null Beeld

RecensieTheater

De brave huismus en de bohemien: een dubbel pleidooi voor kleinkunst

Een man, een band en sterke liedjes: gaat dat zien. Recensent Ivo Nieuwenhuis breekt een lans voor de kleinkunst.

Joost Spijkers & band
Hotel Spijkers
★★★★
Nog te zien tot en met maart 2022 , zie joostspijkers.nl

-----

Peter van Rooijen & band
Liefde, dood & Bob Ross
★★★★
Nog te zien tot en met december 2021, zie petervanrooijen.nl

Kleinkunst: hoe lyrisch de pers ook schrijft over deze niche van muzikaal cabaret, het grote publiek vreet het niet. Bij wijlen Jeroen van Merwijk zaten de zalen zelden vol, terwijl de kaarten voor zijn collega’s Youp van ’t Hek en Hans Teeuwen niet aan te slepen waren (en zijn).

Dat is jammer en onterecht, zo bewijzen twee kleinkunstprogramma’s die deze maand kort na elkaar in première gingen: Hotel Spijkers van Joost Spijkers en Liefde, dood en Bob Ross van Peter van Rooijen.

Op het eerste gezicht vallen vooral de overeenkomsten tussen deze twee kleinkunstenaars op. Ze zijn allebei man en timmeren al enige tijd als solist aan de weg, al combineren beiden dat met een respectabele functie elders – Spijkers (44) maakt ook deel uit van variétégroep de Ashton Brothers, Van Rooijen (37) van muziektheatergezelschap Circus Treurdier. Een goede begeleidingsband (allemaal mannen) hebben ze ook allebei.

Geliefd onder critici

Wat de twee ook delen, is dat ze geliefd zijn onder collega’s en critici. Van Rooijen won in 2012 het Amsterdam Kleinkunst Festival en ontving louter lovende recensies voor zijn eerste liedjesprogramma uit 2018 (Liefde, dood & zwaartekracht). Spijkers sleepte in datzelfde jaar een Poelifinario in de wacht voor zijn voorstelling Spijkers II. En nee, dat heeft bij geen van beiden tot op heden geleid tot nationale bekendheid.

Wie de nieuwe voorstellingen van Spijkers en Van Rooijen naast elkaar zet, ziet vooral de verschillen. Hotel Spijkers biedt het publiek een waar visueel en theatraal spektakel. Het podium is ingericht als een ouderwetse hotelkamer. Op de achtergrond worden gedurende het hele programma fraaie fotoanimaties geprojecteerd, waarbij een wat luguber ogend plattelandshotel de terugkerende setting vormt. Ook zijn er diverse verkleedpartijen, die Spijkers al zingend uitvoert. Zijn eigen bewegingen en die van de bandleden volgen een gewiekste choreografie, die soms enigszins neigt naar het clowneske.

Ironisch en droogkomisch

Hiertegenover oogt de presentatie van Liefde, dood & Bob Ross van Van Rooijen sober maar doeltreffend. Hoewel over zaken als belichting en kostuums zeker is nagedacht, kijken we in de eerste plaats naar een singer-songwriter die met zijn band liedjes speelt. Dit schept des te meer ruimte voor de sterke teksten en vaak aanstekelijke melodieën.

Peter van Rooijen speelt Liefde, dood & Bob Ross. Beeld Diederick Bulstra
Peter van Rooijen speelt Liefde, dood & Bob Ross.Beeld Diederick Bulstra

De toon die wordt aangeslagen, verschilt ook nogal. Van Rooijen is vaak ironisch en droogkomisch. De nogal kolderiek aandoende verwijzing naar de bekende schildergoeroe Bob Ross in de titel van zijn show is daar een typisch voorbeeld van. Het simpele geluk en de pretentieloosheid waar Ross voor staat, vindt Van Rooijen zowel bewonderenswaardig als irritant, zo blijkt tijdens het aan deze schilder gewijde lied.

Qua ironie vormt het lied Panache (zwier, ironie) een onbetwist hoogtepunt. Hierin bespot Van Rooijen met vileine steken de levensstijl van de wannabe-bohemien. De setting is die van een feestje, dat Van Rooijen al vroeg verlaat, wat hem de hoon van zo’n groots en meeslepend levende figuur oplevert. Hij is echter liever een suffe burgerlul dan dat hij de leegheid van het bestaan verzuipt in de kroeg.

Het type dat Joost Spijkers in zijn voorstelling neerzet is in veel opzichten precies die bohemien die Van Rooijen in Panache zo vervloekt. De titels van zijn nummers, de meeste geschreven door toneelschrijver Peer Wittenbols, verraden dat eigenlijk al. In Hotel Spijkers gaat het van Geen spijt, via Nergens meer neuken naar Dansen maar en L’amour.

Joost Spijkers met band in Hotel Spijkers.  Beeld jaap reedijk
Joost Spijkers met band in Hotel Spijkers.Beeld jaap reedijk

De artiest Spijkers straalt ook in alles uit dat hij het leven maximaal leeft. Met volle energie geeft hij zich anderhalf uur lang aan het publiek, daar waar Van Rooijen regelmatig de kalmte en de afstand opzoekt. Tel daarbij op de Balkan-sound van klarinet, accordeon en sousafoon die alle Spijkers-liederen doordrenkt, en het plaatje is compleet.

Muzikale virtuositeit

Zijn Spijkers en Van Rooijen dus in alles tegenpolen? Nee, dat ook weer niet. De ironie ontbreekt ook bij Spijkers niet. Bij Van Rooijen, anderzijds, ondervindt de brave huismus bij vlagen geduchte concurrentie van de bevlogen rock-‘n-roller die naar een onbereikbare vrouw verlangt.

Bovenal zijn Spijkers en Van Rooijen kleinkunstenaars die hun vak verstaan. Ze paren een uitstekende tekstbeheersing aan muzikale virtuositeit, dat laatste mede dankzij hun voortreffelijke bands. Ze hebben ieder hun eigen stijl, die uiteindelijk hun grootste troef vormt. Zo’n stijl kan snel vervelen, of juist nooit. Welke van die twee van toepassing is, weet alleen de toeschouwer die deze voorstellingen gaat zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden