen pianotoets. We hebben er lang over nagedacht of we het helemaal vocaal moesten doen, maar besloten uiteindelijk toch om er een marimba, een vibrafoon, een harp en een contrabas aan toe te voegen.

“Benno Bonke heeft de bewerking gemaakt. Het arrangement is voor zestien stemmen in de gebruikelijke onderverdeling sopraan, alt, tenor en bas. Ik heb me echt wel afgevraagd of het kon, deze bewerking, en natuurlijk hebben we overlegd met de erven Ten Holt. Die vonden het goed, alleen mochten we aan de noten absoluut geen tekst toevoegen. Voor zangers kunnen woorden houvast geven, geheugensteuntjes in de muzikale voortgang. Dat was nu niet mogelijk en dus moeten we ons heil zoeken in het kleuren van de klinkers. Alleen de i-klank komt er niet in voor, omdat die lastig is voor de menselijke stem.

“We wilden de muziek op een menselijke manier benaderen met beweging op het podium. Maar zangers kunnen niet een hele choreografie uitvoeren terwijl ze staan te zingen. We hebben bewegingen van de zangers vooraf opgenomen, laten dat vertraagd zien en combineren dat met live beeld. De nadruk ligt daarbij op de vingers en de handen, als een verwijzing naar de handen en vingers van pianisten, voor wie de muziek oorspronkelijk bedoeld is.

“Het thema, de beroemde melodie is uiteraard heel belangrijk. We kunnen de komst ervan via beweging voorbereiden. Het mag niet te vroeg zijn, maar ook niet te laat. Met zangers kun je dit maar maximaal vijf kwartier volhouden, en dus moet je die melodie goed timen.

“De trance-werking in de muziek werkt ook in de vocale versie, vind ik. Ik hoop niet dat de zangers zelf in trance raken, want dan raken ze de weg kwijt. Deze muziek vraagt om heel veel techniek en concentratie. Bij de repetities bleek al dat de zangers na afloop geestelijk uitgeput zijn.”

Canto Ostinato – The Vocal Experience is op 29 januari te horen tijdens de Simeon ten Holt Festivaldag van TivoliVredenburg. Daarna tournee t/m 24 juni. Info: padam.nu

‘Eigenlijk is het een heel simpel volksliedje’

Anthony Fiumara, componist

Anthony Fiumara. Beeld Anna Perger
Anthony Fiumara.Beeld Anna Perger

“Ik werd in 2015 gevraagd om een versie van Canto ostinato te maken voor het Residentie Orkest. Ik verbaasde me erover dat er nog geen orkestversie van was. Want al die stemmetjes op vier piano’s, die blijven toch een beetje zwartwit. Met al die verschillende instrumenten in een orkest kun je veel meer inkleuren. Toen ik de orkestversie voor het eerst live hoorde, was dat best bijzonder. Alsof je een zwartwit film ineens in full colour zag.

“Ik heb veel gehad aan Jeroen van Veen bij het componeren. Hij is toch zo’n beetje Mister Canto in Nederland. Ik hoorde de versie voor vier piano’s voor het eerst toen ik nog bij Donemus werkte. Ik luisterde daar naar van alles, maar Canto ostinato kwam meteen binnen. In die dagen was hedendaagse muziek vooral heel intellectueel, muziek die goed was voor het hoofd, minder voor het hart. Alles wat een beetje ‘lekker’ klonk werd al gauw afgedaan als kitsch. Maar ik heb die eerste Donemus-opname vaak cadeau gedaan aan vrienden, die er heel blij mee waren.

“Live hoorde ik de muziek voor het eerst in Uffelt in een fabriekshal. Hoe lang het duurde weet ik niet meer, of we stonden, zaten of lagen ook niet meer. Ik weet nog wel dat ik de zon langzaam zag ondergaan en dat de tijd compleet verdween. Een bijzondere ervaring, al was die niet per se spiritueel.

“Bij Donemus kwam Ten Holt weleens langs. Dan vertelde hij dat hij niet zo blij was met de populariteit van zijn Canto. Maar er was niks aan te doen – het is Ten Holts Bolero geworden, het populaire stuk van Ravel. Die vond dat ook helemaal niet fijn. Ikzelf echter zou wat graag zo’n werk schrijven, een stuk dat zo binnen komt. Stiekem was hij er volgens mij toch wel trots op, vooral op de vijfdelige maatsoort, die eigenlijk een soort walsje oplevert.

“De vrijheid in de compositie houdt natuurlijk geen stand als er tachtig musici spelen. Je kunt niet iedere speler zijn eigen vrijheid geven. Het is in theorie een mooi democratische compositie, maar in de praktijk moet je toch afspraken maken. Ik heb besloten om een gefixeerde versie te maken waarin alleen het aantal herhalingen vrij staat.

“Het thema, de melodie, heb ik heerlijk groots door het hele orkest laten spelen. De Canto gaat voor mij toch over het verlangen naar een horizon die niet te bereiken is. Totdat die melodie komt. Als je het stuk al kent is de verrassing van dat moment natuurlijk weg. Als je het voor het eerst hoort is de verrassing dat je denkt de melodie al te kennen. Ten Holt heeft dat heel slim voor elkaar gekregen door in al die maten ervoor subtiel steeds bouwsteentjes van die melodie al weg te geven. Eigenlijk is het een heel simpel volksliedje. Ik noem het graag sensueel minimalisme.”

Lees ook:
Op de allereerste Dag van de Componist kan je meelopen met de langste partituur ooit

Verdeeld over tien steden zijn er zaterdag meer dan honderd concerten. Het doel: propaganda maken voor componisten, zoals het Boekenbal doet voor schrijvers.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden