RecensieQuarantaineromans

De beste coronaboeken moeten nog geschreven worden

Wim Daniels Beeld Merlijn Doomernik

Drie schrijvers presenteren een roman dan wel kroniek van het leven in quarantaine. Zijn ze misschien te vroeg al aan het schrijven gegaan?

Dat de romanklassieker ‘De Pest’ van Albert Camus half maart opdook in de bestsellerlijsten was wel te begrijpen. Iedereen was onzeker en nerveus, men wilde weten wat ons te wachten stond. En men had dankzij het sociaal afstand nemen zeeën van tijd! Razendsnel sprongen schrijvers en uitgevers in op de kennelijke behoefte aan duiding in ‘pandemieboeken’, en dat er deze maand al drie titels op de markt komen die geheel geschreven en geproduceerd zijn tijdens de coronacrisis (die ook de boekenbranche hard treft) is een prestatie van wereldformaat.

Maar ja, we zijn twee maanden verder, we pakken ons leven weer op, we hebben het alweer een stuk drukker en de angstige onzekerheid heeft plaatsgemaakt voor ongeduld, voorzichtige hoop en het vooruitzicht van een lange, saaie crisis . ‘De Pest’ verdween uit de top tien, Lucinda Riley bleef. Wie wil er nog verhalen over corona lezen? De verse coronaboeken zijn met deze noodvaart uitgebracht omdat die behoefte werd verondersteld. En wie te laat komt met zijn boeken mist de boot, dus haast is geboden. Dat maakt nieuwsgierig, maar ook een tikje wantrouwend.

Liefdesverhaal

Wim Daniëls’ ‘Quarantaine’ verscheen half mei en is daarmee de winnaar van de race. Een quarantaine is natuurlijk bij uitstek geschikt voor een kleine, overzichtelijke roman. Daniëls koos voor een liefdesverhaal, misschien om iets opwekkends uit de crisis te peuren.

Julia en Karel, een taalkundige en een gynaecoloog, ontmoeten elkaar in een vakantiepark in de Dordogne, waar ze in alle rust schrijven aan hun proefschriften. Ze worden door de coronacrisis overvallen, en ze zitten al snel met koorts vast op het verlaten vakantiepark – in hetzelfde vakantiehuisje, zodat ze elkaar zo goed en zo kwaad als het gaat kunnen ondersteunen, maar vooral natuurlijk omdat er iets moet gebeuren tussen die twee.

Het klinkt als een formule, en dat is het ook. Gezellig samen evenveel koorts: net niet zo hevig dat het ziekenhuis wil testen, maar genoeg om in quarantaine te moeten en niet te kunnen reizen. Er wordt veel gehoest en gezweten, ze zijn buitengewoon voorkomend en zorgzaam (nee, er zit geen kwaad bij, bij die Karel en Julia), praten met geestdrift over hun vakgebieden (wat nog wel interessante passages oplevert) en mijmeren uiteraard over corona: “Wist je dat er bij de Spaanse griep in 1918-1919 meer dan 20 miljoen doden zijn gevallen? Sommige schattingen gaan zelfs uit van 40 miljoen. In vergelijking daarmee is het nu allemaal heel beperkt. We hebben nu natuurlijk een veel beter zorgstelsel, al geldt dat niet voor alle landen. Het wachten is op een vaccin. Tot die tijd is het pappen en nathouden, roeien met de riemen die we hebben.”

Het klinkt allemaal alsof er een stuk of drie berichten op Nu-punt-nl met een stel uitspraken op Twitter in de blender zijn gegooid, en dat om de zoveel pagina’s. Het verhaal van ‘Quarantaine’ is flinterdun, de personages zijn saai. En die corona, tja, die hindert meer dan dat het toevoegt – omdat wij meer weten dan de schrijver toen hij dit opschreef en omdat we moe zijn geworden van de berichten en de gemeenplaatsen van een maand geleden.

“Het woord coronagolf zal net zo gewoon worden als griepgolf”, staat in de roman. Waar heb ik dat eerder gehoord? O ja, overal. Wim Daniëls kan zich beter richten op de taalkundige bijvangst van deze crisis: coronahoester, raamvisite, ontwijkstress; een mooi lexicon.

Laura van der HaarBeeld Keke Keukelaar

Korte spanningsboog

In ‘Een week of vier’ van Laura van der Haar – dat volgende week zal verschijnen – vinden we in grote lijnen dezelfde feitjes en nieuwsberichten, je leest er op een gegeven moment overheen, ook omdat Van der Haar gekozen heeft een korte roman te schrijven die het van de beklemmende spanning moet hebben – niet de beklemming van de coronacrisis zelf, maar van een moeder die haar baby moet achterlaten, om in het ziekenhuis van corona te herstellen.

In de eerste hoofdstukken wacht Ida koortsig en verward op de ambulance. Ze woont alleen in Barcelona, ze kent er haast niemand, en de baby zal zolang worden opgevangen door een vriendin van de yoga die ze niet echt kent.

Het wordt de lezer ingepeperd dat Ida idolaat is van haar dochtertje: “Ida zingt net zolang tot ze alles kan doen met het kleine meisje dat zo slap in haar armen hangt. Handje optillen, duizend kusjes op dat neusje drukken, in die dikke koude wangetjes knijpen, een kusje op haar ontspannen oogleden.” Zoetsappig, maar pas op, het heeft een functie – één waar ik helaas niet over kan uitweiden zonder de ontknoping buiten beeld te laten.

Dat is een nadeel van dit boek, dat het volledig op de ontknoping drijft. Het is knap manipuleerwerk, maar in literair opzicht is er niet veel te genieten, er staat geen beklijvende zin in.

Daan Heerma van VossBeeld Eva Roefs

Rottige weken

‘Coronakronieken’ van Daan Heerma van Voss is – je zou bijna zeggen gelukkig – een heel ander boek. De drijfveer om het te schrijven en te publiceren is ook een totaal andere: alle opbrengsten uit de verkoop gaan naar de boekhandel, waarmee het boek ook een oproep in zich draagt: red de boekwinkels, koop bij de boekwinkels.

Dat is te prijzen, maar ontslaat Heerma van Voss natuurlijk niet van de verplichting een goed en liefst relevant boek te schrijven over die rottige weken die we achter de rug hebben. Zijn kroniek begint op 12 maart, de dag dat de eerste maatregelen bekend werden gemaakt, en eindigt de dag voor de memorabele Dodenherdenking.

Een dagboek schrijven over de coronatijd voelt een stuk logischer en natuurlijker aan dan een roman. Er hoeft immers niet per se lijn aangebracht te worden in het materiaal en de onvermijdelijke ditjes en datjes over het virus hoeven niet op een geforceerde manier in >> het boek terecht te komen. Alleen doemt een ander probleem op: verveling en verzadiging. We konden in kranten en op blogs dagboeken volgen van onder andere Ilja Leonard Pfeijffer, Sarah Sluimer en Dimitri Verhulst.

Daan Heerma van Voss zag het probleem in, zijn eigen perspectief leek hem te beperkt, dus ging hij op zoek naar de coronabelevenissen van anderen, niet alleen schrijvers maar net zo goed een zwerver (nu ja, wel één die gedichten schrijft).

Het resultaat is een verhalenmozaïek waarin ook zijn eigen ervaringen en gedachten ruimte krijgen, net als – tja, het is niet anders – de verhalen uit het nieuws.

Het zijn niet de landerige dagen van de schrijver die boeien, en ook niet de belevenissen van al die anderen, het is zijn brede oriëntatie, zijn taal en originele blik. Als hij het hamstergedrag van Nederlanders en Amerikanen vergelijkt schrijft hij: “Wij bereiden ons voor op een hongerwinter, zij op een burgeroorlog.” Of over Amsterdam tijdens de lockdown: “De stad is geen leefomgeving meer maar een decor, een theater, een potemkinstad, vol rekwisieten (fietsen, auto’s) en een handvol acteurs die hun tekst zijn vergeten.”

Een van de mooiste observaties is deze, wanneer hij bij zijn vader op bezoek is: “Deze crisis is, besef ik ineens, misschien wel het eerste dat hij niet eerder heeft meegemaakt dan ik, het eerste dat we helemaal gelijktijdig meemaken.”

Prijzenswaardig initiatief

Het zijn observaties als deze waarmee Heerma van Voss erin slaagt ons even te bevrijden van de clichés die onze gedachten en onze taal ingeslopen zijn - want ook dat is een symptoom van corona. Er zitten mindere stukken in het boek, wat prekerige of juist weifelende waarin we Heerma van Voss’ passieve, uitvoerig reflecterende personages uit zijn romans herkennen. Maar al met al is ‘Coronakronieken’ niet alleen als initiatief prijzenswaardig, maar ook zeer lezenswaardig.

Write about winter in the summer, gaf schrijfster Annie Dillard ooit als advies aan schrijvers. Wie er te dicht op zit ziet het geheel niet, wie de winter aan den lijve voelt, vindt de juiste woorden niet.

Het is een veilige aanname na het lezen van de eerste twee romans dat de beste coronaboeken nog geschreven zullen worden, mogelijk in zonniger tijden. ‘Coronakronieken’ van Daan Heerma van Voss blijft echter overeind, het is een nostalgisch boek, nu al ja, een integer verslag van hoe die eerste weken waren. Waarschijnlijk zullen veel lezers het over een half jaar, of een jaar, beter waarderen dan nu.

Read about winter in the summer kon als parafrase op Dillard weleens even waar zijn. 


Wim Daniels
Quarantaine
Thomas Rap; 188 blz. € 19,99

Laura van der Haar
Een week of vier
Podium; 160 blz. € 18,50

Daan Heerma van Voss
Coronakronieken
Atlas Contact; 256 blz. € 15

Lees ook: 

Coronagedicht schrijven? Doe het niet! (of gebruik de volgende tips).

Met een mondkapje voor werkt dichter Ingmar Heytze zich door honderden corona­gedichten heen. Hij knapt er niet van op. Voor wie zich toch niet kan beheersen, heeft hij vijf tips.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden