'De broertjes Jussen' gingen van Mozart naar Mantra

Beeld Jorgen Caris

Zelden zullen musici zo zichtbaar in één jaar volwassen zijn geworden als de pianisten Lucas (24) en Arthur Jussen (21). Met hun uitvoering van 'Mantra' van Karl-Heinz Stockhausen toonden ze dit jaar dat ze de schattigheidsfactor niet meer nodig hebben.

De broertjes Jussen: zo stonden Lucas en Arthur Jussen lange tijd bekend. Al met twaalf en negen jaar huppelden de jongens de lange trap van het Concertgebouw af om voor een volle zaal samen Ravel, Mozart en Fauré te spelen. Ruim tien jaar lang mochten ze als lieve knuffelbeertjes opdraven in tv-programma's en damesbladen; bij prestigelabel Deutsche Grammophon maakten ze cd's met Mozart, Schubert en licht Frans repertoire. Het grote publiek liep met hen weg.

Twaalf jaar na hun debuut renden ze weer in volle draf die lange trap van het Concertgebouw af. Nu voor iets van een heel ander kaliber. In 'The Night of the Proms' van het Holland Festival speelden ze 'Mantra', een stuk dat de Duitse componist Karl-Heinz Stockhausen in 1970 voor twee piano's schreef. Een uiterst lastig stuk, dat niet alleen extreme technische vaardigheden op de piano vereist, maar ook het tegelijkertijd kunnen bespelen van slagwerk en het leveren van theatraal spektakel. Dat laatste deden ze: het muzikaal tegen elkaar opbieden op de piano mondde uit in een uitdagend geheven middelvinger. Hilariteit in de zaal.

Hun uitvoering hield het gemêleerde 'Proms-publiek' in de ban, ook al is het stuk van zo'n 75 minuten nou niet direct een meezinger. 'Een adembenemende Mantra van de broers Jussen', schreef Christo Lelie in Trouw, 'Zó speelt men Stockhausen in de 21ste eeuw', was het oordeel van Het Parool.

Van Mozart naar Mantra lijkt een grote stap, maar de broers hadden die ruim van tevoren voorbereid. Al in hun vroegste jeugd studeerden ze hedendaagse muziek bij dé specialist van het Amsterdams conservatorium, Ton Hartsuiker. Maar ze kwamen er niet mee naar buiten. Hoewel, op hun laatste cd uit begin 2017 tilden ze al een tipje van de sluier op: ze speelden behalve Saint-Saens en Poulenc het speciaal voor hen gecomponeerde 'Night' van de Turkse componist Fazil Say. Een energiek en ritmisch spektakelstuk, dat heel ver af staat van Schubert en Mozart.

Buiten hun comfortzone

Jochem Valkenburg, muziekprogrammeur van het Holland Festival, is een van de insiders die wel wisten dat de Jussens gespecialiseerd zijn in de modernste muziek. "Ik heb geen moment geaarzeld om hen voor Mantra te vragen," zegt hij. "Want Lucas en Arthur kunnen zoveel meer dan klassieke muziek. En dit stuk past door het theatrale karakter goed bij hun persoonlijkheid. Ik heb me nog even zorgen gemaakt toen bleek dat de broers het stuk relatief laat gingen studeren. Maar toen ze er eenmaal aan waren begonnen, gingen ze er helemaal voor. Ik denk dat het publiek dat gevoeld heeft: deze jongens begeven zich buiten hun comfortzone en dat doen ze met volle overtuiging."

Na Mantra zetten de Jussens hun nieuwe muziekimago door. Met in de zomer de 'Carmina Burana' van Orff en 'Le sacre du printemps' van Stravinsky op twee piano's. In november volgde de wereldpremière van het dubbelconcert van Dobrinka Tabakova. Rond Kerst spelen ze het dubbelconcert van Philipp Glass met Philharmonie Zuidnederland. Opvallend is ook hoeveel buitenlandse concerten er op hun agenda staan. Met Mozart en Bach, maar ook met het stuk van Tabakova.

Volgend jaar maart gaan ze voort op de nieuw ingeslagen weg met het speciaal voor hun gecomponeerde dubbelconcert van Joey Roukens, een opdracht van de ZaterdagMatinee. Ook Roukens was op de hoogte van de belangstelling van de Jussens voor eigentijdse muziek. "We hebben tegelijk les gehad bij Ton Hartsuiker. Bij leerlingenavonden hoorde ik een jongetje van tien fantastisch Bach spelen. Dat was Lucas. Toen wist ik al dat hij een heel goede pianist was. Met de hedendaagse muziek kwamen ze toen nog niet naar buiten."

Roukens vindt het opvallend wat voor ontwikkeling de Jussens de afgelopen jaren hebben doorgemaakt. "Op hun laatste cd met Poulenc laten ze een energie en flair horen die er nog niet was toen ze Mozart en Schubert opnamen. Toen speelden ze nog binnen de lijntjes. Logisch, ze waren nog zo jong. Nu klinken ze brutaler en nemen ze meer risico's. Net zoals hun repertoire is verbreed, ontwikkelt zich hun spel."

Bij het schrijven van het dubbelconcert heeft hij rekening gehouden met hun karakter en bijzondere kwaliteiten. "Hun spel heeft in deze fase iets jongehonderigs. Dat heb ik erin gelegd, zodat ze hun energie kwijt kunnen. Had ik vijf jaar eerder de opdracht gekregen, dan had ik het anders aangepakt.

"Hun grote kwaliteit is hun samenspel. Ze zijn zo goed op elkaar ingespeeld dat ze klinken als één superpianist. Dat heb ik uitgebuit door veel passages te schrijven, die spatgelijk moeten klinken, alsof je een machientje hoort. Het stuk heet 'In unison'. Dat past ook goed bij hoe ze in de media komen: als eenheid, altijd samen."

Hecht en harmonieus

Die eendracht is niet gespeeld, constateert iedereen die hen meemaakt. De broers zijn bijzonder hecht en komen heel harmonieus over. Roukens: "Het kan een nadeel zijn als je al zo jong in de spotlights komt te staan. Je moet het karakter hebben om daar goed mee om te gaan. Maar dat hebben ze. Ze gaan echt voor de muziek, niet voor de bekendheid of de wens van het publiek. Zij profiteren alleen maar van het feit dat ze al jong bekend waren."

Ook Marco Riaskoff, impresario en de organisator van de serie Meesterpianisten in het Amsterdamse Concertgebouw, is altijd weer verrast hoe aardig de jongens zijn gebleven. "Geen zweem van verwaandheid te ontdekken, ze zijn altijd zichzelf gebleven: leuk en humorvol. Het zijn bovendien niet alleen broers, maar ook beste maatjes. Als ze solo spelen, is de een zenuwachtig voor de ander.

"Dat ze zulke ontwapenende jongens zijn, die er leuk uitzien, is voor hen een bonus. Toch is het belangrijkste dat ze als ze achter de vleugel zitten, heel serieus zijn. Dat frivole verdwijnt dan, ze zitten met heel hun ziel in de muziek."

Volgend jaar volgt daarom de ultieme hoofdprijs: op 22 april samen optreden in de serie Meesterpianisten. Met onder andere een pleidooi voor de wat ondergesneeuwde Nederlandse componist Leo Smit. Riaskoff: "Het is goed dat ze hun repertoire zo breed mogelijk maken. Want hoeveel is er nou geschreven voor twee piano's? Hoe goed ze solo ook zijn, ik vermoed dat het duo de basis van hun bestaan zal zijn. Want de symbiose tussen de jongens is uniek."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden