Column Rob Schouten

De angst voor spoilers zegt veel over de literatuur van vandaag

Mijn bespreking in deze krant van het nieuwe boek van Ronald Giphart, ‘Alle tijd’, had zijn redactrice kennelijk goed gedaan, want ze wijdde er een paar opgetogen woorden aan op Facebook. Daarbij zei ze wel dat ze in het stukje dat ze uit mijn bespreking citeerde een paar spoilers had weggelaten. Huh? Spoilers? Wat nu weer? Mochten de lezers niet weten dat er bij Giphart doden vielen?

Onlangs hoorde ik het nog sterker: een collega-columnist (ik noem maar geen namen, voor je het weet bederf je je stukje ermee) werd ’s avonds door zijn hoofdredacteur gebeld die meldde dat hij had ingegrepen in zijn column. Zijn vergrijp: hij had de afloop van een film verraden, en dat kon de krant 100.000 euro, of dollar weet ik veel, kosten want de filmproducent legde die boete op aan een iegelijk die uit de school klapte.

Ha, Hollywood legt dus kennelijk sancties op voor het gebruik van spoilers. In wat voor wereld leven wij eigenlijk? Ik maak me er mondjesmaat ook schuldig aan. Soms word ik aangemaand om de dood van een kat in een boek niet te vermelden of me in te houden als het om de afloop van het verhaal gaat. Bang voor spelbederf kennelijk. Ik moet er erg aan wennen.

Verrassing bederven 

Spoiler, ik ken het woord in de huidige betekenis sinds een jaar of tien, daarvoor associeerde ik het slechts met verwerpelijke soepborden op auto’s die ik niet begeer. Wikipedia: “Een spoiler is informatie die een deel van de plot verklapt van bijvoorbeeld een boek of  film, die voor de lezer of kijker verborgen had moeten blijven. Vaak is dit informatie die pas laat in het verhaal verteld wordt. Kennisname vooraf daarvan kan de spanning en verrassing bederven. Daarom wordt er in boeken en op websites wel een ‘leeswaarschuwing’ gebruikt om aan te geven dat er spoilers volgen.”

De angst voor spoilers in boekbesprekingen zegt veel over literatuur in onze tijd. We lezen romans kennelijk als suspense-films, of als videospelletjes: ze moeten spannend zijn. Ook schrijvers blijken er gevoelig voor, ze voegen tegenwoordig graag een thriller-element aan hun boeken toe. De recensent intussen wordt de mond gesnoerd, wat mag hij nog over het resultaat zeggen: dat Jan aan het eind sterft? Dat de vriendschap tussen de dominee en de hoer spaak loopt? Of moet zijn recensie een soort flaptekst worden? De allergie voor spoilers benadrukt ook de vluchtige lezing, je kunt er immers alleen last van hebben bij een eerste kennismaking, daarna ken je het verhaal en begint idealiter het savoureren. Vandaar dat echt grote literatuur helemaal geen last heeft van spoilers.

Grote schrijvers

Niemand klaagt erover dat je aan het begin al weet dat Hamlet sterft en dat in ‘De Toverberg’ aan het eind de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Maar het mooiste is het als grote schrijvers de regels aan hun laars lappen, zoals Nabokov en Vestdijk die hun hoofdpersonen (in respectievelijk Lolita en Else Böhler) op pagina één al in de dodencel laten zitten om daarna pas te vertellen hoe dat zo gekomen is. Boeken die niet tegen spoilers kunnen, zijn wat mij betreft nodeloze offers aan de geest des tijds.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden