Review

DE BINNENKANT VAN DE MINSTREELDe donkere kanten van Federico García Lorca

Toen in 1975 de Italiaanse filmer Pier Paolo Pasolini door een schandknaapje, dat hij bij het station van Rome had opgepikt, werd vermoord, weigerden veel van zijn vrienden aan te nemen dat hij zo'n onwaardig einde had gevonden. Nee, niet door een roofzuchtig hoertje maar door fascisten, die hij met zijn anti-rechtse artikelen jarenlang had geprikkeld, zou de filmer zijn omgebracht. Ongetwijfeld dacht men daarbij terug aan de Spaanse dichter Federico García Lorca.

ROB SCHOUTEN

Die 'eer' voor een kunstenaar van een politieke liquidatie, zo goed voor de hagiografie, komt Lorca namelijk wel toe. De beroemdste Spaanse dichter van deze eeuw werd in 1936 in de begindagen van de Spaanse burgeroorlog door de Falangisten in zijn geboorteplaats, Granada, geëxecuteerd en hij werd er prompt een martelaar van de revolutie door. Hoewel de omstandigheden van zijn dood nooit helemaal zijn opgehelderd, ook Lorca's biograaf Ian Gibson komt er niet achter, staat wel vast dat het een politieke daad was, wat overigens niet wegneemt dat een van zijn moordenaars na afloop opschepte dat hij volledigheidshalve “twee kogels in zijn reet had geschoten omdat het een flikker was”.

Held van de revolutie en homoseksueel, dat zijn de twee 'labels' waarmee Lorca de literaire geschiedenis is in gegaan. O ja, en groot dichter natuurlijk, maar in die hoedanigheid intussen misschien meer een naam dan een actualiteit. Lorca's poezie heeft iets weg van een verzonken cultuurgoed, iets waarvan men de originaliteit door de vele invloed en navolging niet goed meer opmerkt.

In zekere zin doet zijn werk dan ook gedateerd aan en het kost soms moeite om het nog te onderscheiden van het tweede- en derderangswerk van zijn bewonderaars. Zo althans ervaar ik het bij regels als deze: 'In de gitaar / spatten dromen uiteen tot / geween. / Een snikken van zielen / verdoold / ontsnapt aan haar ronde / mond.'

Goede biografieën, zoals die van de hand van Ian Gibson uit 1989 en onlangs in Nederlandse vertaling uitgekomen, doen zelden moeite om de kwaliteit van het oeuvre nog eens aan te prijzen. Het belang van de man (of vrouw) staat bij voorbaat vast, is als het ware het ingesloten antecedent van zo'n onderneming.

Ook Gibson tuimelt niet in de kuil van reclameboodschappen. Zijn werk is er vooral op gericht de man achter het werk tot leven te brengen. Maar zelfs in dat opzicht stelt hij zich bescheiden op. Hij waagt zich bijvoorbeeld niet aan een algemene karakterschets, een samenvattend oordeel. Dat moet de lezer zelf maar uit zijn beschrijving destilleren.

Over Lorca is natuurlijk al het een en ander geschreven en voor een bondige psychografie moet men misschien maar naar de encylopedie grijpen, toch miste ik zo'n poging om de dichter psychologisch neer te zetten. Dit is een biografie zonder conclusie en juist in het geval van Lorca, die gaande deze levensbeschrijving almaar geheimzinniger wordt, zou men die misschien stilletjes wensen.

Het zwaartepunt van Gibsons levensbeschrijving ligt onmiskenbaar op het onderzoek naar Lorca's homoseksualiteit. Daar viel ook het meeste pionierswerk te verrichten want veel informatie was er niet over bekend. De dichter zelf heeft geen dagboek bijgehouden, zijn correspondentie heldert ook weinig op (Federico, zoals de Spanjaarden hem noemen, waakte “als een oude vrijster over zijn intieme zieleroerselen”, aldus Gibson), en het thema van zijn homoseksualiteit lag in een land als Spanje uiteraard niet zo eenvoudig. Zo heeft het tot 1981 geduurd voor we een door André Belamich verzorgde uitgave van Lorca's 'Sonetos del Amor Oscuro' konden lezen, die voor Lorca's doen vrij onbewimpeld over zijn seksuele geaardheid gaan.

Van de publieke figuur Lorca weten we haast te veel, van de privé-persoon vervolgens weinig. Het heeft er bijvoorbeeld veel van weg dat Lorca, overigens het prototype van een 'moederskindje', zijn levenlang geprobeerd heeft zijn homoseksuele inslag voor zijn ouders verborgen te houden, zoals hij in het algemeen erop uit was om hen te behagen.

Op een even kinderachtige als ontroerende manier trachtte hij ze duidelijk te maken dat hij als kunstenaar geslaagd was (zijn broer Francisco, die een academische carrière volgde, lag wat dat betreft veel gemakkelijker in de markt) en toen hij tijdens zijn reizen door Zuid-Amerika met zijn werk en optredens veel geld verdiende, stuurde hij prompt een schip met geld naar zijn vader, niet omdat die het nodig had (hij was een redelijk welgestelde landman) maar bij wijze van demonstratie van succes.

De publieke figuur van Lorca, zijn succes als dichter, zijn rol in de revolutie, overschaduwen zijn tragische, gekwelde kanten. Eigenlijk komt hij uit Gibsons biografie naar voren als een groot kind dat nooit helemaal volwassen werd. Lorca was buitengewoon getalenteerd, niet alleen als dichter maar ook als toneelschrijver, terwijl hij daarnaast verdienstelijk tekende en een uitmuntend pianist was, die zichzelf bij zijn 'one-man-shows' begeleidde. Maar hij kon ook op een doorzichtige manier ijdel en zelfs enigszins aanmatigend zijn en je krijgt sterk het gevoel dat hij daarmee een fundamentele onzekerheid maskeerde.

Jorge-Luis Borges, die hem niet zo mocht, formuleerde zijn indruk alsvolgt: “Hij wekte op mij de indruk dat hij een rol speelde. Je weet wel, alsof hij in een toneelstuk stond. Ik bedoel, hij was een beroeps-Andalusiër.” Eigenlijk een dodelijke vaststelling want Lorca gold en geldt niet alleen als een authentieke persoonlijkheid maar ook als iemand die de Spaanse, of meer in het bijzonder de Andalusische cultuur van zijn geboortestreek, op de kaart heeft gezet. Zijn eigen poëzie moge dan passen in de modernistische en surrealistische traditie, tegelijkertijd verbindt hij het oude met het nieuwe, het folkloristische met het moderne.

Zijn belangstelling voor de flamenco, voor de zigeunercultuur, zijn samen met buurman De Falla verrichte onderzoek naar Spaanse volksmuziek, het is allemaal zichtbaar in zijn eigen werk, de liedjes en ballades en vooral ook de toneelstukken. Misschien heeft hij als internationaal surrealistisch kunstenaar, als lid van een cercle waartoe ook Salvador Dali (die hij volgens Gibson overigens geprobeerd heeft te verleiden) en Luis Buñuel (in wiens film 'Un chien Andalou' Lorca zich onaangenaam geportretteerd voelde) behoorden, de meeste indruk op het nageslacht gemaakt, maar evengoed wortelt zijn werk in een soort exotische volkskunst.

Lorca's hang naar het exotische had iets dwangmatigs, al durft Gibson het niet met zoveel woorden te benoemen. Toen hij in New York was, de fascinerende metropool waar hij vooral de ellende en armoede van het materialisme en kapitalisme in zich opnam, liet hij zich inspireren door de zwarte cultuur, zoals hij zich in zijn vaderland vereenzelvigde met zigeuners, joden en arabieren.

Het heeft er alles van weg dat hij nauwelijks heeft geroken aan wat er aan cultuur in brede zin aan de hand was. Hij bevond zich weliswaar midden in de 'jazz age' van Scott Fitzgerald maar had geen flauw benul van de Amerikaanse literatuur van zijn tijd. Iets in zijn karakter moet hem steeds opnieuw naar de periferieën hebben gestuurd, alsof hij daar aantrof waarvoor hij zelf toch niet helemaal durfde uit te komen.

Hoewel Lorca zijn homoseksualiteit naarmate hij ouder werd zichtbaarder begon te belijden, er zijn ook een paar minnaars van hem overgeleverd, bleef hij toch iemand die er enigszins omheen draaide. Hij was doodsbenauwd om voor een verwijfde nicht te worden uitgemaakt en de kwalificatie in zijn geboortestad van 'de flikker met de vlinderdas' zal hem zeker niet zijn bevallen.

De Guatemalteekse dichter Luis Cardoza y Aragón schreef: “Volgens de onderverdeling die Gide in zijn Journal heeft gemaakt toen hij Corydon schreef, heb je pederasten, sodomieten en homoseksuelen. Ik weet niet waar Lorca's smaak naar uitging, maar volgens mij had hij iets van alledrie genoemde categorieën.”

In zijn 'Ode aan Walt Whitman', die andere grote homoseksuele dichter, richt Lorca zich tamelijk expliciet tegen de verwijfden en noemt ze onder meer: 'Nichten van heel de wereld, duivenmoordenaars! / Slaven van de vrouw. Teven van hun boudoirs.'

Ian Gibson doet vooral zijn best Lorca's duistere kanten naar boven te brengen. Maar daar zit 'm ook direct de kneep. Hoewel diverse vrienden ervan getuigd hebben dat Lorca, die in het algemeen de overal geliefde minstreel was, op sommige momenten opeens tot zichtbare melancholie en ondoordringbare zelfinkeer kon vervallen, blijft dat toch zijn duistere kant. De suggestie dat het veel met zijn homoseksualiteit te maken heeft, zal er wel niet ver naast liggen maar verklaart Lorca's levensverhaal toch niet helemaal.

Lorca was gefascineerd door de dood, zijn poëzie en zijn toneel wemelen van de bloederige scènes; hij was er ook doodsbenauwd voor. “Ik ben als een glimwormpje in het gras, doodsbang dat iemand op me zal trappen”, heeft hij eens gezegd. Wie van een 'martelaar van de revolutie' verwacht dat hij zijn dood heldhaftig onder ogen zag, komt dan ook bedrogen uit. Het heeft er alle schijn van dat Lorca zijn lot zwetend en huilend heeft ondergaan.

Wat dat betreft verricht Ian Gibson goed correctiewerk. Niet de mythe Lorca maar de mens wordt in deze biografie gereconstrueerd. Vervolgens krijg je ook de neiging om zijn werk anders te lezen, niet in de eerste plaats meer als een fantastische eruptie van creativiteit maar als een kunstzinnige maskerade van Lorca's diepste gevoelens en frustraties. Maar misschien is dat het lot van iedere grote kunstenaar die aan een anatomische les wordt onderworpen. Dat er uiteindelijk een onzekere twijfelaar achter schuil gaat die, ondanks de schijn van het tegendeel, moeite heeft om te leven:

Maandag, woensdag en vrijdag

Ik was. Ik ben geweest. Maar zijn doe ik niet.

Ik was... (O, prachtige keel van de cipres en zijn schaduw! Hoek van de volle maan. Hoek van maan alleen.) Ik ben geweest...

De maan zei schertsend dat ze een roos was. (met een mantel van wind stortte mijn liefste zich in de golven.)

Maar zijn doe ik niet... (Voor een gebroken ruit verstel ik mijn lyrisch kleed.)

Een maan die zei dat ze een roos was, dat is niet zomaar een treffend beeld. Het tekent Lorca ten voeten uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden