RECENSIE

De bloemetjesbehang-revolutie van de Nabis: ‘Er zijn geen schilderijen, er zijn slechts decoraties!’

‘Le Corsage rayé’ van Jean-Edouard Vuillard. Beeld National Gallery of Arts, Washington

De Parijse kunstenaarsgroep de Nabis wilde eind negentiende eeuw af van ingelijste schilderijen. Totaalkunst zou je het kunnen noemen, of decor. In Parijs is nu voor het eerst een tentoonstelling over die kant van hun werk. 

Van dichtbij lijkt het of iemand een stuk tafelkleed heeft geschilderd. Rechte lijnen, horizontaal en verticaal, een geometrisch vlakkenpatroon van wit, roze en lila. Maar het is geen tafelkleed, het ruitjespatroon is de jurk van een vrouw in een tuin, op een schilderij. Kunstenaar Pierre Bonnard schilderde de stof in 1891 op z’n simpelst, zonder rekening te houden met plooien en de vorm van het lichaam. Hij maakte dan ook geen traditioneel schilderij, de vrouw met de jurk in de tuin kwam meer dan levensgroot aan een muur, als decoratie.

Een gezellig bloemenschilderij voor boven de bank, of een paneel dat een sombere hoek van het huis opfleurt, dat zoek je niet in kunst met grote K. Toch was die decoratieve functie het ideaal van een groep bloedserieuze kunstenaars, aan het eind van de negentiende eeuw. Hun naam, Nabis, koos kunstenaar Paul Sérusier in 1888 en kwam van het Arabisch/Hebreeuwse woord voor profeet; ze wilden niet meer, zoals de impressionisten, de werkelijkheid schilderen, ze kozen voor symbolen en decoraties, visioenen dus. 

De Nederlandse kunstenaar Jan Verkade (1868-1946) sloot zich in 1891 aan bij de Nabis. ‘Geen ezelschilderijen meer!’, schreef hij later over die tijd. ‘Weg met de nutteloze meubels! Het werk van de schilder begint als de architect het zijne als voltooid beschouwt. De muur blijft oppervlak. Er zijn geen schilderijen, er zijn slechts decoraties.’ Nu is in Parijs voor het eerst een tentoonstelling over die decoratieve kant van de Nabis.

Een soort huiskamer

Ze zijn namelijk nogal groot, die decoratieve doeken, en over de hele wereld verspreid. De eerste ruimtes van het Musée du Luxembourg worden er vanzelf een soort huiskamers van. De vrouw met de ruitjesjurk staat op een van de vier levensgrote langgerekte doeken die Bonnard maakte: vier keer een vrouw in een onduidelijke groene omgeving. Ook Jean-Edouard Vuillard schilderde vrouwen in het park, spelende kinderen, de ouderen babbelend op een bankje, en ook bij hem lopen de bloemen- en stippenpatronen van de jurken geruisloos over in de achtergrond. De horizon zit zo hoog dat je het gevoel hebt zelf ook in het park te staan.

Vuillard liet bloemen, tafelkleden en tapijten naadloos overvloeien in personages. Beeld Petit Palais, Musée des Beaux-Arts, Parijs

De verf ligt losjes op het doek. De kunstenaars gebruikten de oude tempera-techniek: in plaats van met olie zijn de pigmenten van de verf met lijm vermengd. Zo droogt de verf sneller, je kunt niet zo makkelijk meerdere lagen over elkaar schilderen en het oppervlak is mat – handig als het niet te veel aandacht moet opeisen.

Naast het park kozen de kunstenaars ook het interieur als onderwerp. De opdrachtgevers, bewoners van de huizen waarvoor de kunst bedoeld was, figureerden zelf in hun geschilderde leefomgeving. Overweldigend zijn de doeken die Vuillard maakte voor de nieuwe villa van uitgever Alexandre Natanson. Vuillard laat bloemen, tafelkleden, behang en tapijten naadloos overvloeien in de personages, vooral vrouwen, die in die ruimtes lezen, borduren of muziekmaken.

Tegen kitsch aan

Alles onder een donkerrode sluier. Vermeer ving de Hollandse zeventiende-eeuwse stilte in uitgekiende lichtval en kraakheldere kleuren, in de Parijse negentiende eeuw van Vuillard zak je weg in de hoogpolige bloemmotieven.

Jean-Edouard Vuillard schilderde graag het dagelijks leven in Parijs. Beeld The Museum of Fine Arts, Houston

Alleen toen de Nabis werkelijk spirituele betekenis probeerden te leggen in hun werk, zoals in een grote opdracht waarin Maurice Denis de legende van Sint Hubertus uitbeeldde, werd het minder verrassend en schurkt het wel erg dicht aan tegen kitsch. 

De Nabis waren inventief met het bedenken van nieuwe decoratiepatronen. Zo maakte Denis voor kunsthandelaar Siegfried Bing net zo makkelijk herhalende patronen met vogels en bloemen als met een vrolijk kronkelende stoomtrein. De toekomst intrigeerde, zo blijkt uit Denis’ ontwerp uit 1900 voor een lampenkap met als onderwerp het trottoir roulant: een lopende band die de grote attractie was van de wereldtentoonstelling van dat jaar in Parijs. Zonder een voet te verzetten bewoog het publiek langs de paviljoens. En ze veranderden zo zelf in een levensgroot achtergrondschilderij.

★★★★☆
Les Nabis et le décor, tot 30 juni in Musée du Luxembourg in Parijs. museeduluxembourg.fr

Lees ook:

Alle Nederlandse kunstenaars zaten in Parijs

Meer dan duizend Nederlandse kunstenaars woonden in de negentiende eeuw korte of langere tijd in Parijs. De invloed van die stad en de wisselwerking met andere kunstenaars is groot.

Kwab, de frivole knipoog van de Gouden Eeuw

Kwab, de grillige vormentaal die begin zeventiende eeuw in Nederland ontstond, is spectaculair én onbekend bij het grote publiek. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden