Boek van de week

De antihelden van F. B. Hotz berusten in het besef dat ze in het oog van de wereld mislukt zijn

Beeld Bert Nienhuis

Voorjaar 1976 deed zich in de Nederlandse literatuur een klein wonder voor. Vrijwel uit het niets verscheen daar zomaar de fraaie verhalenbundel ‘Dood weermiddel’. De auteur was ene F. B. Hotz, een mensenschuwe, introverte en halfblinde vijftigplusser van wie niet veel meer bekend was dan dat hij in een eerder leven trombone had gespeeld in verschillende dixielandbands en nu als vrijgezel huisde in het stille dorp Oegstgeest, samen met zijn zuster.

Na zijn enthousiast onthaalde debuut publiceerde Hotz nog vijf verhalenbundels, een novelle en een kleine roman. Ze bevestigden zijn reputatie als een van onze beste vertellers en leidden ertoe dat hij in 1998, twee jaar voor zijn dood, werd gelauwerd met de P.C. Hooftprijs.

Maar in het nieuwe millennium raakte het werk van Hotz snel uit het zicht. Daarin staat deze auteur niet alleen. Laten we maar eens wat P.C. Hooftprijswinnaars langs gaan. De eens zo grote en geduchte Vestdijk valt zelfs tweedehands niet meer te slijten. Wie Arthur van Schendel was, weet niemand meer. Bordewijk is enkel een naam, en zelfs W.F. Hermans en Gerard Reve vinden geen nieuwe lezers meer. Geen wonder dat ook de faam van Hotz danig is verbleekt. Tot voor kort kon zijn uitgever niet een van zijn titels meer leveren.

Vergetelheid

Gelukkig is nu ‘Onrustige dagen’ verschenen, een ruime bloemlezing, samengesteld en ingeleid door schrijver Thomas Heerma van Voss, fervent bewonderaar van Hotz.

Je zou kunnen beweren dat Hotz de vergetelheid ook over zichzelf heeft afgeroepen. Net als zijn personages verwijlt hij bij voorkeur in het verleden, in de jaren twintig van zijn eigen jeugd wanneer hij op de autobiografische toer ging, in nog veel langer vervlogen tijden als hij zich - doorgaans met succes - waagde aan het vanuit de marge bezien van grote historische gebeurtenissen, oorlogen vooral.

In zijn stijl en verteltrant vertoont Hotz een zekere stugheid, als het al geen knoestigheid heten moet. Hier en daar komt hij zelfs ronduit archaïsch uit de hoek. Zo laat hij meisjes langs elkaar heen staren ‘als de voorname etalagepoppen bij de Bonneterie’ en krijgt iemand profiel vanwege zijn ‘SDAP-sikje’. Dat de Bonneterie inmiddels ook al ter ziele is en niet iedereen de profielen van socialistische voormannen als Troelstra en Tak op het netvlies heeft, draagt niet echt bij tot beter begrip.

Haantjesgedrag

Bij Hotz domineert de thematiek van de strijd tussen de geslachten. Die wordt met veel ironie en hier en daar zelfs met venijn voor het voetlicht gebracht. De mannen van Hotz zijn bepaald geen helden. Ze hebben ‘een te uitrafelend verstand voor één standpunt’, moeten erkennen dat ‘er tegenstrijdigheid in alles is’ en weten zich gehandicapt door een ‘te scherp voorstellingsvermogen voor moed’.

Wanneer ze bij uitzondering eens niet behept zijn met zo’n bovenmatige neiging tot nuanceren en relativeren, en in plaats daarvan paraderen als zelfingenomen haantjes, zijn ze niet zelden zielig in hun belachelijkheid.

Tegenover die mannen staan de vrouwen, de vrouwen die winnen zoals het in de titel van een van Hotz’ verhalen heet. Zij zijn het die het haantjesgedrag uitlokken en er vervolgens korte metten mee maken. Als ze de rol van bazige echtgenote vervullen, krimpen de mannen in tot het formaat van een muis die door de kat opgevreten gaat worden, en weten nog net piepend uit te brengen: ‘neem me niet kwalijk dat ik leef’.

Hun defensieve, tegen moderniteit en vooruitgang gerichte gezindheid maakt dat de mannen van Hotz met hun rug naar de wereld staan en nauwelijks geïnteresseerd zijn in de grote geopolitieke ontwikkelingen en de daarmee gepaard gaande sociale reuring.

Anti-helden

Een sterk voorbeeld van de wens om buiten schot te blijven biedt de schuwe kamergeleerde Lodewijk uit het verhaal ‘De thuiskomst’. Hij bevindt zich in augustus 1914 op studiereis in de Belgische grensstad Luik en raakt, onkundig als hij is met de oorlogsdreiging, bekneld in de inval van het Duitse leger. “Hij was wel bang, maar voornamelijk dat hij een figuur zou slaan.” Tijdens zijn vlucht voor het krijgsrumoer krijgt hij het gezelschap van een lotgenote. Hij ontfermt zich over haar tot die last hem te zwaar wordt en kiest ten slotte het hazenpad. Het verhindert niet dat de ouders van de inmiddels in Leuven omgekomen vrouw hem volkomen onverdiend bedanken voor de hulp die hij hun dochter heeft geboden.

Beeld Frank Castelein

Verlies van decorum is voor de mannen van Hotz bijna nog erger dan de verstoring van hun zielenrust. Geen wonder dat ze wars zijn van een ‘groots en meeslepend leven’. De dichter Marsman die deze spreekwoordelijk geworden strijdkreet slaakte wordt door de hoofdpersoon van het verhaal ‘Het oponthoud’ genadeloos afgeserveerd. Voor Marsmans kompanen Ter Braak en Du Perron, die een auteur alleen konden waarderen als die een ‘vent’ was, valt de waardering nog lager uit.

De anti-helden van Hotz berusten gelaten in het besef dat ze in de ogen van de wereld mislukt zijn. Zo voelt de hoofdpersoon van ‘Het oponthoud’ zich volstrekt niet thuis op de school die hij onder druk van zijn ouders bezoekt, en streeft naar de status van absolute nul. Paradoxaal genoeg, maar in het licht van de hotziaanse filosofie volkomen consistent, waardeert hij zijn falen vervolgens op tot ‘een verheven mystiek niets’. Gelet op de afkeer van het hogere die Hotz doorgaans ten toon spreidde is dat een verrassende uitkomst, maar tegelijk een die bevredigt.

We dwalen in duisternis en eindigen in het niets, maar wat dan gloort is berusting. Om het te zeggen met het slotwoord van de toch niet zo naïeve geleerde Lodewijk: “Angst die berouw wekt, en die vergeving. Er was geen andere werkelijkheid. Hij dacht nu aan de doden van Leuven. De aarde was de aarde, gedrenkt in bloed, maar hij hoorde er thuis. Zijn terugkeer uit Luik was een thuiskomst geworden.”

F. B. Hotz
Onrustige dagen
Arbeiderspers; 335 blz., € 21,50

Oordeel: archaïsch en stug in stijl, maar met een verrassende uitkomst.

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden