Boekrecensie

De briefwisselingen van Stephan Zweig en Joseph Roth zijn emotionele chantage van historische waarde

Schrijver Stephan Zweig

De armlastige Joseph Roth manipuleerde de goedburgerlijke Stephan Zweig flink, blijkt uit hun briefwisseling. De Joodse schrijvers voelden zich sterk verwant.

Meer dan dertig jaar geleden had ik een Zwitsers vriendje. Zijn ouders vonden het maar niets dat hun zoon met een buitenlandse ging. Toch besloot zijn moeder dat ze haar al dan niet toekomstige schoondochter beter Duits zou leren. Daarom leende ze me twee boeken: de autobiografie van de actrice en zangeres Hildegard Knef en ‘Radetzkymarsch’ van Joseph Roth. Boeken, vond ze, die geschikt waren voor Anfänger.

Lichte kost dus. Knef had vast niets tegen die classificering gehad. Maar Roth had zich in zijn graf omgedraaid, had hij dit geweten. Of hij had, waarschijnlijker nog, woedend en moedeloos tegelijk geroepen dat dit zijn lot was: dat zijn romans alleen nog werden gelezen door argeloze huisvrouwen en jonge meisjes die de strekking van zijn verhalen niet begrepen. Dat dit de vrucht was van zijn jarenlange geploeter en een leven in armoede: ’s werelds onbegrip.

Zo tenminste komt Roth naar voren in de correspondentie met zijn oudere collega Stefan Zweig, een briefwisseling die duurde van 1927 tot 1938 en die nu in een soepele en aangenaam lezende vertaling is verschenen. In zijn brieven aan Zweig toonde Roth zich als een armlastige schrijver die voortdurend werd opgelicht door uitgevers die het belang van zijn werk onderschatten. Nu was dit slechts ten dele waar. Roth was weliswaar in 1894 in Oost-Galicië onder erbarmelijke omstandigheden geboren, maar verdiende in vergelijking met andere auteurs grote sommen geld voor zijn journalistieke werk en zijn romans. Bovendien werd hij talloze malen geholpen door zijn vrienden en uitgevers, die zijn werk wel degelijk waardeerden. Het werkelijke probleem was dat hij op te grote voet leefde. Hij woonde bij voorkeur in dure hotels in Parijs, Nice, Brussel en Amsterdam, en gaf zich graag tegenover werkelijk arme collega’s als weldoener uit. Bovendien dronk hij te veel.

Emotionele chantage

Zweig daarentegen was in 1881 als zoon van welgestelde ouders in Salzburg ter wereld gekomen en leidde een goedburgerlijk leven. Roths brieven aan Zweig, waarschuwt Heinz Lunzer, de bezorger van dit brievenboek, waren dan ook grotendeels zo geschreven dat Zweig medelijden met Roth zou krijgen en hem geld zou sturen.

En inderdaad, de eerste brieven van Roth aan Zweig kun je bijna kruiperig noemen. Na overdreven complimenten aan Zweig gaan ze over in lange litanieën over de omstandigheden waaronder Roth zijn leven slijt: zijn vrouw wordt in een psychiatrische inrichting opgenomen, zijn vriendin wil dat hij de scholing van haar twee kinderen betaalt, hijzelf is doodziek, heeft links en rechts schulden en komt niet aan schrijven toe.

Hoewel zijn tactiek succes had, was het geld dat Zweig naar Roth stuurde nooit genoeg. Al gauw ging Roths kruiperigheid daarom over in emotionele chantage. “Ik ben zeer verzwakt en kan nauwelijks lopen”, schreef Roth bijvoorbeeld op 29 mei 1936 aan Zweig. “Iedere dag veranderen de symptomen of komen er nieuwe bij. Als ik geen gal en bloed opgeef, zijn mijn ogen ontstoken of zwellen mijn voeten op. Ik zou zo graag zes maanden adempauze hebben. Ik zeg het u al een jaar. Uw optimisme wat mij betreft is grenzeloos. U hebt zich vergist, dat ziet u zelf. U hebt me niet geloofd. Over vier weken ben ik werkelijk morsdood, ik moet voor minstens vier maanden gered worden.”

Dergelijke jammerklachten laten niet alleen zien dat hij te veel geld uitgaf, maar ook dat Roth zich met het negentiende-eeuwse romantische beeld van een kunstenaar identificeerde. Door constant te verwijzen naar de miserabele omstandigheden waaronder hij werkte, impliceerde Roth dat hij, anders dan Zweig, het niet-burgerlijke, getourmenteerde bestaan van het miskende kunstenaar-genie leidde. De nood was zijn muze, liet hij zijn vriend en collega niet zonder trots weten. Die reageerde tamelijk nuchter: “Ik wantrouw alle kunstenaars die als het ware tijdens emotionele crisissen toch met aandacht voor het artistieke kunnen blijven produceren”, schreef Zweig in 1929 aan Roth.

Literair-historisch belang

Maar hoezeer ook Roths desastreuze levensstijl en zijn zelfbeeld als romantische schrijver de correspondentie met Zweig domineren, dat alleen rechtvaardigt niet de uitgave van dit brievenboek. Het belang van de verzamelde brieven is dan ook niet slechts biografisch, maar vooral ook literair-historisch. Roth en Zweig begonnen hun correspondentie in 1927, nadat Zweig zijn bewondering had uitgesproken voor Roths boek ‘Juden auf Wanderschaft’ over het lot van de Joden na de Eerste Wereldoorlog. Ze schreven elkaar ook over hun eigen en elkaars werk, waarbij ze strenge kritiek niet uit de weg gingen. Alleen dat al maakt hun correspondentie waardevol. Bovendien waren beide schrijvers van Joodse afkomst en in het Habsburgse Rijk geboren.

Ze werden gedwongen stelling te nemen tegen het opkomende fascisme in Duitsland en Oostenrijk. Ook dat deden ze ieder op eigen wijze. Zweig kon zijn vermogen nog net op tijd redden en week eerst uit naar Engeland en later naar Zuid-Amerika, terwijl Roth in Europa bleef rondzwerven. Zweig keek in deze zo onrustige en onzekere periode het liefst terug, en schreef biografieën van ‘grote’ Europeanen, zoals Erasmus, Casanova, Stendhal en Tolstoj. In 1942 verscheen zijn autobiografie ‘Die Welt von Gestern, Erinnerungen eines Europäers’.

Roth, als altijd de strijdbaarste van de twee, was ervan overtuigd dat alleen de rooms-katholieke kerk en het herstel van het keizerrijk de wereld van nazisme en fascisme konden verlossen en werd daarom door sommigen ‘joods-katholiek’ genoemd. In 1932 publiceerde hij zijn ‘Radetzkymarsch’, een kritiek op het verval van de autoriteit van de Habsburgse keizer, de administratie en het leger, en de daaropvolgende ondergang van het Habsburgse Rijk.

Het lukte helaas Zweig noch Roth overeind te blijven. Zweig raakte steeds meer ontmoedigd en pleegde samen met zijn tweede echtgenote op 22 februari 1942 zelfmoord in Brazilië. Roth begon steeds meer te drinken, maar kwam er uiteindelijk nog het genadigst van af. Hij stierf op 27 mei 1939 aan een hartaanval in een café in Parijs. Met zijn werk kwam het wel goed. Inmiddels zijn er talloze serieuze uitgaven over zijn leven en werk verschenen, waaronder dit geannoteerde brievenboek, en beschouwt niemand het meer als lichte literatuur . Nu ja, behalve de goedbedoelende Zwitserse, die overigens niet mijn schoonmoeder werd. 

Oordeel: soepel lezende brieven van grote literair-historische waarde.

Joseph Roth en Stephan Zweig, 
Elke vriendschap is mij verderfelijk. Brieven 1927-1938
Vert. Els Snick (Arbeiderspers); 384 blz. € 27,50

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden