Review

De bijbel als kookboek

,,Eten en geloven hebben alles met elkaar te maken''. In de stem van cursusleider Han Wilmink klinkt verbazing over de vraag, waar toch dat idee vandaan komt voor Bijbels Culinair, een kookcursus met recepten uit de bijbel en omstreken. Eten en geloven, gereformeerd predikant Wilmink doet al jaren niet anders. Tijdens zijn studie ontpopte hij zich als een ware gourmand, een kwaliteit waarvan medestudenten gretig meeprofiteerden. Bovendien: Jezus at en dronk van harte mee, terwijl Hij nolens volens de grondtrekken van een nieuwe geloofsrichting aangaf.

Lodewijk Dros

In het prilste begin van de kerk kwamen mensen bij elkaar thuis om daar een eenvoudige maaltijd te gebruiken. Het heette er vrolijk aan toe te gaan. Door de eeuwen heen is eten in kerkelijk verband tot wat abstracts geworden, met een klein stukje brood of een hostie en een beetje wijn. Meer stilering dan maaltijd. Wilmink wil Avondmaal en Eucharistie geen concurrentie aandoen, maar wel een goede maaltijd serveren. ,,Ik wil weer de geur van eten ruiken, samen een glas drinken. Bijbelse verhalen vertellen op een andere manier dan met woorden. Aan tafel leer je elkaar goed kennen''.

Vanaf zeven uur druppelen de deelnemers aan Bijbels Culinair binnen in de Roomskatholieke kerk Maria Ten Hemel Opgenomen in Zuidlaren. De roomskatholieke deelnemers zijn vanavond verhinderd, maar al zijn de overgeblevenen allen protestant, Bijbels Culinair is oecumenisch van opzet.

,,We zijn in de eerste les begonnen in 1200 voor Christus'', vertelt Wilmink, ,,en we hebben natuurlijk Jacobs linzensoep gemaakt. Maar nu, tijdens de slotavond van Bijbels Culinair, eten we gerechten uit de sefardische en de asjkenazische keuken, met Oosteuropese en Iberische trekken. Feesteten, en eten zoals dat nu in Israël klaargemaakt wordt. Toen ik begin dit jaar in Israël was, bezocht ik de Palestijnse gebieden. Het opschrift van een boekje over de Palestijnse cultuur geeft precies aan wat daarbij voorop gaat: 'Ontdek het door te eten'''.

Het aperitief is een wijn uit het Heilige Land, aangeschaft bij de Hollandse eenheidsprijzen maatschappij. Naast falaffel staan cholent, gekruide rijst en aubergine met knoflooktomaten-glazuur op het menu. Kaneelballen vormen het toetje. Dankzij de multiculturele samenleving zijn de ingrediënten voor vanavond makkelijk te krijgen. Wilmink betrekt zijn producten van een Noordafrikaanse Marokkaanse winkel in de Folkingestraat, de oude joodse straat van Groningen. Het overige komt uit de natuurvoedingswinkel ('vanwege de smaak') en de wereldwinkel, voor Palestijnse olijfolie. Een islamitische slagerij levert het vlees; niet koosjer, zoals joods eten behoort te zijn, maar halal en dat is ook mooi, want varkensvrij. Vanavond ontbreken melkproducten. Vlees en zuivel mogen niet samen in één keuken.

Een van de deelnemers snijdt de stukjes lam voor de stoofpot (cholent). In zijn vrije tijd jaagt hij en zijn mesvoering wijst op ervaring in het hapklaar maken van stukken vlees. Boven de salade in wording gaat het gesprek over de zegen.

,,Hoe lang werkt een zegen eigenlijk? Han geeft 'm elke week bij het slot van de kerkdienst. Maar als je nou 's een week niet naar de kerk gaat...''

,,Bij de doop krijg je ook een zegen en die blijft altijd geldig,'' meent de ander.

,,O ja, natuurlijk. Moeten de bosuitjes nog kleiner?''

De kikkererwtenballetjes (falaffel) 'mogen wel wat meer gekruid', meent Wilmink, en hij voegt op gevoel wat wilde peper toe.

De keukenuitrusting is niet ingesteld op eters; alle deelnemers hebben hun eigen bord en bestek meegenomen. Een oven ontbreekt, maar een welwillende buurvrouw biedt uitkomst. Aan tafel tovert Wilmink een blauw keppeltje tevoorschijn. Met dit joodse hoofddeksel spreekt hij het gebed uit, 'een joods gebed, maar geïmproviseerd want ik kon het thuis niet vinden'. Tussen twee gangen door blijkt zijn 'dubbele solidariteit'. Met de keppel op vertelt hij over de positie van Palestijnen. ,,Een badkuip water kost ze 6 dollar, te betalen aan Israëli's. En als die niet willen leveren, staan ze droog.'' Volgt een Marialegende uit het genoemde Palestijnse (eet-)cultuurboekje.

Het lam blijkt vergeefs gestorven, want volgens de jager 'had dat vlees in die stoofpot niet gehoeven'. Na de cholent komt een wit-blauw doek tevoorschijn, die Wilmink als een poncho omslaat. ,,Een tallith, een gebedskleed''. Hij heeft het nog niet zo lang. De vouwen van nieuwigheid zitten er nog in. ,,Officieel goedgekeurd, met tsitses en 613 touwtjes eraan voor alle geboden.'' Uit een boek over joodse riten en gebruiken leest hij de bijbeltekst voor, waarop het tallith teruggaat. Daarna ontcijfert hij met enige moeite het hebreeuwse nek-schrift, een zegenbede. Een van de aanwezigen voegt eloquent de rest toe. ,,We vieren thuis ook sabbat''.

Tegen half tien komt de laatste ovenschaal op tafel. De kaneelballen, een pesach-toetje, zijn heerlijk. En ik lúst helemaal geen kaneel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden