Dirigent Antony Hermus repeteert met het Nationaal Jeugdorkest ‘Blauwbaards Burcht’ van Bartók in De Melkfabriek in Arnhem.  Beeld Koen Verheijden
Dirigent Antony Hermus repeteert met het Nationaal Jeugdorkest ‘Blauwbaards Burcht’ van Bartók in De Melkfabriek in Arnhem.Beeld Koen Verheijden

ReportageOpera

De burcht van Blauwbaard is een vervallen melkfabriek in Arnhem

De prachtige locatie speelt een hoofdrol in Bartóks eenakter over Blauwbaard en zijn nieuwe bruid Judith. Er zijn in de oude melkfabriek in Arnhem geen zeven geheimzinnige deuren, maar unheimisch is het er zeker.

Peter van der Lint

De oude, in onbruik geraakte melkfabriek staat op een bijzondere plek in Arnhem. Pal erachter verbindt de John Frostbrug de twee Rijnoevers. Het is de beruchte brug uit de Tweede Wereldoorlog, die van A Bridge Too Far. Het terrein rondom de fabriek is ruig, net als het interieur zelf – industrieel functioneel. Onttakelde betonnen vloeren en muren, stalen balken die het plafond stutten. In deze unheimisch aandoende omgeving gaat het drama van Béla Bartóks eenakter Blauwbaards Burcht zich afspelen.

Elk jaar tijdens Muziekzomer Gelderland strijkt het Nationaal Jeugdorkest (NJO) ruim twee weken neer in de provincie voor bijzondere concerten en projecten. Vorig jaar deed het NJO een project met saxofoniste Kika Sprangers in de Arnhemse melkfabriek. Het enthousiasme over de locatie was zo groot, dat men er dit jaar een nieuw project wilde doen. Het werd Bartóks opera over hertog Blauwbaard die zijn nieuwe bruid Judith meeneemt naar zijn donkere burcht. Daar weet zij Blauwbaard zover te krijgen om de zeven gesloten deuren in de burcht te openen. Ze wil licht in de duisternis. Achter de zevende deur wacht haar een onaangename verrassing.

Voor alle drie de eerste keer

Voorafgaand aan een repetitie praten dirigent Antony Hermus, mezzosopraan Barbara Kozelj (Judith) en bas Marc Pantus (Blauwbaard) over het werk en hun rollen. Het is voor hen alle drie de eerste keer dat ze deze muziek uitvoeren. De keus voor Bartóks eenakter kwam van Hermus en de directeur van het NJO.

“We wilden heel graag iets met opera op deze bijzondere locatie doen”, zegt Hermus. “Het moest compact, en Blauwbaards Burcht duurt een uurtje. We spelen overigens niet de oorspronkelijke partituur voor groot orkest, omdat dat hier niet zou passen. Er is een bewerking voor een kleine veertig musici van Eberhard Kloke, en die gebruiken we als basis.”

“Dat vond ik wel een prettige gedachte”, zegt bas Pantus, “dat het orkest kleiner zou zijn. Want Bartók geeft ’m soms behoorlijk van jetje.” Barbara Kozelj beaamt het: “Omdat je de rol voor de eerste keer zingt, is een intieme setting wel fijn. Ook al moet ik zeggen dat het nog steeds niet echt klein klinkt, hoor.”

Mezzosopraan Barbara Kozelj en bas Marc Pantus als Judith en Blauwbaard tijdens een repetitie. Op de achtergrond het Nationaal Jeugdorkest. Beeld Koen Verheijden
Mezzosopraan Barbara Kozelj en bas Marc Pantus als Judith en Blauwbaard tijdens een repetitie. Op de achtergrond het Nationaal Jeugdorkest.Beeld Koen Verheijden

“Het is fantastisch om nu echt met orkest te kunnen werken”, zegt Kozelj. “Met orkestbegeleiding gaat het in deze muziek altijd beter. Alle kleuren komen dan tevoorschijn, je mag eindelijk je kostuum aan, en de belichting doet zijn fraaie werk. Zo fijn om in deze fase te stappen. Ik heb wel goed nagedacht toen het aanbod voor deze rol kwam. Zingen in het Hongaars doe je niet vaak, al klinkt die taal wel heel mooi. Dat ik deze rol mag zingen, in deze setting. Echt bijzonder.”

Toevallig gevonden muziek

Pantus beaamt dat. “De noten van Bartók zijn heel organisch, alsof het toevallig gevonden muziek is. Er zit als het ware een verborgen logica in. Ik heb ook even nagedacht over deze rol, maar nu vind ik dat iedereen de kans zou moeten hebben om dit te zingen. Je bent nooit klaar met het verder uitdiepen van deze tekst en muziek.”

Toen Bartók de opera in 1911 klaar had, vond men de muziek onspeelbaar. Pas zeven jaar later ging de opera in Boedapest in première, maar een groot succes werd het niet. Zijn musici vandaag de dag technisch beter dan in 1911?

Hermus: “De partituur zou ik niet onspeelbaar willen noemen, maar een uitdaging is het zeker. Het technisch niveau van musici is inderdaad wel erg omhooggegaan. Ook onze NJO-musici, allemaal nog studerend aan het conservatorium en maximaal 26 jaar oud, spelen werkelijk fantastisch. Voor hen is het ook goed om eens een keer opera te spelen. Dat is echt een andere discipline, omdat je moet meebewegen met elke nuance, en elke ademhaling van de zangers. Toen we hier de regie-generale met pianobegeleiding hadden, zaten alle orkestmusici naar Barbara en Marc te kijken en te luisteren. Het hoefde niet, want ze waren vrij, maar ze zaten er toch maar mooi allemaal. Dat was erg ontroerend.”

Een hoge C uit het niets

In de opera zit een overweldigende climax als de vijfde deur open zwaait. Fel licht stroomt de duistere burcht binnen, staat in het libretto van Béla Balázs, en in bombastische majeur-akkoorden in de toonsoort C-groot tekent Bartók de prachtige landerijen van Blauwbaard die achter die vijfde deur tevoorschijn komen. Judith is zo verrast door de schoonheid en dat felle licht dat ze vanuit het niets een uitroep op een hoge C moet produceren. Voor een mezzosopraan een gevaarlijke plek in de partituur.

“Mezzo’s krijgen niet vaak de kans om die hoge noot te zingen”, zegt Kozelj. “Je hebt er een goede voorbereiding en behoorlijk wat moed voor nodig. Maar Bartók bouwt het orkestraal in die scène zo mooi op, dat ik me er steeds op verheug. En dan kun je je ook nog afvragen wat die hoge C eigenlijk betekent. Zingt Judith daar haar extase uit, of is het een schreeuw? Het is een wonderlijke noot. Je weet niet of die positief of negatief geladen is. Heel dubbel, zoals eigenlijk alles in deze opera. Niets is eenduidig.”

Achter de eerste deur zit een martelkamer

Waar zitten we eigenlijk naar te kijken en te luisteren? Judith wil de zeven deuren openen, Blauwbaard is heel terughoudend. “Judith wil hem redden”, denkt Kozelj. “Zij gaat het beter voor hem maken, de gordijnen in de vochtige burcht openen. Ze wil hem beter leren kennen. En dan zit er achter de eerste deur nota bene een martelkamer.”

“En op dat moment vraag ik aan haar of ze bang is”, zegt Pantus. “Zo’n vraag kan op veel verschillende manieren bedoeld zijn. Wij doen het heel realistisch, als in Bergmans film Scènes uit een huwelijk. Er is wel echte liefde tussen de twee, dat hoor je in het orkest. Blauwbaard is ook zacht en sereen. Zijn slotmonoloog, waarin hij al in de verleden tijd spreekt, vind ik ontroerend. Zijn laatste woorden ‘Nacht en duister’ zijn bijna een geruststelling.”

Hermus vindt vooral de kleuren die Bartók vocaal en orkestraal oproept indrukwekkend. “Het is het eerste grote werk van Bartók, en dan al meteen zo bijzonder en raak. Je kunt niet anders dan meegesleurd worden. Het raakt iets bij iedereen die het ooit heeft gezien. En dan die relatie van de toonsoorten. Het begint heel duister in fis-klein om bij de vijfde deur in C-groot uit te komen, zo ver mogelijk van fis-klein verwijderd. Om dan langzaam weer terug te keren bij de duisternis van fis-klein aan het slot. Zo onontkoombaar is het. De emotie van dit stuk zit vooral in de harmonieën.”

“De rol van Judith werkt als een magneet voor mij”, zegt Kozelj. “Als je er eenmaal mee begint, kun je er niet van afblijven.” Pantus beaamt dat. “Het is een heel intens uurtje, een daarom is dat uurtje ook genoeg. Ik heb soms echt zitten huilen tijdens de repetities.”

De enscenering

Regisseur Kenza Koutchoukali wilde een reëel, menselijk en psychologisch drama neerzetten dat refereert aan de legende van Blauwbaard. “Ik wil er niet te veel duiding aan geven. De zeven deuren worden bij ons niet concreet getoond, maar met licht getoond. Er wordt heel veel niet gezegd in dit stuk. Ik zie het als een ontdekkingstocht van Blauwbaard, die op zoek is naar zichzelf. Er is een emotionele afstand tussen Blauwbaard en Judith, ook als ze elkaar aanraken. Voor mij gaat het in dit werk over jezelf afsluiten in een relatie, over hoe moeilijk het kan zijn om met een ander te zijn én bij jezelf te blijven. We merkten tijdens de voorbereidingen dat veel mensen die thematiek herkennen. Ik heb danseres Lucinda Wessels bij het project betrokken om de onderbuikgevoelens van Judith te vertegenwoordigen.”

De Hongaarse proloog is vervangen door een Nederlandse tekst van dramaturg Wout van Tongeren, geschreven door drie jonge musici uit het orkest. Zij vertellen dapper over het drama dat ze gaan spelen en over zichzelf. Tijdens het spreken begint de duistere muziek al, precies zoals Bartók het wilde. Dan stappen zij terug het orkest in en brengen de focus terug naar de muziek. Blauwbaard en Judith kunnen opkomen.

Blauwbaards Burcht van Béla Bartók door het Nationaal Jeugdorkest o.l.v. Antony Hermus in regie van Kenza Koutchoukali gaat dinsdag 2 augustus in première in De Melkfabriek in Arnhem. Er zijn vijf voorstellingen t/m 6 augustus. Info: muziekzomer.nl

Lees ook:

Nationaal Jeugdorkest bouwt een feestje in Concertgebouw

‘De jeugd heeft de toekomst’, deelde dirigent Antony Hermus de enthousiast klappende toehoorders in het Concertgebouw mee. En hij spreidde zijn armen uit naar de jonge musici achter hem, die hij door een enerverende avond vol prachtige muziek had geloodst. Waarop hij zich pardoes omdraaide en het Nationaal Jeugdorkest voorging in een spetterende uitvoering van Arturo Márquez’ opzwepende Conga del fuego nuevo.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden