Review

De architect van de afrobeat

Het was een vreemde gewaarwording. Doorgaans trekken concerten van Afrikaanse artiesten in De Melkweg een bonte mix aan Hollandse dertigplussers en Afrikanen. Dinsdag oogde het publiek opeens jong en hip tijdens de comeback van de Nigeriaanse masterdrummer Tony Allen.

Als architect van de afrobeat oefent hij sinds een jaar grote aantrekkingskracht uit op de avant-garde in de dance scene van Londen en Parijs. Dit keer kwam er geen Ry Cooder, Peter Gabriel of Paul Simon aan te pas om deze oude rot in het Westen een naam te bezorgen. Hooguit de aanbeveling van Blur-zanger Damon Albarn ('Tony Allen bracht me aan het dansen') en een gastbijdrage op Allens nieuwste album 'Home Cooking' waren voldoende.

De afrobeat van Allen is een polyritmisch web waarin Ghanese high life en Nigeriaanse Yoruba-percussie versmelten. Allen ontwikkelde deze unieke receptuur in de jaren zestig en zeventig bij het orkest van Fela Kuti. Wegens diens politieke ambities en confronterende levensstijl begon Allen voor zichzelf. Toch bleef zijn onweerstaanbare beat slechts bekend bij een uitgelezen clubje fijnproevers. Dankzij de house kwam niet de melodie, het liedje, maar het ritme op de voorgrond. Eenmaal gewend aan de breakbeats in substijlen als 'jungle' en '2-step' is er vandaag een geheel nieuwe markt voor Afrikaanse pop ontstaan.

Volgens afro-deskundige John Collins: ,,Niet als neoromantische wereldmuziek, maar als bron voor postmoderne techno. Het hart van elke dance productie bestaat altijd uit een live groove waaromheen je elektronische effecten bouwt. Nadat ze jarenlang de Amerikaanse soul en funk hebben afgegraasd, vooral met sam ples van James Brown, ontdekken dance producers nu de Afrikaanse funk''.

Op het Melkweg-podium verdween de twee turven hoge Allen bijna achter zijn drumstel. Hij liet de zangpartijen door rapper Ty opknappen, die dan ook repte over 'afrohop' ter aanduiding van hun nieuwste muziekrichting. Geassisteerd door een vet plukkende bas en een sublieme toetsenman op Fender Rhodes, openbaarde zich geleidelijk het geheim van de afrobeat. Allen, die gewend is om zes uur aan een stuk te spelen, moest het met een kwart daarvan doen. ,,Te kort want afrobeat bereikt zijn kookpunt pas na een uur'', aldus Allen. Geen woord te veel - toen pas kwamen de 'grooves' op gang en vielen de syncopen en offbeats op de juiste plek. Alsnog ontstond er een spontaan housefeestje, zij het zonder drumcomputers en sample-apparatuur. Immers, 'the master' zelf zat als vier percussionisten tegelijk achter het drumstel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden