Review

De bijbelse geschiedenis schuift aan in het rijk van de ’fantasy’

Regie: Ron Howard. Met Tom Hanks, Audrey Tautou, Ian McKellen. In 143 bioscopen.

’The Da Vinci Code’ van Dan Brown lijkt een blauwdruk voor een succesfilm. Liefst 40 miljoen lezers zijn er, die nu al Europa afstruinen om de heilige plekken te zien waar het boek zich afspeelt.

Het Louvre, de Tempelkerk, de Rosslyn Chapel: in kunsthistorische praal bieden ze het ideale filmdecor. Regisseur en acteurs hoefden zich bovendien niet geremd te voelen door het literair elan van de schepper. Dan Brown creëerde een erudiete en (soms) spannende speurtocht en zette vakmatig een leuke dame en heer neer, maar meer ook niet.

Aan Howard, Hanks en Tautou de taak daar chemie in te blazen. En dan liefst de chemie van een ’Harrison Ford in Harris tweed’, zoals Dan Brown al aangaf in zijn boek; die ging tenslotte ook op zoek naar de Heilige Graal en dat leverde toen toch ook een leuke avonturenfilm op.

Maar jammer voor Dan Brown en fans, een ’Indiana Jones’ van de 21ste eeuw is ’The Da Vinci Code’ niet geworden. Het tijdperk van de ironie is ook voorgoed voorbij, we wisten het al, maar de ernst van de bijbelse geschiedenis (Katholieke Kerk, Opus Dei, Priorij van Zion) zit de film meer dwars dan het boek.

Howard, altijd wat plechtstatig, heeft zijn taak bovendien niet licht opgevat. ’Symbolen leren ons het verleden begrijpen’ laat hij Langdon in het begin postmodern uiteen zetten. Het is een voorbode van wat verder meer een college kunst- en kerkgeschiedenis zal blijken dan een thriller. Schaarse stukjes niet altijd even heldere actie (wie, waarom?) worden afgewisseld met weer een uitleg van een al dan niet fictieve sleutel, code, schilderij of concilie dat professor Langdon en cryptologe Sophie dichter in de buurt moet brengen van de Heilige Graal, die in dit verhaal niet de kelk maar de vrucht van Jezus is.

Kon je in het boek de al te ingewikkelde Fibonacci-codes nog skippen, nu moet je het allemaal uitzitten. En professor Hanks weet op een gegeven moment ook niet meer hoe hij weer anders moet laten blijken dat hij zich iets belangrijks herinnert; hij knijpt die ogen nog maar eens toe of grijpt naar zijn kin.

Van chemie tussen ’Forrest Gump’ en ’Amélie’ is bovendien geen sprake. Wie tobt over zoiets subversiefs als mogelijk nageslacht van Jezus en Maria Magdalena moet zelf de nodige kuisheid uitstralen, vast. De enige die iets van geestdrift en humor inbrengt is Sir Ian McKellen als de dubbelhartige geleerde Leigh Teabing (anagram van de historici Baigent en Leigh die eerder over de Heilige Graal publiceerden).

Howard blijft wel trouw aan de letter, al lijkt dat eerder uit huiver dan uit bewondering. Ook in de film schuilen de schurken dus in het Opus Dei. Erg hoeft de organisatie dat niet te vinden. Met zijn onnavolgbare mengsel feit en fictie, en zijn conclusie dat ook een menselijke Jezus het geloof nieuw leven in kan blazen, zijn in de film de scherpe kantjes er wel vanaf. De bijbelse geschiedenis aangeschoven in het rijk van de ’fantasy’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden