Interview

‘De brief voor de koning’ krijgt een Netflix-serie. ‘Nu moet ik nog een poosje blijven leven’

Illustratie uit ‘De brief voor de Koning’. Beeld Tonke Dragt

Voor het eerst gaat Netflix een Nederlands boek verfilmen. ‘De brief voor de koning’ van Tonke Dragt krijgt ettelijke miljoenen kijkers in minstens 28 landen. Het is de kroon op het werk van de Grand Old Lady van de jeugdliteratuur.

Ridder Tonke Dragt is inmiddels 88 en geeft zelden een interview. Met Trouw wil zij na enige twijfel praten. De aanleiding: deze maand begonnen in Praag de laatste opnames voor de internationale, Engelstalige Netflix-serie ‘The Letter For The King’. Afgelopen najaar is drie maanden in Nieuw-Zeeland gefilmd, waar eerder de Hobbits van Tolkien door de heuvels trokken. Historisch Praag is nu het decor voor de stads- en kasteelscènes.

‘De brief voor de koning’

“Het verscheen in 1962 en is het meest succesvolle jeugdboek van Nederland. Waarom? Het is een roman over volwassen worden waar iedereen zich in kan herkennen. Het begin is heel spannend. De 16-jarige Tiuri moet een nacht met vrienden waken in de kapel om ridder te worden. De voorwaarde is dat zij niet mogen spreken. Dan wordt er aangeklopt: een man vraagt hulp.

“Wat doe je in zo’n geval? Uiteindelijk is Tiuri de enige die het aandurft. Hij begint aan het avontuur om een belangrijke boodschap aan een verre koning te brengen. Een zaak van leven en dood, van goed en kwaad. Die thematiek zie je in al mijn boeken, soms in de vorm van tweelingbroers. Wat die tweelingen betekenen? Ik weet het niet. Het kunnen ook twee kanten van een mens zijn.”

Tonke

“Een Friese mannennaam. Eigenlijk heet ik naar onze oma Antonia, Tonny. Als kind werd ik Tonneke genoemd. Dat vond ik niet leuk omdat ik lang en dun was. Uiteindelijk vond iedereen Tonke leuker.”

Illustraties

“Ik teken alles zelf. Als kind deed ik niets liever dan tekenen en schrijven. Toen ik de kunst in wilde, zeiden mijn ouders dat ik mezelf moest kunnen bedruipen. Daarom deed ik de Rijksacademie in Den Haag en haalde de akte voor lerares kunstgeschiedenis. Ik begon met het illustreren van historische boeken. Voor De brief van de koning tekende ik kostuums uit de Renaissance, in Italiaanse stijl. Ik heb veel onderzoek gedaan naar middeleeuwse zwaardgevechten en hoe een kasteel in elkaar zit. Alles moet kloppen.”

Landkaarten

“Ook de plattegronden op de schutbladen van het boek heb ik zelf gemaakt. Die zijn de basis. Met een passer heb ik de afstanden gemeten, zodat ik precies wist hoe lang Tiuri moest rijden of door bergen lopen. De landschappen moeten schitteren, en met een kaart zie ik ze voor me. Het brengt me op ideeën. Als er een rivier is, hoe kom je er dan overheen? Is die breed? Is er een brug of een pont? Moet je tol betalen? Kleuren spelen een belangrijke rol. De Rode Ruiters, de Blauwe Rivier.

“De brief van de koning is opgedragen aan ‘Drie sterren in het Westen’. Dat moet je heel letterlijk nemen, want die zag ik als ik ’s nachts schreef. Dat kan als je jong bent. Overdag gaf ik tekenles. Niemand zat op mij te wachten.

“Ik stuurde het manuscript naar uitgeverij Leopold. Ze vonden me talentvol, maar sprookjes waren ‘niet in de mode’. Uiteindelijk belde een knorrige Miep Diekmann. Zij selecteerde materiaal voor Leopold en viel voor de plaatjes in mijn eerste boek: ‘Verhalen van de tweelingbroers’. Toch twijfelde de uitgever over zo’n dik boek, het zou wel negen gulden kosten! Daarom moest ik de illustraties veranderen van kleur naar zwart-wit, wat veel saaier is. Het sloeg in 1961 in als een bom en kreeg ontzettend goede kritieken. Een jaar later ging het met De brief voor de koning nog beter.

Tonke Dragt in 2005. Beeld Mark Sassen

Kinderen

In de tijd dat ik juf was had ik moeite met orde houden. Er zaten na de oorlog wel 40 tot 50 leerlingen in een klas. Het viel goed als ik een verhaal vertelde. Als ik over bomen begon, dan konden ze daar fijn bij tekenen. Wouden zijn vaak een thema in mijn boeken. Als ik tien minuten vertelde, had ik geen flauw idee wat het einde zou zijn. Dan liet ik ze een opdracht uitvoeren en zei: als je goed je best doet, vertel ik straks de afloop.

“Of ik zei: maak een zeeroverskaart. Ik leidde een poppenkastclub en een spookverhalenclub. Zo leerde ik wat jongeren spannend vinden en hoe je een boek schrijft dat met je op de loop gaat. Als het saai wordt, laat je het vreselijk misten of regenen in de bergen. Ik kon in het jappenkamp al een ziek kind de hele nacht bezighouden met een verhaal.”

Batavia

“Mijn geboorteplaats. Mijn vader en zusje schreven ook, we hadden een familiekrant. Verhaaltjes verzinnen vonden wij een mooie tijdsbesteding. In de oorlog kwam mijn vader in andere kampen terecht dan mijn moeder, mijn twee zusjes en ik. In drie jaar jappenkamp probeerde ik overal op te schrijven. Op wc-papier, in oude schriften waar ik wat met potlood was geschreven had uitgegumd. En ik mocht als enige op de muren van ons huis tekenen. Ik schreef er mijn eerste ‘boek’. We hadden ochtendappèl, avondappèl, het kamp was met prikkeldraad afgezet, alles was verboden behalve hard werken. Mijn jongere zusje Ada was vaak ziek. Je had niets. Fantasie was belangrijk, dat konden ze me niet afnemen. Onze kampcommandant Sonei is in 1946 geëxecuteerd.”

Een miljoen exemplaren

“De brief voor de koning is meer dan een miljoen keer verkocht. Niet te begrijpen. Het is in 26 talen vertaald. De versie in het Indonesisch is me het meest dierbaar. De natuur uit mijn jeugd, de kleuren zijn altijd bij me. Indo’s zeggen tegen mij dat de hete rode wouden in ‘Torenhoog en mijlen breed’ niet op Venus zijn, maar dat het mijn heimwee is naar de Indische natuur. Ik ben er trots op dat zij vinden dat ik de sfeer kan beschrijven. Later wilde ik wel terug naar Indonesië, maar toen had ik geen geld. Toen ik wel geld had, lukte het met mijn gezondheid niet meer.

“De brief voor de koning is ook in het Japans vertaald. Dat wilde ik graag, juist in de taal van mijn vijanden. Want als de Japanse kinderen mijn boeken lezen, zijn ze geen vijanden meer. Mijn familie heeft ook een Joodse tak. Toch is de Duitse vertaler een van mijn beste vriendinnen geworden. In mijn kamptijd zag ik Japanse individuen als vijand; mijn bewakers. En hoewel mijn oom is gesneuveld bij de aanleg van de Birmaspoorlijn, kon ik nooit het hele volk verantwoordelijk houden.

“Eindelijk kwam er in 2013 een Engelse uitgave. De Britten hebben genoeg schitterende jeugdliteratuur dus vertalen zij amper iets. Hun omslagontwerp was zo mooi, dat we die tegenwoordig ook voor mijn Nederlandse boeken gebruiken.

Netflix

“Ik wist niet wat dat was. En nu moet ik nog een poosje blijven leven totdat ik De brief voor de koning op Netflix heb gezien. In ieder geval de eerste aflevering, in 2020. Is het leuk of valt het tegen? Ik beslis dan wel of ik verder kijk. Het is straks in minimaal 28 landen te zien.

“Netflix maakt zeven of acht afleveringen. Elke aflevering heeft een cliffhanger. Dus ze moeten er heel wat bij verzinnen. Een paar dingen heb ik direct verboden. Er komen geen martelingen in! Ze wilden de schildknaapPiak eruit schrijven maar ik zei: Piak blijft. En ze wilden de afkomst van Tiuri interessanter maken. Daar was ik tegen, hij is een gewone jongen. Kinderen moeten denken: het kan mij ook overkomen. Zal ik me aan de belofte houden?

“Ik heb de twee paarden gezien die Ardanwen spelen. Eén kan kunstjes doen en hard galopperen. Het andere paard is aaibaar, voor scènes dichtbij. Netflix wilde graag een meisje erin. Dat heb ik goedgekeurd, maar Tiuri moet de opdracht in zijn eentje volbrengen.

“Netflix houdt alles geheim. Paul Trijbits, de producent, is hier geweest om mij opnames te laten zien op zijn laptop. En ik heb een keer een videoboodschap gekregen met wuivende acteurs. Ik ben enorm trots, dat het eerste Nederlandse boek dat Netflix internationaal verfilmt een jeugdboek is. Aan de andere kant is het spannend omdat je een deel uit handen geeft.”

Ridders en meisjes

“Ik werd in 2001 gebeld door de gemeente Den Haag. We moesten ­verzamelen in de schouwburg. De verrassing was dat ik zelf geridderd werd voor mijn verdiensten in de kunst. Heel mooi.

“Ik wist veel van de Middeleeuwen. Als je een boek over die tijd schrijft, over echte ridders, is het vanzelfsprekend dat een jongen de hoofdpersoon moet zijn. Meisjes hadden toen heel weinig te vertellen. Toch heb ik in Geheimen van het Wilde Woud, het vervolg op De brief voor de koning, een meisje opgevoerd dat zich als jongen verkleedt en voortvarend optreedt. Dat klopt niet maar ik vond dat het moest. Als kind las ik liever jongensboeken, die waren veel avontuurlijker. Meisjesboeken waren zo sloom.”

Liefde

“Mijn boeken gaan altijd over vriendschappen. Vluchtige begroetingen veranderen soms in langdurige relaties. Dat doe je zelf. In het algemeen zijn mijn boeken vrij optimistisch. Je gaat van je personages houden, je hebt ze tenslotte gemaakt.

“Ik wilde een ander slot, maar dat paste niet bij Tiuri. Soms gaan je hoofdpersonen de baas over je spelen. Ik vind dat het bewijs dat ik een karakter goed beschreven heb, als ze zover los van jezelf komen. Neem die naam. ‘Tiuri’ kwam tot mij als een klank, maar ik vond het niks. Ik hou erg van op Keltisch en Engels gebaseerde namen die mooi klinken. Toch moest hij zo heten.

“De vriendschap tussen Tiuri en Piak, ja dat is liefde. Net als de relatie met het paard Ardanwen, ofwel nachtwind, dat zijn eigen berijder kiest.”

Tijd

“Altijd is in mijn werk de andere kant van de deur belangrijk. Je weet niet wat daar is. Een andere wereld? Een andere tijd? Durf je er binnen te gaan? In een van mijn poppenhuizen woont Albert Einstein. Die wist alles van tijd.”

Ouder worden

“Vreselijk! Helemaal niet leuk. Tot mijn 80ste woonde ik gewoon thuis. Toen raakte ik een oog kwijt, kon niet meer autorijden. Ik heb me nog lang met een stok en taxi gered. Als je echt problemen krijgt met lopen, is het uit. Die karretjes, mijn rollator, ik ben afhankelijk en heb elke dag hulp nodig. Ik heb nog één oog over. Als ik blind word, dan hoeft het voor mij niet meer. Ik ben zo vreselijk visueel ingesteld en bekijk dingen als een tekenaar.”

iPad

“Mijn zusje heeft er een. Ik ben er te oud voor. Vind je van niet? Vroeger ontving mijn buurman voor mij e-mails. Ik heb spijt dat ik nooit aan computers begonnen ben. Ik wil van zoveel dingen meer weten en heb een sterke science-fictionkant. Nu heb ik vrienden aan wie ik doorlopend vraag of zij dingen voor me willen opzoeken.

“Wil je mijn poppenhuizen nog zien?”

Prijzen 

1963 ‘De brief voor de koning’ Kinderboek van het Jaar

1971 Nienke van Hichtum-prijs voor ‘Torenhoog en mijlen breed’

1976 Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur

1982 ‘De Zevensprong’ wordt tv-serie

1990 Vlag & Wimpel voor ‘Het geheim van de klokkenmaker’

2001 Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw

2004 ‘De brief voor de koning’ bekroond met de Griffel der Griffels: beste kinderboek ooit

2005 Victorine Hefting Prijs voor hele oeuvre

2007 Prentenboek van de Kinderboekenweek, ‘Wat niemand weet’

2008 ‘De Brief voor de Koning’ verfilmd in Nederland

Lees ook:

Tekenen wat ze ziet, is saai en dus richt de gelauwerde illustrator Sylvia Weve zich vooral op sfeer

Haar tekeningen zijn volgens de jury trefzeker, ze ‘getuigen van flair en blinken uit in expressie’. Daarom gaat de prestigieuze Max Velthuijsprijs voor kinderboekillustraties – 60 duizend euro – dit jaar naar Sylvia Weve.

‘Nieuwe’ verhaalbundel Tonke Dragt bevat al haar grote thema’s

Tonke Dragt is met haar 87 jaar een van de laatste grote naoorlogse kinderboekenschrijvers. Deze bundel van 26 verhalen is een genot voor Dragtvorsers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden