Review

De Britse overlopers naar Moskou: 'Leugen en bedrog zonder sporen'

Pieter Hans Hoets: Spookspoor naar Moskou; Kok Lyra Kampen; 320 blz. ¿ 29,50.

Grinnikend zegt hij: “Dat was dan de derde keer. De eerste keer gebeurde het in 1945, toen er zogenaamd een brandje woedde in een Londens pand met dat archief. De tweede keer werden Englandspiel-dossiers, aldus de Parlementaire enquête over de tweede wereldoorlog, wegens een procedure vernietigd.”

De sporen van het 'Grote Spel', zoals hij dat noemt, worden altijd uitgewist - desnoods 50 jaar later. Mr. Pieter J. Hoets (1921), oud-Engelandvaarder, -verzetsstrijder en -inlichtingenman, heeft niettemin als vrucht van zijn spitten in moerassige intelligence-affaires een en ander blootgelegd. Na zijn pensionering als juridisch adviseur van Coca Cola in Amerika, verdiepte hij zich in het Englandspiel, waarbij 54 Nederlandse agenten boven bezet gebied in handen van de Duitsers sprongen. “Ik onderzocht deze zaak mede, omdat goede vrienden van mij erbij waren betrokken.” In zijn boek Englandspiel ontmaskerd (1990), constateert hij dat de Nederlandse agenten niet het slachtoffer werden van blunders, zoals de officiële lezing luidt. Ze werden opgeofferd in een misleidingsspel van de Britten.

Hoets laat nu zijn licht schijnen over een van de raadselachtigste spionage-affaires van deze eeuw: het overlopen naar Moskou van de Britse agenten Guy Burgess, Kim Philby en Donald Maclean in de jaren '50 en '60. In zijn gisteren gepresenteerde nieuwe boek Spookspoor naar Moskou heeft hij opnieuw, het Englandspiel indachtig, het officiële scenario omgedraaid: de 'vlucht' was voorgewend. Het was een poging tot infiltratie in Moskou, jarenlang voorbereid door 'C', de inlichtingen-chef Sir Stewart Menzies in Londen. De auteur voert voor zijn stelling geen bewijzen aan, wel aanwijzingen. Zo brachten Burgess en Maclean aan de vooravond van hun overlopen (1951) en ook Philby (in 1963) het theater, dat hoort bij een psychisch uit het lood geslagen spion. Dagelijks waren er drankgelagen, vechten en schreeuwen, kortom de totale aftakeling die de pers haalde (moest halen). Daarna kwam de 'vlucht'. Affaires die de Britse inlichtingendiensten de reputatie gaven zo lek te zijn als een mandje. Phillip Knightley, een prominent ontrafelaar van spionagezaken, stelt in zijn boek The second oldest profession dat het verraad van het drietal de Brits-Amerikaanse relatie op inlichtingengebied voor lange tijd vergiftigde.

Ook werden media en geschiedschrijving jarenlang gevoed met de officiële lezing dat hoofdrolspeler Kim Philby, vanaf de jaren '30 communist, in opdracht van de KGB penetreerde in de Britse geheime dienst en in 1963 naar Moskou vluchtte. Dit is dus allemaal schijn? Hoets: “Het is een bekend patroon van de spionage voor het Britse imperium: om achter de plannen van de vijand te komen, kropen daarvoor bestemde mannen in de huid van de tegenstander. Sommigen kozen er bewust voor de rest van hun leven, een kwart eeuw of langer, in de gloeiende woestijn, als spion in Arabische wereld, of in het ijzige Rusland, zoals Philby, in ballingschap te gaan.”

Mocht het de bedoeling zijn geweest het Cambridge-trio (ze studeerden alle drie in Cambridge) door infiltratie sleutelposities in het Kremlin te laten verwerven, dan is die opzet mislukt. Daarvoor was het Russische wantrouwen te groot. Philby mocht in Moskou als rustend dubbelspion The Times lezen, de cricket-uitslagen volgen en buitenlandse bezoekers ontvangen - daarbij bleef het. Alle drie zijn in Rusland in hun bed overleden: Burgess in 1963, Maclean in 1983 en Philby in 1988.

De Britten zijn altijd meesters geweest in de hemel tartende misleiding. Maar gaat u met deze hypothese niet erg ver?

Hoets: “De Britse inlichtingendienst liet, zoals in mijn boek staat, St. John Philby, de vader van Kim Philby, voorgoed moslim worden. Zoon Kim en zijn twee kameraden van de universiteit van Cambridge werden voorgoed communist. Om het 'planten' in Moskou van drie doorgewinterde inlichtingenmensen acceptabel te maken, hebben de Britten veel toneelspel van het Cambridge-trio en de publiciteit gebruikt. Al in 1951 werd in Londen een persconferentie georganiseerd, waarop het 'overlopen' van Burgess en Maclean (respectievelijk inlichtingenman en topdiplomaat) uit de doeken werd gedaan. In 1963 liep Kim Philby over naar Moskou. En in 1967 kwamen er - ter ondersteuning van de dekmantel van 'overgelopen communist' - artikelen in The Sunday Times over hoe Kim als jong student in Cambridge communist was geworden en door de KGB was gerecruteerd.”

Uitgaande van uw theorie moet de Britse inlichtingen-chef zijn Amerikaanse tegenvoeter van het misleidingsspel op de hoogte hebben gesteld. Die voorkennis zou dan schade voor de Amerikaans-Britse relatie hebben voorkomen. Toch was die die schade er: wijst dat er niet op dat Philby wel degelijk verraad pleegde?

“Waarschijnlijk hebben de Britten de Amerikanen wel op de hoogte gesteld. Maar ik wil eerlijk zeggen dat ik voor Spookspoor naar Moskou geen stukken heb gevonden die mijn theorie ondersteunen, zoals dat het geval was bij het Englandspiel. Mijn visie dat Philby, Maclean en Burgess niet ècht zijn overgelopen, berust op een hypothese. Ik zet grote vraagtekens bij de officiële lezing. En terwijl ik al in 1988 die vraagtekens zette, stelde The New York Times vorig jaar vast dat het door Kim Philby zelf geschreven levensverhaal één weefsel van leugens, één verzinsel, is geweest. Philby schrijft in zijn in Moskou geschreven boek My silent war: Ik ben altijd communist geweest, ik heb altijd opdracht gehad me in te werken in de Britse geheime dienst.”

De door hem in Moskou geschreven autobiografie is, volgens uw hypothese dat hij communist was als 'cover', uiteraard een leugen. Dan moet zijn hele leven één groot spel, moeten zij alle drie geweldige acteurs zijn geweest.

“Dat waren ze ook, zulke mensen bestaan! Er zijn mensen die psychologisch een aandrang hebben om zoiets te doen. Het is unfair ineens 'harde bewijzen' van mij, of andere onderbezoekers te verlangen. Want de archieven zijn of werden van overheidswege vernietigd. De media worden soms gebruikt om bepaalde officiële verhalen - in 's lands belang - over de wereld te verspreiden. In tijd van oorlog, of in de Koude Oorlog, is daar niet onderuit te komen. Maar als verhalen historie zijn geworden, moet een individuele bezoeker de mogelijkheid hebben door de misleiding, door de verzinsels, heen te prikken. In een democratie, die staat voor openbaarheid, moet dat kunnen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden