Review

De boot die voer naar Timboektoe

Een hele schoolklas neemt plaats in de boot waarin Jacob Gelt Dekker zes weken door Afrika heeft gevaren. Met de boot, nu deel van het museum, volgde hij de route van Bamako naar Timboektoe (beide in Mali). Dezelfde route waarlangs vroeger het goud werd vervoerd om in Timboektoe te worden verhandeld: één gram goud tegen één gram zout.

Dekker stichtte het Curaçaose museum aanvankelijk als slavernijmuseum, precies op de plek waar in vroeger eeuwen de slaven werden uitgeladen en verkocht. Maar het werd al gauw uitgebreid tot Afrikamuseum. Een museum dat de bewoners van Curaçao moet laten zien hoe rijk de Afrikaanse cultuur eigenlijk is.

Dekker merkt dat veel zwarte Curaçaoënaars zich schamen voor hun verleden als slaaf, maar volgens hem is dat totaal onnodig. Ten eerste omdat ze juist trots kunnen zijn op hun Afrikaanse roots en ten tweede omdat slavernij in die tijd helemaal niet zo schokkend was. Hij wijst op het systeem van lijfeigenen dat toen nog bestond en op de anderhalf miljoen Europeanen die door Noord-Afrikanen werden gekidnapt en als werkezels gebruikt.

Europeanen dreven al lang handel met West-Afrika, vooral in katoen en goud. Toen ze in de Nieuwe Wereld zelf katoen wilden verbouwen, misten ze de kennis daarvoor. Die werd door Afrikaanse koningen geleverd in de vorm van mensen, slaven dus, vertelt Dekker.

Tijdens zijn bootreis door Afrika maakte Dekker foto's van Afrikaanse kinderen. Die hangen nu in en naast de boot. ,,Schoolkinderen die in de boot gaan zitten, denken dat het Curaçaose kinderen zijn. Dat komt omdat hun voorouders afkomstig zijn uit datzelfde gebied. Ze kijken dus in een spiegel.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden