Review

De angst voor het oprukkende ijs werd neurose

De Amerikaanse evolutiebioloog Steven J. Gould was verbaasd toen hij het alfabetisch register van een boek over fossielen opsloeg uit 1613, en daarin auteurs gesorteerd zag op voornaam: een hele lijst met 'Johanessen' bijvoorbeeld, varierend van Ioannes Agricola tot en met Ioannes Wittichus. Een merkwaardige ordening; wij zouden op achternaam sorteren.

Dat werd in de Renaissance ook steeds meer het gebruik, zeker naarmate men zich vaker baseerde op eigentijdse auteurs. Maar daarvoor beriep men zich meestal op de klassieken, van Aristoteles, Boethius, Cicero, etc., tot en met Zoroaster (Zarathustra), waarbij men met een enkele naam kon volstaan.

Ook Albertus Magnus, een middeleeuws filosoof en natuuronderzoeker, was natuurlijk te vinden onder de A, omdat Magnus (de Grote) enkel een toevoegsel was. (Gould heeft overigens wel eens een scriptie onder ogen gekregen van een student, waarin deze refereerde aan 'Mr. Magnus').

Deze merkwaardige manier van alfabetiseren komt ter sprake in een van de essays die Gould sinds 1970 maandelijks schreef voor het Amerikaanse blad Natural History. Ze werden van tijd tot tijd gebundeld, voor het laatst in 'I Have Landed'. Echt voor het laatst, want Gould is in mei 2002 overleden.

Driehonderd essays in al die jaren. Meestal verrassend en boeiend, vanuit een vergeten natuuronderzoeker of een onderbelicht detail de grote lijnen van de evolutie besprekend. Vaak humoristisch, sceptisch en met geslepen pen allerlei vooroordelen bestrijdend. En altijd met bijzondere belangstelling voor de manier waarop wij orde scheppen in het grote verhaal van de evolutie.

Ook in 'I Have Landed' heeft hij dat gepresteerd, tot en met het allerlaatste essay. Gould schrijft over hoe men vroeger fossielen ordende, hoe men schelpen classificeerde, hoe men mensenrassen indeelde, over Linnaeus natuurlijk, en over oude alfabetische registers.

Voor een evolutiebioloog is de werkelijkheid vooral de orde van de tijd, de volgorde waarin soorten in de natuur verschijnen. Fossielen doen daarvan verslag. Overigens is dat geen onbetwiste orde: Darwin zelf heeft in zijn hoofdwerk het begrip 'evolutie' expres nooit gebruikt. Dit 'E-woord', zoals Gould het ergens noemt (afgeleid van het Latijnse evolvere) was namelijk al in gebruik in Europa en drukte teveel een voorspelbare, inherente, progressieve en doelgerichte ontwikkeling uit. Darwin zag dat er allemaal niet in, maar Europa wel en daarom heeft dat 'E-woord' toch ingang gevonden.

Gould verbaast zijn lezers met een essay waarin hij duidelijk maakt hoe Freud zijn neuroseleer baseerde op een toentertijd centraal dogma van de biologie, inmiddels volstrekt achterhaald: de zogenaamde recapitulatieleer. Die leer stelde dat het menselijk embryo tijdens zijn ontwikkeling in de moederschoot eerdere stadia van de evolutie van de natuur (ongewervelde dieren, gewervelde dieren, vissen, reptielen, zoogdieren) herhaalt, oftewel 'recapituleert'. Zo zou het menselijk embryo in een vroeg stadium iets ontwikkelen wat lijkt op kieuwen (stadium der vissen) en wat later iets wat lijkt op een staart (stadium der reptielen), maar die worden onderdrukt bij het doorgroeien van het embryo. De recapitulatieleer ligt op het kerkhof van overleden ideeën, of nog waarschijnlijker: in ongewijde aarde, want de leer werd gezien al een empirisch bewijs voor het gelijk van de evolutionisten.

Van Freud wisten we alles al, zou je denken. Maar onlangs, in 1987, is er in een koffer die bewaard werd door Anna, Freud's dochter, een document gevonden dat in Amerika werd gepubliceerd onder de titel 'A Phylogenetic Fantasy'. Daarin beweert Freud dat neurosen zich bij de mens vormen in de volgorde waarin de prehistorische mens zich ontwikkelde in confrontatie met de natuur.

De eerste neurose die zich aandient, angsthysterie, 'recapituleert' de reactie van onze voorouders op het ontstaan van de ijstijd: de natuur was vijandig geworden en de mens bang. In de tweede neurose, conversiehysterie (omzetting van mentale spanningen naar lichamelijke stoornissen), herhalen zich de spanningen en beperkingen die de ijstijd de mens oplegde: grote bevolkingsgroepen konden niet langer worden gevoed en onderhouden door de natuur, zodat onze voorouders hun libido inbonden en omvormden (conversie).

De derde neurose, obsessie, gaat terug op onze overwinning op een ijzige en vijandige natuur, doordat wij onze inspanningen organiseerden en richtten op een zo groot mogelijk resultaat. En dat stadium herhaalt zich in de neurotische obsessie om alles tot in het absurde toe te willen regelen met een dwangmatige aandacht voor onbelangrijke details.

Freud was bekend met de recapitulatieleer: aan het begin van zijn carrie`re - 'in de prehistorie van de psychiatrie' - was hij meer bioloog (of liever: fysioloog) dan psycholoog. Wat nu neurosen zijn, waren eerder stadia van menselijke omstandigheden, schreef Freud aan een van zijn medewerkers, Sandor Ferenczi. Deze Ferenczi overtrof Freud ruimschoots in fantasie toen hij (Ferenczi dus) het embryo in de moederschoot vergeleek met een aquatisch bestaan in een oeroceaan, de penis met een vis in dat water, en de rust volgend op de coitus met de stilte van het Precambrium (het oudste geologische tijdperk).

De titel van Freud's boek maakt overigens duidelijk dat Freud zich wel realiseerde dat zijn theorieën hooguit hypothetisch waren. Inderdaad: bijgezet op datzelfde kerkhof van overleden ideeën, maar wel boeiend.

Goulds grootste verdienste is het natuurlijk dat hij in de loop van dertig jaren op intelligente wijze heeft uitgelegd hoe men de levende natuur heeft willen begrijpen door orde te scheppen in de uitbundige verscheidenheid van organismen. Darwin schreef in de laatste zin van zijn hoofdwerk over 'endless forms most beautiful and most wonderful'. Gould heeft die laatste zin vaak geciteerd. In niet geringe mate zijn zijn eigen essays 'most beautiful and most wonderful'.

'I have landed', schreef Gould's grootvader toen hij als emigrant Amerika binnenkwam (op 11 september 1901). Honderd jaar later schreef kleinzoon Steven zijn laatste essay. Nu is hij ons ontstegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden